Previous Page  5 / 12 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 5 / 12 Next Page
Page Background

De platformeconomie heeft de potentie om een enorme groei door te maken. Maar eenduidige cijfers

over de huidige omvang van de platformeconomie, en platformwerk in het bijzonder, zijn niet aanwezig.

Dit komt mede door de vele definities van platformwerk.

Onderzoek van ING (2015) laat zien dat de totale platformeconomie in Nederland nog in de kinder-

schoenen staat. In 2014 bedroeg het 0,01% van het BBP. Kijken we naar platformwerk in het bijzonder,

dan komt volgens Europese cijfers van PwC (2016) 14% van de inkomsten uit de platformeconomie van

platformwerk.

TNO (Dhondt, 2016) heeft daarnaast onderzocht hoeveel mensen in Nederland kunnen worden aange-

duid als platformwerkers. 12% van de respondenten zegt wel eens met platformwerk geld te hebben

verdiend. Dit komt ongeveer neer op 1,4 miljoen mensen. Voor veel van de respondenten is het werk

echter eenmalig (Huws et al., 2016; European Commission 2016). Slechts 5% vindt regelmatig (minstens

1 keer per maand) werk via een platform. Bovendien is het TNO-onderzoek op basis van zelfrapportage

door de respondenten. Wanneer wordt gekeken naar cijfers van de werkplatforms, dan lijkt het aantal

platformwerkers substantieel minder (Ruts, 2017).

Platformwerkers beperken zich vaak niet tot één type werk (Dhondt, 2016). Online werk is het popu-

lairst. Uit onderzoek blijkt dat 15% van de respondenten hiernaar heeft gezocht. 9% zocht naar offline

werk en 8% specifiek naar werk als chauffeur. Maar het werk dat de platformwerkers uiteindelijk

uitvoeren, laat vervolgens een brede variëteit zien.

5

PLATFORMWERK HEEFT GROEIPOTENTIE

NIET ÉÉN TYPE WERK

Professioneel werk

Creatief of IT-werk op je eigen computer

Kantoorwerk, korte taken of ‘klikwerk’

Bestellingen of kantoorwerk op de

werkplaats van de klant

Persoonlijke diensten

Regulier werk in iemand anders huis

Occasioneel werk in iemand anders huis

Taxi of ander vervoer

0% 10% 20% 30%

50%

50%

58%

43%

43%

44%

41%

37%

40% 50% 60% 70%

online

offline

SOORT PLATFORMWERK DAT WORDT UITGEVOERD

(Dhondt, 2016)