Table of Contents Table of Contents
Previous Page  7 / 110 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 7 / 110 Next Page
Page Background

C A O V O O R U I T Z E N D K R A C H T E N 2 0 1 2 - 2 0 1 7

7

Collectieve Arbeidsovereenkomst voor Uitzendkrachten

De ondergetekenden, te weten:

1.

Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), gevestigd te Amsterdam,

als partij ter ene zijde,

2. a. FNV, gevestigd te Amsterdam,

b. CNV Vakmensen, gevestigd te Utrecht,

c. De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening, gevestigd te Culemborg,

d. LBV, gevestigd te Rotterdam,

ieder als partij ter andere zijde,

overwegende dat:

n

in april 1996 door de Stichting van de Arbeid het advies over Flexibiliteit en zekerheid,

Nota

flexibiliteit en zekerheid, publicatienummer 2/96, 3 april 1996

aan de regering werd uitgebracht. In

dit advies is onder meer de toekomstige arbeidsrechtelijke relatie tussen uitzendonderneming

en uitzendkracht beschreven;

n

cao-partijen in de uitzendbranche in april 1996 als onderdeel van bovenstaand advies een con-

venant zijn overeengekomen, waarin afspraken zijn gemaakt over de rechtspositie, pensioen en

scholing voor uitzendkrachten. Dit convenant dient te worden bezien in samenhang met dat deel

van het advies van de Stichting van de Arbeid dat ingaat op de toekomstige arbeidsrechtelijke

relatie tussen uitzendkracht en uitzendonderneming;

n

in vervolg op het advies van de Stichting van de Arbeid per 1 januari 1999 de Wet Flexibiliteit en

zekerheid is ingevoerd;

n

per 1 januari 1999 cao-partijen een vijfjarige cao zijn overeengekomen, waarin uitvoering is gege-

ven aan de afspraken in het hiervoor genoemde convenant;

n

in oktober 2001 door de Stichting van de Arbeid het advies

Arbeidsvoorwaarden van uitzendwerk-

nemers, de verhoudingen tussen uitzend-CAO’s en CAO’s van inlenende ondernemingen (Publicatie-

nummer 10/01)

, werd uitgebracht;

n

nadien door cao-partijen in de

CAO voor Uitzendkrachten

onder meer de definitie van de inle-

nersbeloning is geïntroduceerd;

n

de

Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van

19 november 2008 betreffende uitzendarbeid (PbEU 2008, L 327)

in 2012 heeft geleid tot herover-

weging van het loonverhoudingsvoorschrift en aanpassing van artikel 8 WAADI per 27 april 2012

(

Staatsblad

173, 26 april 2012), dat zijn vormgeving heeft gekregen in deze cao;

n

de Wet werk en zekerheid gefaseerd in werking treedt per 1 januari 2015, 1 juli 2015 respectieve-

lijk 1 januari 2016;

n

met ingang van 30 maart 2015 de inlenersbeloning dient te worden toegepast vanaf de eerste dag

van de verblijfsduur bij de inlener, behalve ten aanzien van de uitzendkracht die behoort tot een

specifieke groep, zoals door cao-partijen overeengekomen op 12 juli 2012 en 30 september 2014.

Komen overeen:

de collectieve arbeidsovereenkomst voor uitzendkrachten, bestaande uit de hierna volgende artike-

len, bijlagen en protocollen.