Het wetsvoorstel voor herziening van de ziekte wet is door de Tweede Kamer. Het parlement stemde in met de maatregelen waarmee zieke werknemers zonder werkgever (waaronder uitzendkrachten) worden gestimuleerd sneller weer aan het werk te komen. De nieuwe wet kent stevige prikkels voor zowel werknemers als werkgevers. De ABU heeft in aanloop naar het wetsvoorstel namens de werkgevers in de uitzendbranche hard geijverd voor een werkbare wet. Het belangrijkste resultaat daarvan was het laten vallen van de twee weken loondoorbetaling. De ABU heeft de minister kunnen overtuigen dat deze maatregel de kern van de uitzendsector, de allocatieve rol (plaatsingsfunctie), in gevaar zou brengen. Daar tegenover zal de uitzendbranche in samenwerking met het UWV actief werken aan een programma gericht op het terugdringen van langdurig verzuim van uitzendkrachten.
De herziene ziektewet heeft gevolgen voor werknemers en werkgevers. In de nieuwe wet ontvangt iemand een ziekteuitkering afhankelijk van het opgebouwde arbeidsverleden en bedraagt 70% van het laatstverdiende loon. Dit kan maximaal twee jaar zijn. Daarna bedraagt het ziekengeld 70% van het Wettelijk Minimum Loon. Een andere maatregel is dat na het eerste ziektejaar het begrip passende arbeid wordt opgerekt. Bij deze maximale activering om terug te keren naar werk kan de uitzendsector een belangrijke ondersteunende rol spelen.
Van ziek naar werk
Om het langdurig ziekteverzuim maximaal terug te dringen werkt de uitzendsector sinds het najaar van 2011 met het UWV aan een pilot. Kern van de pilot is dat UWV vaststelt of een zieke uitzendkracht weer passend werk kan verrichten. Het uitzendbureau waar de uitzendkracht als laatste werkzaam was zoekt vervolgens werk voor hem of haar. De ABU en UWV hebben een convenant gesloten om deze werkwijze landelijk in te voeren. In het debat toonden minister en kamerleden zich zeer enthousiast over deze aanpak en hebben er veel verwachting van. “Ik denk dat dit een heel goede samenwerking is tussen de uitzendsector, een heel innovatieve sector in Nederland, en het UWV”, aldus de minister in het debat in de Tweede Kamer.
Financiering
De ABU heeft jarenlang gehamerd op een weeffout in de premiestelling waarbij publieke en private verzekering niet goed waren gescheiden. Dat is in de herziene wet hersteld. Ook wordt vanwege de vereenvoudiging van het eigen risicodragerschap de keuze voor werkgevers om zich publiek danwel privaat te verzekeren gemakkelijker gemaakt.
Minder enthousiast is de ABU over de premiedifferentiatie WGA zoals die in de nieuwe wet wordt voorgesteld. Door een andere financiering van de ZW en WGA komen er meer financiële prikkels voor werkgevers. De ziekte- en arbeidsongeschiktheidslasten van uitzendkrachten worden meer toegerekend aan de laatste werkgever. Dat gebeurt door het ziekengeld en de WGA-uitkering van flexwerkers via premiedifferentiatie rechtstreeks door te belasten aan werkgevers. De verwachting is dat dit leidt tot meer inspanningen voor grote werkgevers om ziekteverzuim van flexwerkers te voorkomen en te beperken. De ABU is van mening dat de individuele premiedifferentiatie WGA in de uitzendsector tot mogelijk onbetaalbaar hoge premies leidt. Op dit moment loopt nog een onderzoek van het ministerie naar de stabiliteit van de financiering van het WGA-stelsel. De uitkomsten daarvan zijn eind 2012 beschikbaar.