De staat van de polder en de staat van de politiek11-09-2017


Jurrien Koops - directeur ABU

Toen vorige week bekend werd dat de polder niet tot een akkoord over de hervormingen op de arbeidsmarkt zou komen, was Leiden in last. Althans in de politiek. De vier formerende partijen haastten zich om hun teleurstelling uit te spreken. Ze deden allemaal een dringende oproep aan de strijdende partijen om alsnog om de tafel te gaan. Zelfs D66 die toch niet heel vaak betrapt kan worden op polderliefde.

Natuurlijk is het jammer dat het niet is gelukt. Het was onvermijdelijk met zo’n grote en brede arbeidsmarktagenda. Het is maar goed, ook voor de polder. Beter geen akkoord dan een halfbakken compromis. Dat zou werkgevers en vakbonden nog veel meer hebben gediskwalificeerd. Zeker na het zwaar op de maag liggende sociale akkoord uit 2013. De tijd van allesomvattende akkoorden is definitief voorbij.

De brede oproep uit de politiek aan de polder bevatte een kritische ondertoon, maar zegt eigenlijk meer over de politiek zelf dan over de polder. Nu moeten ze zelf aan de bak. In een sterk versnipperd en gepolariseerd politiek landschap, met vier partijen zonder een gemeenschappelijke en gedragen visie op wat nodig is voor de arbeidsmarkt.

Vroeger, en dat klinkt zó oud, was de rolverdeling en de timing toch echt een andere. De politiek regeerde en het kabinet kwam met plannen. Dan volgde een najaars- of voorjaarsoverleg met werkgevers en vakbonden en werden er zaken gedaan. Zo ging het jarenlang en zo kan het nog steeds. Het zou me niets verbazen als Rutte III in zijn eerste honderd dagen alsnog met partijen om de tafel gaat. Sterker nog, ik zou het verstandig vinden. De deur van de polder staat namelijk altijd op een kier, want het polderoverleg zit ons al eeuwen diep in de genen.


Jurriën Koops, Directeur ABU