ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

CBS: flexwerkers zijn enorm diverse groep

Afgelopen week publiceerde het CBS een uitgebreid ‘profiel van de flexwerkers in Nederland’.

In het artikel stellen zij dat flexwerkers een bijzonder heterogene groep vormen. Ze verschillen niet alleen in de mate van baan- en inkomenszekerheid, maar bijvoorbeeld ook wat betreft leeftijd en opleidingsniveau.

Belangrijkste conclusies van het CBS:

  • De piek in flex lijkt voorbij
  • Uitzendkrachten zijn het minst van alle flexkrachten tevreden met hun werk, nkomen en opleidingsmogelijkheden.

Het CBS komt met de volgende ‘feiten’ over de uitzendkracht:

1. Uitzendkrachten hebben, vergeleken met andere flexwerkers, volgens het CBS weinig baan- en werkzekerheid.
Een grafiek uit hetzelfde CBS-artikel laat toch wat anders zien: uitzendkrachten zitten in de middenmoot wat betreft of zij na een jaar later werkloos of inactief zijn.

Ook stroomde in 2018 bijna een kwart van de uitzendkrachten (24,3%) binnen een jaar door naar een vast dienstverband. De doorstroom van oproepkrachten naar vast is slechts 13,8%.

Van alle flexwerkers zijn uitzendkrachten wel het vaakst ontevreden over hun werkzekerheid: in 2019 gaf 35% van de uitzendkrachten aan hier ontevreden over te zijn. Uit eigen onderzoek onder ABU-uitzendkrachten in 2019 blijkt echter dat er een relatief grote groep (13%) is die juist behoefte heeft aan flexibiliteit.

2. Uitzendkrachten hebben een relatief laag inkomen
Het gemiddeld jaarinkomen van een uitzendkracht is 26.200 euro (2018). Het gemiddelde inkomen van een werkende in Nederland was in 2018 44.000 euro. Het ligt precies in de middenmoot in vergelijking met andere typen flexcontracten. Het primaire inkomen van uitzendkrachten is daarmee niet het allerslechtst.

Het negatieve aspect zit vooral in het gestandaardiseerd inkomen (het besteedbaar huishoudensinkomen, gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden). Daar zie je wel dat uitzendkrachten slechter ‘scoren’ dan andere flexibele arbeidscontracten.

Uitzendkrachten zijn wel het vaakst van alle flexwerkers ontevreden over hun verdiensten. Meer dan een derde (35,6%) van de uitzendkrachten is niet tevreden met zijn salaris. In ons eigen onderzoek onder ABU-uitzendkrachten kwam naar voren dat 16% ontevreden is over het salaris.

3. Uitzendkrachten zijn het minst tevreden over opleidingsmogelijkheden.
Van alle flexkrachten zijn de uitzendkrachten het meest ontevreden over de leermogelijkheden op het werk. Dit geldt voor 28,5% van de uitzendkrachten.

Een derde (34%) van alle uitzendkrachten geeft overigens aan wel in 2017 en/of 2018 een cursus of opleiding te hebben gevolgd, wat gemiddeld is voor flexkrachten.

Gerelateerde artikelen