Premiedifferentiatie WW: kijk naar het hele plaatje22-12-2017


Jurrien Koops in Nieuwspoort 410

Deze week presenteerde de linkse oppositie een plan om flexibele arbeid flink duurder te maken dan vaste arbeid. Als sociale marktdenkers bepleiten ze het principe ‘de vervuiler betaalt’ voor de arbeidsmarkt. Meer instroom in de WW moet ook leiden tot een hogere premie. Niet alleen voor de eerste zes maanden van werkloosheid, maar ook voor de AWf. Rechttoe-rechtaan redenering zo lijkt het. Ook het nieuwe kabinet heeft de ambitie om premiedifferentiatie in de WW in te voeren.

Een paar dagen later kwam het UWV met de factsheet Uitzendwerk. Een bundeling van feiten en cijfers over uitzendwerk. Met veel aandacht voor de rol van de branche als het gaat om de uitstroom vanuit de WW. Het UWV stelt vast dat 32% van de werkhervatters vanuit de WW aan de slag gaat op een uitzendcontract. Ruim 90% van de WW’ers die aan de slag gaat als uitzendkracht weet langer dan zes maanden aan de slag te blijven en de helft meer dan een jaar.

Uit eerder onderzoek van UWV bleek ook al dat uitzendkrachten sneller uit de WW naar werk uitstromen. 49% doet dat binnen één jaar, voor mensen met een tijdelijk of vast contract ligt dat percentage op respectievelijk 71% en 81%. Veel snellere werkhervatting dus.

Natuurlijk, uitzenden zorgt ook voor veel instroom in de WW. Niet zo vreemd voor een branche die zo conjunctuurgevoelig is. Overigens zorgt de branche per saldo gemiddeld voor meer uitstroom dan instroom in de WW. Laten we ook niet vergeten dat een groot deel van de werkhervatters die de uitzendbranche weer aan het werk helpt daarvoor de WW ingestroomd zijn vanuit een andere sector. Zo zorgt de allocatieve rol van de branche voor lagere uitkeringslasten van andere sectoren.

Er valt het nodige te zeggen over premiedifferentiatie WW. Voor een transparant en gelijk speelveld voor alle flexibele contracten is het geen gek idee. Maar laten we wel naar het hele plaatje blijven kijken. Er is meer dan alleen afrekenen op de instroom in de WW.


Jurriën Koops, Directeur ABU