Jacco Vonhof (voorzitter MKB-Nederland):“Laten we werken aan een nieuwe polder”6 dec 2018


Jacco Vonhof (voorzitter MKB-Nederland)

Als u kijkt naar de arbeidsmarkt, waar zitten ondernemers dan het meest op te wachten?

“Ondernemers hebben op dit moment grote behoefte aan gekwalificeerde werknemers. Er is sprake van een forse krapte op de arbeidsmarkt, er zijn 200.000 onvervulde vacatures. Dat is een enorm aantal. Maar we zien ook dat er nog altijd meer dan een miljoen mensen langs de kant staan. Mensen die veelal wel willen werken, maar dat nog niet kunnen. Of omdat ze een zetje nodig hebben, of omdat hun arbeidsverleden niet past bij de vraag op de arbeidsmarkt. Het bijeenbrengen van vraag en aanbod zie ik als een van de grote uitdagingen voor de komende jaren.”

Heeft die krapte u verrast?

“Nee, het heeft mij niet verrast. Ik heb zelf al vijfentwintig jaar een eigen schoonmaakbedrijf. Begin deze eeuw was er ook grote krapte en konden we de mensen niet aanslepen. Door de economische crisis van de afgelopen jaren is het probleem naar de achtergrond verdwenen. Maar als je daar doorheen had gekeken en je ziet onze demografische ontwikkeling, dan was het duidelijk dat dit opnieuw ging gebeuren.”

Als je meer vaste banen wilt, dan moeten de kosten op arbeid omlaag. - Jacco Vonhof, voorzitter MKB-Nederland

Hoe brengen we de arbeidsmarkt weer meer in balans?

“Ik denk dat een bredere visie ontwikkeld moet worden om naar de arbeidsmarkt en de toekomst van die arbeidsmarkt te kijken. Met als ambitie om ervoor te zorgen dat iedereen die wil werken, ook kán werken. Door opleidingen, om- en bijscholing of het aanpassen van functies. Daarnaast ligt er een opgave om de arbeidsdeelname te verhogen. Er zitten nu nog te veel negatieve prikkels in ons systeem. Een uitkeringsgerechtigde gaat er op achteruit als hij gaat werken, door het verlies van toeslagen en subsidies. En als twee partners werken, dan gaan ze door hoge kosten voor kinderopvang er nauwelijks op vooruit. Als wij als samenleving willen dat er meer mensen gaan werken, dan zullen we dat moeten faciliteren. Ten slotte ligt er de vraag hoe we onze arbeidsproductiviteit kunnen verhogen. Ik geloof dat automatisering en robotisering daar een bijdrage aan kunnen leveren. Maar het betekent óók dat we ervoor moeten zorgdragen dat mensen die in de ene sector overbodig worden, in een andere sector weer aan het werk kunnen.”

Een meer integrale benadering van de arbeidsmarkt dus?

“Ja, we moeten nadenken over hoe we onze arbeidsmarkt slimmer en beter kunnen inrichten. Het aanpakken van die mismatch kan niemand alleen. Daar is naar mijn idee een brede coalitie voor nodig met een forse investeringsagenda, waarin het onderwijs, de overheid en het bedrijfsleven zijn vertegenwoordigd. Ik noem het wel eens het werken aan een nieuwe polder: we zitten nu nog op het oude land, maar willen nieuw land veroveren op het wassende water.”

Vraagt dat ook om nieuwe sociale wetgeving?

“Zeker. Ons systeem van sociale wetgeving werkt niet meer. Als wij aan knopjes draaien, verwachten we dat er gebeurt wat we willen. Maar de knopjes zijn dolgedraaid, dus gebeuren er dingen die we vooral niet willen. Zo groeit bijvoorbeeld al jaren het aantal zelfstandigen zonder personeel; dat is voor mij een andere groep dan de ondernemers zonder personeel, de échte zelfstandigen. We proberen dat te stoppen, maar het lukt niet. Ik heb het dan over mensen die vroeger een baan hadden en zich nu voor het dubbele geld laten inhuren door hun oude werkgever. En dan dus niet meer bijdragen aan ons premiestelsel. Terwijl ze wél de zelfstandigenaftrek voor ondernemers gebruiken en daarmee de regeling onder druk zetten. Dat klopt gewoon niet meer. Als we daar iets aan willen doen, zullen we een nieuw systeem moeten bouwen.”

U zegt eigenlijk: door misbruik wordt het systeem uitgehold…

“Ja, je ziet dat ook bij de platformeconomie. Er zijn tientallen online bedrijven waar mensen zich kunnen verhuren, zoals Uber en Deliveroo. In mijn branche, de schoonmaak, heb je Helpling. De bedrijven die daarachter zitten, dragen in Nederland niet of nauwelijks belasting en premies af en hun werknemers hebben geen recht op ziektegeld of een pensioenregeling. Dus moeten we op zoek naar nieuwe manieren om belastingen en premies te heffen. Anders is er straks simpelweg geen geld meer om onze sociale zekerheid overeind te houden.”

Ziet u de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) ook als sleutelen aan het oude systeem?

“Dat is daar ook een voorbeeld van. Er zitten zeker goede elementen in de wet. Zoals het feit dat ontslag makkelijker wordt en de vijf maanden proeftijd. Maar die 5%-punt malus voor flex, daar begrijp ik helemaal niets van. Binnen mijn schoonmaakbedrijf hebben wij een natuurlijk verloop van 30%. Als mensen nieuw binnenkomen, geef je ze niet direct een vast contract. Je wilt eerst toch even kijken wat voor vlees je in de kuip hebt. Voor al die mensen met een tijdelijk contract moeten wij een hogere WW-premie gaan betalen. Moet je je voorstellen hoeveel mensen bij ons onder de definitie ‘flex’ vallen en in één klap duurder worden. Je ontmoedigt daarmee geen flex, maar je maakt gewoon alle nieuwe medewerkers van bedrijven duurder. Zonder dat er vaste banen voor in de plaats komen.”

Wat vindt u van de nieuwe wetgeving rond payrolling die in de WAB wordt aangekondigd?

“Als een werkgever payrolling puur en alleen inzet om kosten te verlagen, deugt het niet. Dat moeten we niet willen. Maar voor veel mkb-ondernemers is het een zeer waardevolle vorm van hr-dienstverlening. De werkgeversrisico’s worden beperkt en het payrollbedrijf ontzorgt de mkb’ers bij scholing, loopbaanbegeleiding en verzuimbegeleiding. Maar payrollen is in de frame van ‘concurrentie op arbeidsvoorwaarden’ terechtgekomen. En daarom moet payrollen een kopje kleiner worden gemaakt. Dus om de malafide payrollbedrijven aan te pakken, hakken we ook de kop af van bonafide payrollers. Maar als payrolling verdwijnt, komt het in een nieuwe gedaante terug. Want de behoefte bij ondernemers verandert niet. Het leidt dus ook niet tot minder flex. Als je meer vaste banen wilt, dan moeten de kosten op arbeid omlaag. De lasten en premies op arbeid zijn gemiddeld 45%, waarvan 21% voor rekening van werkgevers en 24% voor rekening van werknemers komt. Een vast contract is voor een werkgever gewoon heel erg duur, terwijl een werknemer er vaak netto weinig aan overhoudt. In mijn eigen bedrijf kost een schoonmaker 20 euro per uur. De schoonmaker zelf houdt netto 9 euro over. Dan is het toch niet gek dat hij zich voor 15 euro aan Helpling wil verhuren?”

Tot slot: welke rol ziet u voor de uitzendbranche in de arbeidsmarkt van de toekomst?

“De bij de ABU aangesloten uitzend- en payrollondernemingen zijn professionele bedrijven die werken volgens een keurige cao. Dat valt verre te prefereren boven platformwerk of andere vormen van ongereguleerde flexibiliteit. Ik denk dat al die ABU-leden een grote rol kunnen spelen bij het realiseren van een toekomstgerichte, ontwikkelgerichte en inclusieve arbeidsmarkt. De alliantie Samen werken voor werk - die de ABU samen met Cedris, NRTO en OVAL heeft gevormd - vind ik wat dat betreft een prachtig initiatief. Het is een mooi voorbeeld van samenwerken over je eigen grenzen heen. Met als uitdaging om al die mensen die op een of andere manier een afstand tot de arbeidsmarkt hebben, duurzaam aan het werk te helpen.”

 

Over Jacco Vonhof

Sinds begin september is de Zwolse ondernemer Jacco Vonhof de nieuwe voorzitter van MKB-Nederland. Als ‘gesjeesde rechtenstudent’ begon hij vijfentwintig jaar geleden met een ladder en bestelbusje voor zichzelf als glazenwasser. Inmiddels heeft zijn bedrijf, Novon Schoonmaakbedrijven, 2.000 medewerkers in dienst. Als voorzitter van MKB-Nederland vertegenwoordigt hij nu 170.000 aangesloten ondernemers.