Pensioenonderzoek: Inleiding


De meeste mensen hebben tijdens hun werkzame leven wel eens een (bij)baan gehad in de horeca, in een winkel, via een uitzendbureau of als schoonmaker. De detailhandel-, horeca-, uitzend- en schoonmaaksector (hierna: de vier sectoren) kenmerken zich door een relatief groot aandeel flexibele arbeidsrelaties en een hoge arbeidsmarktmobiliteit.

Omdat deze sectoren hoge arbeidsmobiliteit combineren met relatief lage lonen, zien we dat werknemers er gemiddeld weinig pensioen opbouwen. Hierdoor zijn de uitvoeringskosten van pensioenfondsen relatief hoog. Het huidige pensioenstelsel is een dure regeling voor de werknemers. De brancheorganisaties die actief zijn in deze sectoren vinden het hierom hoog tijd om opnieuw na te denken over het pensioen als arbeidsvoorwaarde.

De Argumentenfabriek heeft vijf branche-organisaties – Koninklijke Horeca Nederland (KHN), Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB), Raad Nederlandse Detailhandel (RND), Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) en Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) – begeleid bij het zoeken naar een antwoord op de vragen: ‘Wat zijn alternatieven voor het huidige pensioen? En wat zijn de argumenten voor en tegen deze alternatieven?’ Het gaat hierbij uitdrukkelijk om alternatieven die er niet toe leiden dat werknemers erop achteruitgaan. Om deze vragen te beantwoorden hebben we het denkwerk opgeknipt in drie denkstappen.

In de eerste denkstap hebben we, gebruikmakend van de kennis van de brancheorganisaties, de feiten en ontwikkelingen die relevant zijn voor het nadenken over alternatieven voor pensioen op een rij gezet op een Trends- en Factorenkaart. Als tweede denkstap hebben we in een denksessie met deskundigen en vrijdenkers alternatieve vormen van vermogensopbouw geïnventariseerd. De groslijst aan opties, die uit deze denksessie is voortgekomen, hebben we in een analysekader gegoten. Het analysekader geeft gestructureerd weer welke keuzes meespelen bij het uitdenken van een regeling voor het opbouwen van vermogen.

Tot slot hebben werknemers, werkgevers en pensioendeskundigen in de derde denkstap vier keuzes uit het analysekader beargumenteerd. Vier opeenvolgende Argumentenkaarten geven argumenten weer voor en tegen de keuzes vanuit het perspectief van werknemers.

Dit kaartenboek zoomt in op werknemers en specifiek op werknemers in de vier sectoren. Wat zijn voor hen relevante argumenten voor en tegen keuzes bij het vormgeven van een nieuwe regeling? Hiermee geeft dit kaartenboek deze grote groep werknemers een stem in het pensioendebat en draagt het bij aan de brede maatschappelijke discussie over de toekomst van het pensioen in Nederland. Het kaartenboek draagt tevens bij aan oordeelsvorming van de afzonderlijke organisaties en collectieven van werkgevers en werknemers. Zij hebben hiermee een stevige basis om met belanghebbenden de bredere maatschappelijke discussie te kunnen voeren.

Wij danken de vertegenwoordigers van de brancheorganisaties, de werknemers, werkgevers en pensioendeskundigen die hebben bijgedragen aan het denkwerk waarmee dit kaartenboek tot stand is gekomen.

Jenny Kossen, Betül Albayrak, Sara Blink
De Argumentenfabriek