ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Over werkloosheid en Awf-premie per 1-1-2020

Tot 2018 was het gebruikelijk dat werkloosheidsuitkeringen voor de eerste 6 maanden van werkloosheid gefinancierd werden door sectorfondsen en dat langdurige werkloosheid gefinancierd werd door één landelijk fonds. Door deze structuur werd de Awf-premie per sector vastgesteld en had iedere sector zijn eigen premiepercentage. Met de komst van de wet Arbeidsmarkt in Balans wordt dit echter fundamenteel anders. De grondslag van de Awf-premie is niet langer een fonds dat moet worden gevuld zodat alle WW-lasten kunnen worden gedragen. Ook geldt niet langer dat de Awf-premie sectorafhankelijk is.

In het nieuwe stelsel wordt de premiehoogte per type contract vastgesteld. Men maakt hierbij onderscheid naar contracten (met een vaste omvang) voor onbepaalde tijd en overige contracten. Contracten voor onbepaalde tijd krijgen een lage Awf-premie en alle andere contractvormen krijgen te maken met een hoge Awf-premie. De gedachte hierachter is dat de overheid graag een financiële prikkel introduceert die het voor werkgevers aantrekkelijker maakt om arbeidscontracten voor onbepaalde tijd en vaste omvang aan te gaan.

Een vaste omvang is overigens een belangrijke voorwaarde voor een lage Awf-premie. De lage premie mag alleen worden toegepast als er ook sprake is van een vastgesteld aantal uren per periode (bijvoorbeeld per week of per maand). Dat betekent ook dat als er sprake is van een uitsluiting loondoorbetaling (als er geen werk is), of als er sprake is van een oproepovereenkomst, alsnog de hoge premie van toepassing is, ook als het een contract voor onbepaalde tijd betreft.

Het zogenaamde ‘jaarurenmodel’ heeft een aparte positie in de regelgeving. In een jaarurenmodel is vastgelegd hoeveel uur er op jaarbasis gewerkt wordt, maar is de planning van de uren flexibel in te vullen. Belangrijk onderdeel van het jaarurenmodel is dat het salaris gelijkelijk over het jaar verdeeld wordt. Op deze manier heeft de werknemer zekerheid van werk en inkomen en mag daarom voor een contract voor onbepaalde tijd met een jaarurenmodel wél de lage premie worden toegepast.

Vaststelling hoogte van de premie

De hoogte van de premie wordt per 2020 door de minister vastgesteld. Hij heeft daarvoor veel politieke vrijheid om de premie vast te stellen. Twee uitgangspunten dienen hierbij in acht te worden genomen. Ten eerste is wettelijk vastgelegd dat er een verschil in premie is voor contracten onbepaalde tijd met vaste omvang en overige contracten. Ten tweede is bepaald dat het verschil tussen beide premies vijf procentpunten bedraagt.

Oproepcontracten

Oproepcontracten krijgen per definitie altijd een hoge Awf-premie, ook als dit contracten zijn voor onbepaalde tijd. De gedachte hierachter is dat de werknemer idealerwijs een contract voor onbepaalde tijd én met vaste omvang heeft, zodat hij zeker is van werk en inkomen. Oproepcontracten voldoen hier niet aan, omdat de omvang niet vaststaat.

Voorbeelden van oproepcontracten zijn:

  • Min-max overeenkomsten
  • Nuluren-contract
  • Contracten met uitsluiting loondoorbetaling

Lees ook het artikel ‘Oproepovereenkomst volgens de Wab‘.

Uitzonderingen

Voor twee groepen wordt een uitzondering gemaakt op de verder eenvoudige regeling. De eerste uitzondering betreft de jonge medewerker die het werk als bijbaan heeft en waarvan de politiek vond dat hiervoor géén hoge premie zou mogen gelden. Als norm voor een bijbaan is gesteld dat de werknemer jonger dan 21 jaar dient te zijn en dat hij minder dan 12 uur per week werkzaam is. Omdat er niet op weekbasis loonaangifte wordt gedaan heeft men dit criterium om praktische redenen vertaald naar een bovengrens van 48 uur per 4 gewerkte (verloonde) weken. (Indien er sprake is van een maandaangifte geldt een bovengrens van 52 uur, maar dat is in de flexbranche minder gebruikelijk.) Per aangifte-periode wordt zodoende bepaald of de lage premie mag worden toegepast. Het kan daarbij zo zijn dat er in een bepaalde week meer is gewerkt dan 12 uur, zolang als het totaal van de betreffende 4 weken maar minder is dan 48 uur.

Een tweede groep betreft de werknemers die een beroepspraktijkopleiding volgen van de beroepsbegeleidende leerweg (de zogenaamde BBL-werknemers). Ook voor deze, zeer specifieke doelgroep geldt dat de lage Awf-premie mag worden toegepast.

Correcties terugwerkende kracht

Een belangrijk onderdeel van het WW-premiestelsel is dat oneigenlijk gebruik in alle vormen voorkomen dient te worden. Er zijn hiervoor op voorhand al enkele ‘constructies’ benoemd die niet zouden mogen leiden tot een lage Awf-premie. Indien dit het geval blijkt te zijn, is dan met terugwerkende kracht alsnog de hoge premie van toepassing. Het betreft bijvoorbeeld de volgende situaties:

        • Als binnen een kalenderjaar meer dan 30% extra wordt gewerkt dan in het contract is opgenomen
          Met deze maatregel wil men voorkomen dat werkgevers contracten aangaan met een laag aantal vaste uren en vervolgens zonder verplichtingen de werknemer meer uren werk te geven. Op deze manier zou er een ongewenste vorm van flex ontstaan en hiervoor alsnog de lage premie gelden. Om dit te voorkomen is bedacht dat als in een kalenderjaar meer dan 30% het aantal overeengekomen uren wordt overschreden, dat dan alsnog de hoge premie met terugwerkende kracht moet worden toegepast. Let op: indien het vastgestelde aantal uren 35 uur of meer per week bedraagt, geldt deze regel niet. De werknemer heeft dan voldoende zekerheid, is de gedachte.

       

        • Als een contract voor onbepaalde tijd wordt beëindigd in de proefperiode.
          De veronderstelling is dat zonder deze regel, de werkgever oneigenlijk gebruik zou maken van de lage Awf-premie door een contract voor onbepaalde tijd aan te bieden, maar vervolgens de proeftermijn gebruikt om de overeenkomst weer te beëindigen na maximaal 2 maanden. Daarom is bepaald dat contracten voor onbepaalde tijd die binnen 2 maanden worden beëindigd altijd met terugwerkende kracht de hoge premie moeten toepassen. Dit is ook het geval als de werknemer zelf besluit om in de proeftijd te stoppen. Hoewel dit in zo’n situatie niet betekent dat dit door toedoen van de werkgever is, dient hij desondanks de premieverhoging te betalen.

Gelijk speelveld

Door het premieverschil van 5% wordt een flexibel contract significant duurder gemaakt dan een contract voor onbepaalde tijd. Dit is natuurlijk ook de expliciete doelstelling van deze regeling geweest. Voor de flexbranche brengt het ook een positief element met zich mee. In tegenstelling tot het oude stelsel, gelden nu voor alle werkgevers, dus ook de inleners, dezelfde Awf-premies voor hun eigen personeel als ingehuurde krachten. Dat betekent dat het speelveld een stuk gelijker is dan voorheen.

Meer weten?

Wilt u meer weten over het ww-premiestelsel? Lees dan hieronder de veelgestelde vragen. Voor nog meer gedetailleerde informatie kunt u ook het kennisdocument van het ministerie van SZW (pdf) lezen. U vindt hier met name ook hoe een en ander in de salarisadministratie verwerkt dient te worden.

Veelgestelde vragen

WW-premie en ziektewet

  • Als een werknemer in de ziektewet zit, geldt voor deze werknemer de lage WW-premie? Geldt deze lage WW-premie ook voor deze werknemer als deze de uitkering krijgt van een Eigenrisicodrager?

    Ja. Of de ziektewet publiek of privaat geregeld is, doet niet ter zake. In beide gevallen is de lage ww-premie van toepassing.

Jaarurenmodel

  • Bij gebruik van een jaarurenmodel staat het werkgever en werknemer vrij om jaarlijks een andere jaarurennorm overeen te komen. Wanneer dat leidt tot een zodanig lager urenaantal dat dit tot een WW-aanspraak oplevert, moet dan toch de hogere premie worden afgedragen?

    Ja, hier geldt de hoofdregel dat als door een aanpassing binnen een jaar na aanvang van de dienstbetrekking recht op een WW-uitkering ontstaat, met terugwerkende kracht de hoge premie van toepassing wordt.

Aanpassing WW-premie met terugwerkende kracht

  • Als een werknemer binnen een jaar na aangaan van een contract OT een WW-uitkering aanvraagt, dient de WW-premie met terugwerkende kracht te worden aangepast. Hoe kan de werkgever weten dat dit het geval is?

    Werkgever is voortaan medebelanghebbende bij de WW-toekenning en krijgt vanaf 1-1-2020 dus een kopie van de WW-beschikking van het UWV.

  • Kan het zo zijn dat bij een ontslag uit een contract voor onbepaalde tijd binnen een jaar na aangaan van dit contract, een transitievergoeding betaald moet worden én dat de werkgever daarnaast met terugwerkende kracht 5% extra WW-premie moet betalen?

    Ja, het kan inderdaad voorkomen dat de werknemer recht heeft op een transitievergoeding en de WW-premie moet worden herzien. Dit is bijvoorbeeld het geval als de ww-uitkering wordt toegekend binnen een jaar na aangaan van een contract voor onbepaalde tijd. Dan moet naast de transitievergoeding óók de ww-premie worden herzien.

  • Wat gebeurt er als de werknemer met een contract onbepaalde tijd zelf ontslag neemt, iets anders gaat doen, maar vervolgens binnen het jaar een WW-uitkering krijgt? Is er dan een premie-aanpassing naar hoog met terugwerkende kracht van toepassing? Of geldt dit alleen voor de laatste werkgever?

    Nee. In de oorspronkelijke opzet van de Wab gold de regel dat de WW-premie met terugwerkende kracht wordt aangepast als er binnen een jaar na aangaan van een contract een WW-uitkering wordt toegekend uit hoofde van de betreffende dienstbetrekking. De minister heeft echter aangegeven dat dit deel van de regelgeving wordt uitgesteld tot nader order.

  • Wat gebeurt er als een werknemer met een contract onbepaalde tijd binnen twee maanden zelf ontslag neemt? Is dan met terugwerkende kracht de hoge WW-premie van toepassing?

    Ja, dit is onafhankelijk van of de werknemer of de werkgever opzegt in de proeftermijn. In beide gevallen geldt dat bij opzegging in de proeftijd (eerste twee maanden) met terugwerkende kracht de hoge premie moet worden toegepast.

  • Als ontslag bij een contract onbepaalde tijd op initiatief van werknemer komt, is er dan sprake van de hoge premie met terugwerkende kracht?

    Nee. In de oorspronkelijke opzet van de WAB, gold de regel dat de WW-premie met terugwerkende kracht wordt aangepast als er binnen een jaar na aangaan van een contract een WW-uitkering wordt toegekend. De minister heeft echter aangegeven dat dit deel van de regelgeving wordt uitgesteld tot nader order.

  • Over werkloosheid en Awf-premie per 1-1-2020

Opvolgende overeenkomsten, opvolgend werkgeverschap

  • Nu kan het zo zijn dat binnen één doorlopende inkomstenverhouding de loongegevens van twee of meer opeenvolgende plaatsingen (uitzendovereenkomsten) worden aangeleverd in de loonaangifte. Na 1-1-2020 kan voor de ene plaatsing de hoge WW-premie van toepassing zijn en voor de andere de lage WW-premie. Hoe wordt dit straks verwerkt in de loonadministratie?

    Als op hetzelfde moment op twee verschillende arbeidsovereenkomsten verschillende Awf-premies van toepassing zijn, moet dat in aparte inkomstenverhoudingen worden opgegeven.

Uitzondering bijbanen voor WW-premie

  • Wanneer wordt het criterium van ’48 uur per 4 weken’ getoetst en de premie vastgesteld? Kan het zo zijn dat een bijbaner afwisselend per tijdvak een hoge en dan weer lage premie heeft?

    De 48 uren-grens moet elk aangiftetijdvak apart worden getoetst. Het kan dus voorkomen dat afwisselend per tijdvak hoog en dan weer laag geldt.

Loonaangifte

Gerelateerde artikelen