Page 3 - Uitzendwerk 2 2013 index

SEO Version

mei 2013
Uitzend
werk
3
D
e sna is geen hand-
haver, maar beheert
het keurmerk en ziet
toe op de naleving.
Ter versterking van het keurmerk
wordt vanaf dit jaar de kwaliteit
van de controles en van de certifice-
rende instellingen verder verbeterd
en zal meer risicogericht geïnspec-
teerd worden. Mede dankzij de
groeiende informatie-uitwisseling
met bijvoorbeeld de Inspectie
szw, Belastingdienst en de sncu
(Stichting Naleving cao voor Uit-
zendkrachten). Er wordt nadruk-
kelijker gelet op naleving van de
Wet minimumloon en minimum-
vakantiebijslag en de Wet arbeid
vreemdelingen. Als experiment is
daarnaast gestart met controles
bij inleners en inspecteurs worden
voortaan meer verspreid ingezet.
“Maximaal twee keer achter elkaar
bij een bedrijf om te voorkomen
dat er een band kan ontstaan,”
schetst SNA-voorzitter Hubert
Bruls.
Ve e l p l e g e r s
Het grootste probleem van mala-
fiditeit is volgens Bruls de selecte
groep criminelen die schuil gaan
achter meerdere kleinere bureaus:
“Veelplegers die regelmatig van
bedrijf wisselen en op verschil-
lende plaatsen tegelijk actief zijn
met hun tentakels.”
In de strijd daartegen, is volgens
de voorzitter naast goede samen-
werking vooral de zelfregulering
in de uitzendbranche essentieel.
“Dat zorgt voor meer betrokken-
heid en zelfbewustzijn om het zelf
goed te doen. Dat zelfreinigend
vermogen werkt veel beter dan
bijvoorbeeld een opgelegde ver-
gunningplicht waar de overheid
dan op moet toezien. Dat is ook
veel duurder. In de praktijk maakt
het ‘zelf willen’ of ‘moeten’ een
groot verschil. De zelfregulering
met één keurmerk zorgt voor dui-
delijkheid. Laten we niet vergeten
dat vóór 2006 een wildgroei aan
keurmerken ontstond. Met de hui-
dige versterking van ons keurmerk
worden opnieuw flinke stappen
vooruit gezet.”
I
n 2012 hebben de Inspectie
SZW en de Belastingdienst
samen ruim 1.300 uitzend-
bureaus geïnspecteerd.
Hierbij is voor ruim vijf miljoen
euro aan boetes opgelegd. Naast
deze reguliere controles heeft een
gezamenlijk interventieteam - na
risicoanalyse - onderzoek gedaan
onder de top-100 van risicobedrij-
ven. De afgelopen maanden zijn
42 onderzoeken gestart, waarbij
66 uitzendbureaus en 116 inleners
betrokken zijn. Bij tien van deze
onderzoeken zijn inmiddels straf-
bare feiten geconstateerd, zoals
illegale tewerkstelling, onderbe-
taling, valsheid in geschrifte en
uitbuiting. Dat blijkt uit cijfers
die minister Asscher (szw) half
maart naar de Tweede Kamer heeft
gestuurd.
N i e uwe s t a p p e n
De vluchtigheid van malafide
praktijken maakt de strijd gecom-
pliceerd. Clabbers: “Mensen laten
zich failliet verklaren als we ze op
het spoor komen, om elders weer
op te duiken. De registratieplicht
voor uitzendbureaus uit 2012
en de aanpak van de natuurlijke
personen achter de bureaus zijn
belangrijke nieuwe stappen in
die strijd. De vluchtigheid en
complexiteit van hun netwerken
maken het belang van publiek-
private samenwerking en informa-
tiedeling extra groot. Wij kunnen
het niet alleen. De uitzendbranche
zet zich ook goed in om te zorgen
voor meer transparantie.”
Naast de samenwerking met
andere publieke partijen, werkt
de inspectie ook nauw samen met
private spelers zoals ‘cao-politie’
sncu (Stichting Naleving cao
voor Uitzendkrachten) en certifi-
ceringsinstelling sna (Stichting
Normering Arbeid). “Wij hopen
dat de groeiende samenwerking
ook leidt tot meer meldingen van
misstanden door uitzendbureaus.
Dit ligt misschien gevoelig, maar
het is heel belangrijk ommet el-
kaar te zorgen voor een zo schoon
mogelijke sector.”
Relatief nieuw is de samenwerking
met de Kamer van Koophandel.
Door de registratieplicht voor uit-
zendbureaus hebben zij vooraan
in de keten een belangrijke taak
gekregen in de aanpak van fraude.
“Dat is belangrijk om de personen
achter uitzendbureaus beter te
volgen. Zo krijgen wij beter zicht
op de personen die het voor de
hele branche verpesten,” aldus
Clabbers.
Om beter zicht te krijgen op
schijnconstructies en buitenlandse
verloning van uitzendkrachten die
in Nederland werken, heeft de abu
advies gevraagd aan specialisten
van Deloitte. Samen met de abu
hebben zij recentelijk deelgenomen
aan een brainstormsessie bij het
ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid over maatregelen
tegen illegale en ongewenste
buitenlandconstructies.
M
inister Asscher kondigde begin dit
jaar al maatregelen aan. Ingrijpen is
echter niet eenvoudig. “Je hebt niet
alleen te maken met de Europese
regelgeving, maar ook met de wet- en regelgeving van
de verschillende landen en hoe die wordt toegepast,”
zegt Frank Boeijen (senior manager global employer
services) van Deloitte. De A1-verklaring die landen
afgeven voor continuering van de verzekeringsplicht
(in het land van herkomst), ligt als basis onder het
vraagstuk. Correcte verstrekking hiervan is belangrijk
om schijnconstructies te voorkomen en om te bepalen
aan welk land sociale verzekeringspremies worden
betaald. Landen gaan hier echter zeer verschillend
mee om, zegt directeur Peter Kavelaars van het Weten-
schappelijk Bureau van Deloitte en tevens hoogleraar
fiscale economie. “In sommige, vooral Oost-Europese,
landen wordt de verklaring te gemakkelijk of onterecht
afgegeven. Dat werkt misbruik in de hand. Dat is een
groot probleem, want het ontvangende land moet de
verklaring wel accepteren.” Hierdoor ontstaan gemak-
kelijk schijnconstructies in Oost-Europa, maar naar
verluidt bijvoorbeeld ook via Cyprus. In de praktijk
zorgt dit ervoor dat ten onrechte gebruik kan worden
gemaakt van premiedrukkende voorzieningen in het
land waar een uitzendbureau gevestigd is.
Aa n p a k
De oorsprong van het probleem aanpakken, vereist
volgens beide deskundigen een langdurig Europees en
bilateraal traject. Kavelaars: “Vermoedelijk zijn niet
alle lidstaten even bereidwillig. Anders was een andere
aanpak van de A1-verklaring in 2010 waarschijnlijk al
meegenomen in aanpassingen van de eu-verordening
voor coördinatie van sociale verzekeringsstelsels.
Dat lag voor de hand, maar is niet gebeurd.” Boeijen:
“Internationaal overleg kan zeker werken, maar het is
een lange weg en er ontbreekt nu feitenmateriaal. Om
dat te verkrijgen, kan aandacht in de ‘nen-controle’
voor A1-verklaringen ‘in het veld’ – en informatie-
uitwisseling daarover met het ministerie – mogelijk
uitkomst bieden.”
Ondertussen kan nationaal worden gestart met het
aanpakken van uitwassen. Kavelaars: “Dat kan op ver-
schillende manieren en niveaus, ook met de bestaande
instanties. Van Belastingdienst en Arbeidsinspectie tot
bijvoorbeeld ‘cao-politie’ sncu (Stichting Naleving
cao voor Uitzendkrachten) en de Kamer van Koophan-
del, zeker met de registratieplicht voor uitzendbureaus
sinds 2012.” Boeijen: “Dat moet wel breed gebeuren.
Als je de wetgeving van Polen goed kent, loopt een con-
structie morgen bij wijze van spreken via Roemenië.”
De nationale aanpak is volgens beide specialisten deels
ook een kwestie van prioriteiten stellen. “Het kost
mankracht en geld. Dat vereist een politieke afwe-
ging,” aldus Kavelaars.
Samenwerking cruciaal voor aanpak malafde uitzendbureaus
Hetnet
sluit steeds verder
In de strijd tegen malafde praktijken werkt de uitzendbranche nauw samen met de
Inspectie szw en andere handhavers. Die publiek-private samenwerking is essentieel
om het net rond malafde activiteiten verder aan te spannen, zegt Ruth Clabbers,
directeur arbeidsmarktfraude van de Inspectie szw. “De registratieplicht en aanpak
van natuurlijke personen zijn belangrijke nieuwe stappen.”
In de strijd tegen malafde uitzendbureaus speelt de Stichting Normering Arbeid
(sna) een belangrijke rol voor zelfregulering in de sector. In 2012 heeft de sna van
bijna 400 ondernemingen het certifcaat ingetrokken. Voor dit jaar zijn extra maat-
regelen genomen om het sna-keurmerk te versterken.
Nieuwe stappen versterken sna-keurmerk
“Reinigend vermogen groter”
HOBIJ vreest groeiende
invloed schijnconstructies
“Slecht voor
uitzendkracht en
arbeidsmarkt”
Schijnconstructies en buiten-
landse verloning kunnen zeer
schadelijk zijn voor de rechts-
positie van uitzendkrachten en
ongezond voor de arbeidsmarkt.
“Het zorgt voor oneerlijke concurrentie en ver-
schraling van flexwerk,” zegt directeur Han van
Horen van internationaal uitzendbureau hobij.
“Dat is ook slecht voor het imago van de uitzend-
branche en de internationale arbeidsbemiddeling.”
In de dagelijkse praktijk komt hobij de
buitenlandse verloningsconstructies regelmatig
tegen. “Het gaat om buitenlandse organisaties
die in Nederland uitzendkrachten aanbieden en
Nederlandse bedrijven die in het buitenland laten
verlonen. Wij zijn ook telefonisch benaderd over
constructies om te verlonen vanuit Roemenië, op
basis van het daar geldende premiestelsel en de
sociale voorzieningen. Wij doen dat niet, maar ik
vrees wel dat dit op steeds grotere schaal gaat
plaatsvinden als er niets gebeurt. Vooral door de
crisis, toenemende internationale arbeidsmobi-
liteit en de groeiende flexbehoefte. Vast en flex
groeien naar elkaar toe, maar dat vereist wel
gezonde flexoplossingen, geen vertroebeling en
verschraling.”
Zowel legale als illegale constructies zorgen
volgens Van Horen voor oneerlijke concurrentie en
uitholling van de rechtspositie van uitzendkrach-
ten in Nederland. “Ook als een constructie voldoet
aan nationale en Europese wetgeving, kunnen de
gevolgen onwenselijk zijn. Daarvoor moet niet
alleen naar Oost-Europa worden gekeken. Ook
vanuit Duitsland ontstaat oneerlijke concurrentie
doordat bijvoorbeeld ruimere onkostenvergoe-
dingen worden betaald in plaats van loon. Een
uitzendkracht ontvangt dan netto hetzelfde, maar
bij ziekte of werkloosheid is hij veel slechter af.
Ook loopt de Nederlandse schatkist zo inkomsten
mis.”
Specialisten Deloitte over aanpak schijnconstructies:
“Begin
nationaal
met de uitwassen”
“De nationale aanpak kost
mankracht en geld. Dat ver-
eist een politieke afweging.”
Peter Kavelaars, Directeur van het Wetenschappelijk
Bureau van Deloitte
“Het is heel
belangrijk om
met elkaar te
zorgen voor een
zo schoonmoge-
lijke sector.”
Ruth Clabbers, directeur arbeids-
marktfraude Inspectie szw
“Het zelfreinigend
vermogenwerkt
veel beter dan
bijvoorbeeld een
opgelegde vergun-
ningplicht.”
Hubert Bruls, Voorzitter sna
Aa n p a k s c h i j n c o n s t r u c t i e s
De minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid heeft onlangs een brief aan
de Tweede Kamer gestuurd over de aanpak van
schijnconstructies. Bij zijn brief zit een actieplan.
Dit actieplan beschrijft op een 7- tal terreinen
welke specifieke problemen zich op dit gebied
voordoen, wat daar nu al aan wordt gedaan en
welke maatregelen het kabinet gaat nemen. Een
van deze terreinen is misbruik premieafdracht
inclusief de A1-verklaring.