Platforms: het Wilde Westen voorbij14-07-2017


Jurrien Koops edit III 410 185

De platformwerker rukt op, met de bezorgers van Deliveroo of Foodora in het straatbeeld als meest zichtbare vorm. Minder zichtbaar zijn de garderobe- of toiletmedewerkers van Temper die recent in het nieuws waren. Vorig jaar becijferde TNO dat bijna één op de vijf Nederlanders tussen de 16 en 70 jaar op enig moment geprobeerd heeft werk te vinden via platforms als Ubereats, Freelancer, Roamler of Uurtjeover. Zoveel soorten, zoveel smaken.

Engeland is verder. Daar werken inmiddels 1,2 miljoen mensen on demand via een platform, zo bleek uit het eerder dit jaar verschenen rapport ‘Good Gigs’ van de prestigieuze denktank RSA. Deze week verscheen ‘Good Work’, een rapport vol met beleidsaanbevelingen. Het FD besteedde er uitgebreid aandacht aan.

Ze zijn beide zeer lezenswaardig en stappen over de traditionele patstelling heen. Aan de ene kant de voorstanders en optimisten die platforms zien als innovatieve, nieuwe vorm van werken. Aan de andere kant diegene die stellen dat platforms de nieuwe werkenden vooral exploiteren en rechten van werknemers uithollen.

Ik schaar mij net als de rapporten in het midden. Platforms kunnen de arbeidsmarkt democratiseren. Dat is de positieve kant. Het biedt mensen een laagdrempelige toegang tot werk. Maar de platformeconomie roept ook grote vragen op. Over de status van de werkzaamheden en de voorwaarden waaronder men werkt. Over de bescherming die ook aan deze nieuwe werkenden geboden moet worden. Over een gelijk speelveld. ‘Zelfstandigen’ zoals bij Temper, die zich over je jas bekommeren of de toiletten schoonmaken. En dat met steun van de Belastingdienst. Ik geloof er niets van. Dat wordt een rommeltje.

Ik onderschrijf van harte twee aanbevelingen. De eerste die stelt dat iedere arbeidsrelatie een eerlijke balans tussen rechten en plichten moet kennen, een zelfde minimumniveau van bescherming, en mensen in staat moet stellen zich te ontwikkelen. De tweede aanbeveling roept op om te komen tot ‘principles of good work in the gig economy’ in samenwerking tussen overheid en de sector.

In die zin kunnen zij en wij leren van de historie van het uitzenden. Ook dat was er plots en ook dat ging gepaard met veel discussie. Om duurzaam te groeien is regulering nodig. Uitzenden is goed geregeld. Dat geldt niet voor werk via de huidige platforms. De tijd van het Wilde Westen is voorbij.


Jurriën Koops, Directeur ABU