ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Wat houdt de inlenersbeloning in?

De uitzendonderneming is verplicht om de inlenersbeloning vanaf dag 1 te hanteren (conform art. 19 t/m 26 CAO voor Uitzendkrachten). Uitzonderingen op deze hoofdregel zijn vier specifieke doelgroepen waarvoor ABU-beloning mag worden toegepast (conform art. 27).

De zes beloningscomponenten zijn:

  1. het geldend periodeloon in de schaal;
  2. de arbeidsduurverkorting, in tijd of in geld;
  3. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (w.o. feestdagentoeslag) en ploegentoeslag;
  4. initiële loonsverhoging;
  5. kostenvergoeding (voor zover vrij van loonheffing en premies: reiskosten, pensionkosten e.a. kosten noodzakelijk voor uitoefening van de functie);
  6. periodieken.

Ten aanzien van deze zes looncomponenten moet je dezelfde (rechtens geldende) beloning toepassen als de medewerker die in dezelfde of nagenoeg dezelfde functie werkt en rechtstreeks in dienst van de inlener is. ‘Rechtens geldend’ moet worden uitgelegd als de regeling die bij de inlener van toepassing is, dus ook een plus bovenop een CAO voor zover het deze zes loonelementen betreft.

Deze opsomming is limitatief, met andere woorden looncomponenten die hier niet staan vermeld vallen niet onder de inlenersbeloning.

Van de ABU CAO mag alleen ten gunste van de werknemer worden afgeweken.