ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Intelligence Group: arbeidsmarkt op een keerpunt

Ondanks de krimpende economie is de arbeidsmarkt nog altijd krap. Toch lijkt de arbeidsmarkt zich nu wel op een keerpunt te bevinden, dat blijkt een onderzoek van de Intelligence Group. Zij onderzochten het arbeidsmarktgedrag van de Nederlandse beroepsbevolking onder een steekproef van ruim 4.000 personen in het vierde kwartaal van 2023.

De arbeidsmarktactiviteit (het aandeel mensen dat actief op zoek is naar ander werk) is – ondanks de lage werkloosheid – wat toegenomen. Dat betekent dat het (actieve) arbeidsaanbod iets groter is. Ook het aandeel mensen dat nieuw/ander werk heeft gevonden vertoont een afvlakking. En de sourcingsdruk, die aangeeft in welke mate mensen benaderd worden voor nieuw/ander werk, is voor het eerst in drieënhalfjaar niet toegenomen. Tot slot laat ook de verwachte zoekduur naar een baan geen verdere daling zien. Het zijn allemaal geen spectaculaire veranderingen, maar alles bij elkaar laat toch een beeld zien van een arbeidsmarkt die in ieder geval niet nóg krapper wordt en naar verwachting iets minder oververhit zal worden.

De belangrijkste cijfers uit het onderzoek:

  • De arbeidsmarktactiviteit, de mate waarin de Nederlandse beroepsbevolking actief op zoek is naar een baan, is in vergelijking met vorig kwartaal gestegen. Ook ten opzichte van het vierde kwartaal van 2022 is er sprake van een toename. Iets minder dan één op de acht personen uit de Nederlandse beroepsbevolking (12,0%) is actief op zoek naar een nieuwe baan. Onder werkenden is dat slechts één op de twaalf (7,9%). De groep latente baanzoekers – zij die niet zozeer actief op zoek zijn, maar wel open staan voor (ander) werk – is met 44,9% ruim drieënhalf keer zo groot als de groep actieve baanzoekers. In de strijd om personeel is daarom vooral het vinden, benaderen en verleiden van de latente baanzoeker belangrijk.
  • Bij het aantal baanwisselingen lijkt er sprake van een afvlakking. Ten opzichte van het vorige kwartaal was er in absolute zin geen verandering in het aantal mensen dat ander/nieuw werk vond. In relatieve zin wel, het aandeel baanwisselaars/-vinden nam af van 21,1% naar 21,0%. Ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar is er nog wel sprake van een toename (+15 duizend / +0,1%), maar de groei is beduidend lager dan in voorgaande kwartalen. De mobiliteit/dynamiek is de laatste jaren zeer hoog. Het betreft overigens niet uitsluitend mensen die van baan wisselen, al is dit wel de grootste groep binnen de ruim 1,8 miljoen baanwisselaars. Ook degenen die vanuit een niet-werkende situatie een baan hebben gevonden worden meegeteld. Wanneer de werkgelegenheid toeneemt wordt het aandeel van deze groep groter.
  • De sourcingsdruk is met 41,6% in het vierde kwartaal onveranderd gebleven. Dat was voor het eerst sinds halverwege 2020 (corona). Ten opzichte van vorig jaar is er sprake nog wel sprake van een lichte toename. Nog altijd worden heel veel mensen uit de Nederlandse beroepsbevolking benaderd door werkgevers/recruiters/bureaus voor een nieuwe baan. Waarschijnlijk ook ingegeven door de passiviteit van de beroepsbevolking (de lage arbeidsmarktactiviteit). De sourcingsdruk is een belangrijke indicator van schaarste op de Nederlandse arbeidsmarkt.
  • De werkloosheid in Nederland is al geruime tijd zeer laag. Op dit moment is die 3,6% (december 2023). Het CPB voorziet in haar meest recente prognose (augustus 2023) een lichte toename naar 4,0% in 2024, maar dat is alsnog relatief laag. De arbeidsmarkt blijft daarom naar verwachting krap.
  • De te verwachte zoekduur naar een nieuwe baan is in het vierde kwartaal gestabiliseerd. Deze zoekduur is gebaseerd op de periode die mensen zélf aangeven nodig te hebben voor het vinden van nieuw werk. Het kan gezien worden als vertrouwensindicator van werknemers in de arbeidsmarkt. Met 3,0 maanden is de verwachte zoekduur nog steeds het laagst sinds de start van de metingen in 2011.
  • Het aandeel baanvinders dat direct een vast contract kreeg is in het vierde kwartaal weer wat gestegen. In het vierde kwartaal gaf 44,0% van de baanvinders aan dat ze direct een vast contract kregen (ten opzichte van 43,0% in het vorige kwartaal). Enerzijds hebben werkgevers te maken met een zeer krappe arbeidsmarkt en proberen ze personeel te verleiden en/of te binden met een vast contract. Anderzijds ervaren ze een afkoelende economie en is er onzekerheid over de toekomst. In tweede kwartaal van 2023 lag het aandeel vaste contracten voor baanvinders op het hoogste punt (44,9%). Nu is dat wat lager, niettemin ligt het aandeel nog steeds erg hoog. Begin 2020, vlak voor het uitbreken van de coronacrisis, was het aandeel ook hoog. Daarna was er sprake van een daling, maar sinds eind 2021 nam het aandeel vaste contracten onder baanvinders weer toe. De cijfers passen bij het beeld van een krappe arbeidsmarkt.

Aantal vacatures

In 2022 ontstonden er bijna 1,6 miljoen miljoen nieuwe vacatures volgens het CBS. Dat is een flinke stijging ten opzichte van de 1,4 miljoen nieuwe vacatures in 2021. Wederom werd een record gebroken als het gaat om het aantal nieuwe vacatures. De vacaturegraad (het aantal vacatures t.o.v. het aantal banen van werknemers) bereikte met 17,4% ook een record (het gemiddelde van de afgelopen 25 jaar ligt op 11,8%). Het ongekende vacaturevolume ging (en gaat) bovendien gepaard met een beperkt aanbod van arbeid. De krapte op de arbeidsmarkt was dan ook niet eerder zo groot. De meest recente prognose van het CPB en het UWV over de Nederlandse economie en arbeidsmarkt zijn doorgerekend in het vacaturemodel.

De verwachting op basis van het model is dat het aantal vacatures in 2023 wat is afgenomen tot 1,4 miljoen. Definitieve cijfers volgen half februari, maar alleen al in de eerste drie kwartalen van 2023 ontstonden 1,1 miljoen vacatures. In 2024 en 2025 zal het aantal vacatures eveneens rond de 1,4 miljoen liggen. Het totaal aantal vacatures alsmede de vacaturegraad blijven daarmee relatief hoog.

Bron: Intelligence Group

Gerelateerde artikelen