Pensioenonderzoek: Voorwoord


Frank kalshovenFrank Kalshoven, De Argumentenfabriek

Steen in de vijver

Wat staat er op het spel? Niets meer of minder dan de fundamenten onder de pensioenregelingen van mensen die werken in de schoonmaak, de detailhandel, de horeca of via uitzenders. Hierover gaat dit kaartenboek, dat de aanzet bedoelt te geven om de discussie over deze fundamenten eerlijk en goed te voeren met alle betrokkenen.

Waarom moet dat? Kort en goed: omdat de huidige pensioenregelingen in deze sectoren, onbedoeld, niet of nauwelijks in het belang zijn van grote groepen werknemers. De ‘typische’ werknemer in deze sectoren werkt er kort, veelal in deeltijd, en veelal voor een relatief laag salaris. De werknemer bouwt dus maar een klein potje pensioenrechten op. Vervolgens sleept hij dat potje als slaper decennialang met zich mee – jaar in jaar uit bijdragend aan de uitvoeringskosten – om er op de pensioneringsleeftijd achter te komen dat z’n pensioenrecht in een keer wordt afgekocht, of, in het beste geval, recht geeft op een mini-pensioen.

De Trends- en Factorenkaart, waarmee dit kaartenboek straks begint, spreekt boekdelen. Zeven op de tien deelnemers aan de pensioenfondsen in deze sectoren is slaper. De meerderheid van de pensioenen in deze sectoren wordt in een keer afgekocht. En het zijn geen kleine aantallen: twee miljoen mensen werken er nu in deze sectoren.

Ik vind het moedig dat juist de werkgevers in deze branches hebben aangegeven hierover een fundamenteel debat te willen voeren. Op voorhand was duidelijk: het is de werkgevers er niet om te doen zo de arbeidskosten te verlagen. De opdracht aan De Argumentenfabriek was juist om te helpen nadenken over alternatieven die financieel ‘neutraal’ zijn, maar mogelijk beter of voordeliger voor de betrokken werknemers.

We hebben de vraag hiertoe omgedraaid. We zijn niet gaan zoeken naar oplossingen in de bestaande regelingen, maar dachten die, om te beginnen, juist weg. Stel: er is geen pensioensysteem in deze sectoren. Geld dat nu wordt besteed aan pensioen-regelingen zit simpelweg in het bruto uurloon. De lonen in de schoonmaak, het uitzendwezen, de detailhandel en de horeca zijn dus wat hoger dan nu.

Vanuit deze startpositie kun je stapsgewijs nadenken over de vraag of het in het belang van de werknemers is de een of andere vorm van (gedwongen) vermogensopbouw in te voeren, ten koste van het brutoloon. Hier gaat dit boek vooral over: de argumenten voor en tegen varianten van gedwongen vermogensopbouw, bezien vanuit werknemersperspectief.

De conclusie? Die is er niet in de zin dat dit boek concrete aanbevelingen bevat om het zus of zo te gaan doen in de toekomst. Het is juist een hulpmiddel bij de start van het debat in de betrokken sectoren.

Maar er is wel een ondubbelzinnige conclusie op een ander niveau. Namelijk: het is zonneklaar in het belang van de betrokken werknemers om dit debat te voeren. De huidige regelingen zijn niet of nauwelijks in hun belang. Bijna elk alternatief is beter. Dat is de steen in de vijver. En er is dus werk aan de winkel.

Frank Kalshoven Directeur van De Argumentenfabriek