Previous Page  3 / 12 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 3 / 12 Next Page
Page Background

De drie andere platformeconomieën lijken op de deeleconomie maar verschillen van elkaar op een of

meer belangrijke kenmerken. De deeleconomie houdt in dat consumenten onderling tijdelijk gebruik

maken van elkaars onbenutte consumptiegoederen, al dan niet tegen betaling. Bekende voorbeelden

van dit soort platforms zijn Airbnb (kamer- of woningverhuur), Peerby (lenen van bijvoorbeeld gereed-

schap) en BlaBlaCar (meerijden tegen betaling).

Bij de product-dienst economie gaat het om tijdelijk gebruik van goederen tussen bedrijven en con-

sumenten, bijvoorbeeld Car2Go en Greenwheels. De tweedehands economie duidt daarentegen op

platforms gericht op de permanente overdracht van goederen, zoals Marktplaats.

Het onderling leveren van diensten wordt tot slot de kluseconomie of platformwerk genoemd. In eer-

ste instantie richtte deze platformeconomie zich vooral op diensten aan consumenten en minder op

B2B, zoals de bestaande intermediairs die vraag en aanbod bij elkaar brengen. Maar er is een tendens

te zien dat de kluseconomie zich nu ook steeds meer richt op B2B. Omdat de term kluseconomie

verder weinig gebruikt wordt, spreekt de ABU liever van platformwerk. Andere benamingen zijn de

gig-economy

, de

Uber-economy

,

crowd work

of de

on-demand economy

.

Het onderscheiden van platformwerk van de deeleconomie alleen is niet voldoende. Ook binnen

het platformwerk worden verschillende definities gehanteerd. Zo hanteert EY een brede definitie

van de gig-economy, waarin het gaat over alle vormen van tijdelijk werk (Storey, Steadman & Davis,

2016). Platformwerk staat daarbij synoniem voor flexwerk. Voor de ABU is dit echter te breed. Het

gaat immers om een nieuwe ontwikkeling die speciale aandacht vraagt.

De ABU definieert platformwerk daarom als een vorm van betaalde tijdelijke arbeid waarbij wer-

kenden

via digitale platforms

hun diensten en skills online of offline tegen betaling aanbieden aan

derden (Huws & Joyce, 2016; Dhondt, 2016; CIPD, 2017).

Deze definitie is breder dan bijvoorbeeld die in het iLabour Project van Oxford University wordt

gehanteerd. Daar wordt alleen gekeken naar werkplatforms waarbij het werk volledig online gedaan

kan worden en geen fysieke interactie nodig is (Corporaal, 2017).

3

SKILLS ONLINE AANBIEDEN

PLATFORMWERK ALS ONDERDEEL VAN DE PLATFORMECONOMIE

PLATFORM-

ECONOMIE

KLUSECONOMIE OF

PLATFORMWERK

TWEEDE-

HANDS

ECONOMIE

DEEL-

ECONOMIE

CROWD-

SOURCING

PLATFORMS

Freelanceklussen

Microjobs

Onbetaalde diensten

ONLINE

OUTSOURCING

PLATFORMS

PRODUCT-

DIENST

ECONOMIE

?