Previous Page  8 / 12 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 8 / 12 Next Page
Page Background

8

Ontwikkel een (zelf)regulerend kader voor platformwerk

De ABU vindt een (zelf)regulerend kader voor platformwerk gewenst. Het kader moet ruimte bieden om

de dienstverlening van platforms verder te ontwikkelen. En er tegelijk op toezien dat een aantal essentië-

le spelregels wordt nageleefd. De basis hiervoor is (zelf)regulering, bijvoorbeeld via convenanten met de

overheid. Zo is in de jaren ‘90 ook de belangrijkste regelgeving voor uitzenden tot stand gekomen.

(Zelf)regulering biedt de mogelijkheid van maatwerk, passend bij de diverse soorten platformwerk. En

moet zorgen voor duidelijke regels. Niet alleen over de werkwijze en de arbeidsvoorwaarden, maar ook

over de positie van de platformwerkers en de bescherming van persoonsgegevens. Daarmee kan het kaf

van het koren worden gescheiden.

Zorg voor duidelijkheid over de status van de platformwerker

De ABU vindt dat er helderheid moet komen over de juridische positie van platformwerkers. Dit kan

en zal per platform verschillen. De status van platformwerkers is vooral gediend met duidelijkheid over

zelfstandig ondernemerschap. De ABU stelt voor de zelfstandige een duidelijke plek in ons civiele recht

te geven. Dat kan via de eerder door ons geopperde ondernemersovereenkomst die ook in het regeer-

akkoord is opgenomen.

De ABU is geen voorstander van een specifiek juridisch statuut voor platformwerkers zoals in Engeland

bestaat en ook in Nederland wordt geopperd. Het gaat dan om een ‘afhankelijke contractwerker’ met be-

perkte sociale zekerheden of bijzondere fiscale regels. Het gaat ons niet verder helpen, zorgt voor meer

grijstinten en creëert nieuwe handhavingsproblemen. Het feit dat Eurofound (2015) negen vormen van

werknemerschap definieert, laat zien dat er geen eenduidige oplossing is.

Creëer een gelijk speelveld voor verschillende typen werkbemiddelaars

De platformvariant die het speelveld van de uitzenders het meest beïnvloedt, is de variant waarbij de

dienstverlening digitaal wordt uitgevoerd en in twee stukken wordt geknipt. Bijvoorbeeld wel vraag en

aanbod van arbeid bij elkaar brengen, maar op papier is er geen sprake van ter beschikking stellen van

arbeid. Of wel bemiddeling, maar geen werkgeverschap.

De ABU vraagt daarom aandacht voor het realiseren van een gelijk speelveld, waarbij deze platformen

zich ook moeten conformeren aan de WAADI, voorzover dergelijke platformen al geen uitzendbureau

zijn. De WAADI verbiedt bijvoorbeeld het vragen van een tegenprestatie van de werkende en legt eisen

op aan de gelijke arbeidsvoorwaarden en arbeidstijden.

AANKNOPINGSPUNTEN VOOR BELEID OF REGELGEVING

Hugo-Jan Ruts, uitgever van ZiPconomy en zzp-deskundige:

Waken voor paniekvoetbal

“Er is op dit moment veel aandacht voor de mogelijke

problemen van platformwerkers, denk bijvoorbeeld aan

de recente discussie over de Deliveroo-fietskoeriers. Voor

de Tweede Kamer was het reden om een hoorzitting te

organiseren. Maar hoe groot is het probleem nu eigenlijk?

TNO becijferde recent dat 12% van de Nederlanders ‘wel

eens werkt’ via een platform. ‘Wel eens’ maakt je nog geen

platformwerker. Als ik wel eens tegen een bal trap, maakt

dat mij nog geen voetballer.

Als je naar de cijfers kijkt, dan is Werkspot met 8.100 klus-

sers marktleider. Daarnaast werken een paar duizend

Nederlanders via Upwork. Villamedia heeft 3.600 inge-

schreven media-zzp’ers. 7.450 mensen werken op zzp-basis

als taxichauffeur. Deliveroo heeft 1.750 koeriers en Thuis-

bezorgd waarschijnlijk hetzelfde aantal. Bij elkaar opge-

teld dus niet meer dan enkele tienduizenden platformwer-

kers. Toch is er, ondanks de kleine aantallen, wel reden

voor discussie. Platformen spelen een steeds grotere rol in

het (her)verdelen van werk. Er moet voorkomen worden

dat arbeidsvoorwaarden en ons sociale stelsel worden uit-

gehold. Dus discussie is goed, maar laten we vooral waken

voor paniekvoetbal.”