ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

 “Dit jaar moet het gebeuren voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt”

Rob Witjes UWV

Hoe staan de arbeidsmarkt en uitzendbranche ervoor? Rob Witjes is als hoofd arbeidsmarktinformatie van UWV verantwoordelijk voor het monitoren van de arbeidsmarktontwikkelingen. Hij ziet flinke (structurele) tekorten, mensen die toch niet aan de slag komen en oplossingen daarvoor.

 Onze economie heeft zich goed hersteld van de crisis. De arbeidsmarkt is inmiddels groter dan voor de kredietcrisis. Sinds het tweede kwartaal van 2014 zijn er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek al 782.000 banen bijgekomen. De werkloosheid is gedaald naar 3,6%. “Dat is historisch laag. In veertig jaar tijd goed voor een vierde plek,” schetst Witjes. “En dan te bedenken hoe somber er vijf jaar geleden nog werd gedacht. Er werd hardop gevraagd of het ooit nog goed zou komen. Inmiddels hebben we een paar hele goede jaren achter de rug. Voor dit jaar lijken we ook te kunnen rekenen op nette groei. Volgens het Centraal Planbureau lijken we de grootste piek te hebben gehad, maar dat is normaal. Het is dit jaar ook afwachten hoe factoren als de handelsoorlog tussen de VS en China, de Brexit, de Duitse economie en het consumentenvertrouwen uitpakken.”

Flexibilisering

De laatste crisis heeft volgens Witjes wel sporen nagelaten. “Bedrijven zijn voorzichtiger. Het aantal vaste banen neemt in deze conjunctuur weer toe, maar de flexibilisering is door de crisis echt versterkt. De economische groei lijkt nu ook wat geremd te worden door de krapte op de arbeidsmarkt. Dat geldt in veel sectoren, waaronder de uitzendbranche. Het werk is er, maar het schort vooral aan geschikte kandidaten. Werkgevers en intermediairs die de beste relatie hebben met kandidaten, maken nu het verschil. In de echte kraptesectoren hebben werkgevers hun vacature-eisen ook bijgesteld, maar echt massaal gebeurt dat niet. Ook als de arbeidsmarkt weer ruimer wordt, houden verschillende voorspelbare sectoren te maken met krapte. Denk aan de zorg, IT en het onderwijs.”

 

 “We moeten het patroon doorbreken dat 50-plussers bij economische tegenwind weer achteraan staan” – Rob Witjes

 

50-plus

Tegelijkertijd zijn er nog steeds mensen die niet aan de slag komen. Vooral 50-plussers en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “Zeker boven de 55 is het nog steeds echt lastig. Dit komt slechts deels door hogere loonkosten. Ook als deze werknemers loon willen inleveren, kiezen werkgevers toch voor jongere kandidaten. Ook al tonen vele onderzoeken dat een divers team echt beter presteert. Het aannamebeleid wordt vaak ingegeven door een negatief verwachtingspatroon ten aanzien van de inzetbaarheid van 50-plussers. In Zuid-Europa gaan ze anders om met oudere werknemers. Daar zie je bijvoorbeeld ook 55-plussers in de horeca. Bij ons nauwelijks, terwijl daar wel flinke tekorten zijn.”

Een groeiend deel van de 50-plussers vindt nu wel werk. “Maar zodra de economie wat tegenwind krijgt, staat deze groep toch weer achteraan. Dat terugkerende patroon moeten we doorbreken, anders zie ik het somber in met de toenemende vergrijzing en technologische ontwikkelingen. Het is vooral te hopen dat iedere positieve ervaring bij werkgevers nu goed blijft hangen. En zolang de arbeidsmarkt nog veel kansen biedt, moeten we dat echt benutten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In 2019 moet het voor hen gebeuren!”

Uitdagingen

Om beschikbare werkzoekenden die er nog zijn te benutten, is het volgens Witjes vooral belangrijk om te investeren in opleidingen en competenties. “En aan de werkgeverskant door functieprofielen aan te passen en met bijvoorbeeld jobcarving. De uitzendbranche en UWV kunnen werkgevers daarbij helpen.”

Voor de structurele krapte op langere termijn zijn duurzame inzetbaarheid en van-werk-naar-werktransities volgens Witjes de grote uitdagingen. “De ambitie moet zijn dat de WW nauwelijks nodig is, doordat mensen direct elders aan de slag kunnen. De WW is er dan alleen voor calamiteiten: wanneer het echt niet anders kan. Het zou goed zijn om in goede tijden te sparen voor het opleiden in minder goede tijden, zoals in Zweden gebeurt. Zo ontstaat er meer continuïteit voor het ontwikkelen van werkenden.”

Dit artikel verscheen in Uitzendwerk – April 2019

Gerelateerde artikelen