"In pensioenstelsel beter rekening houden met flexibele arbeid"12 feb 2015


┬®IDEAS-ABU-UITZENDWERK-1-2015264.JPGErik Lutjens, Hoogleraar Pensioenrecht VU Amsterdam

Ons historisch sterke pensioenstelsel is te star en te uniform om aan de eisen van deze tijd te voldoen. Dat zegt Erik Lutjens, als hoogleraar Pensioenrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “Er zijn enorme ontwikkelingen gaande op de arbeidsmarkt. We zien steeds meer flexibele arbeid en meer variatie in contracten. Het onderzoek De Toekomst van pensioen is een verstandig initiatief van vijf brancheorganisaties om de behoeften van flexibele werknemers nader te bekijken.”

De vaste baan. Met die norm in het achterhoofd werd het Nederlandse pensioensysteem ingericht. “Sterk corporatistisch, vaak geregeld via de cao en bedrijfstakpensioenfondsen,” duidt Lutjens. “Maar er wordt tegenwoordig meer flexibiliteit van werknemers verwacht; meer mensen hebben een flexibele arbeidsrelatie. Steeds vaker is er sprake van een mismatch tussen de pensioenregeling en de wensen van medewerkers. Dat komt ook doordat er nauwelijks keuzemogelijkheden zijn. Terwijl de ene werknemer toch langer wil doorwerken dan de andere en mensen in verschillende levensfasen bijvoorbeeld verschillende behoeften hebben.”

Inventarisatie
Vanuit die gedachte onderzoekt Lutjens binnen het Expertisecentrum Pensioen Arbeid Wonen/Zorg (EPAZ), onderdeel van de VU, of pensioengeld ook te bestemmen zou zijn voor het aflossen van een hypotheek of voor zorgkosten. Dat de ABU met vier andere brancheorganisaties onderzoek heeft laten doen naar mogelijke alternatieven voor de huidige pensioenopbouw, noemt hij verstandig. “Zeker omdat het gericht is op de wensen van hun specifieke werknemers. Zo’n inventarisatie is een voorwaarde om verder te zoeken naar een geschikt model.”

Dat model zal moeten verschillen per type werknemer, geeft hij aan. “Zo zitten ‘mobiele’ werknemers vaak met een verbrokkeld pensioen, omdat ze onderbrekingen in hun loopbaan hebben of zich gedwongen zien van pensioenfonds te wisselen. Verder zouden ook kleine inkomens in staat moeten worden gesteld om een pensioen op te bouwen. Dat kan alleen als je de uitvoeringskosten binnen de perken weet te houden. Daarbij moet je meer aan individuele premieconstructies, spaarproducten denken.”

Hoe meer individualiteit, hoe minder solidariteit in je systeem.

Dilemma
Meer individuele keuzevrijheid qua vermogensopbouw ligt volgens de hoogleraar voor de hand, maar het levert wel meteen een dilemma op. “Hoe meer individualiteit, hoe minder solidariteit in je systeem,” vat hij samen. “Ik denk dat in een pensioenverzekeringsstelsel altijd collectieve elementen behouden moeten blijven. Maar je zou je kunnen voorstellen dat een bepaald percentage van de premie voor andere doelen ingezet mag worden. Dus een deel verplichte pensioeninleg en een deel met keuzevrijheid.”

Zo’n stap vergt een stevig voorbereidingsproces en goede voorlichting, onderstreept Lutjens. “Wat doe je bijvoorbeeld met spijtoptanten? In Engeland heeft het kiezen voor individuele pensioenregelingen her en der tot dramatische toestanden geleid. Je wilt later geen huilende ex-werknemers aan de poort. Kortom, er moet enorm goed over nieuwe oplossingen worden nagedacht, voor de lange termijn. Rekening houdend met de veranderende arbeidsmarkt en dus met het toenemende aantal flexibele werknemers.”

Gerelateerde artikelen