ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Cao HBO: afspraken over werkgeversbijdrage pensioen voor uitzendkrachten

Sociale partners in de sector Hoger Beroepsonderwijs (HBO) hebben besloten dat per 1 september 2019 ook de werkgeversbijdrage aan de pensioenopbouw onder het principe ‘gelijk loon voor gelijke arbeid’ zal komen te vallen.

De gelijke beloning van uitzendkrachten en gedetacheerden is neergelegd in artikel B-4 van deze cao HBO. Via een vergewisbepaling is geregeld dat het schoolbestuur, de inlener, zich er van moet vergewissen dat uitzendkrachten en gedetacheerden ook inderdaad conform de cao HBO beloond worden. Hierover moet het schoolbestuur, de inlener, indien noodzakelijk, afspraken maken met het uitzendbureau.

Per 1 september gaat dit nu dus ook gelden voor pensioen. Volledige gelijkstelling zou betekenen dat uitzendkrachten moeten worden aangemeld bij het ABP. Dat is echter lang niet altijd mogelijk. Daarom is gezocht naar een alternatieve oplossing die uitzendkrachten zoveel mogelijk faciliteert in het opbouwen van pensioen. Voor deze alternatieve regeling is aansluiting gezocht bij de regeling zoals die sinds kort ook geldt voor payrollkrachten werkzaam bij de sector Gemeenten.

De oplossing valt uiteen in twee delen:

  1. Een aan de hogeschool ter beschikking gestelde uitzendkracht moet vanaf de eerste werkdag worden aangemeld als deelnemer aan de Plusregeling van StiPP.
  2. Aan het salaris van de uitzendkracht moet de eerste werkdag een toeslag toegevoegd ter grootte van 7% van het salaris.

De opslag van 7% overbrugt het verschil tussen de werkgeverspremie in de Plus-regeling en de werkgeversbijdrage in de OP/NP-regeling van het ABP. Bij de vaststelling van de opslag is gekozen voor één vast percentage, ondanks dat het percentage in de praktijk afhankelijk is van het salaris. Het per individu vaststellen van de opslag zou echter aanzienlijke administratieve lasten met zich meebrengen. De 7% vertegenwoordigt het verschil tussen de gemiddelde werkgeversbijdrage in de StiPP-Plus regeling en die in de ABP-pensioenregeling, rekening houdend met de gemiddelde personeelslast in het hbo en het niveau van relevante grootheden in 2019. Gelet op de variabiliteit hiervan kan het percentage in de toekomst veranderen.

Bovenstaande regeling is niet van toepassing op AOW-gerechtigden die in dienst treden na de ingangsdatum van hun AOW-gerechtigde leeftijd.

De regeling kent geen terugwerkende kracht.

Omdat de regeling voor uitzendkrachten van de HBO-instellingen gebaseerd is op de regeling voor payrollkrachten van de sector Gemeenten, attenderen wij u op het memo dat wij destijds hebben opgesteld ten behoeve van onze leden die payrollen in de gemeentelijke sector.

Gerelateerde artikelen