Minister Koolmees over de toekomst van de arbeidsmarkt: “De balans op de arbeidsmarkt is verstoord geraakt”12 feb 2018


Minister Koolmees portret.JPG

Ruim drie maanden is Wouter Koolmees nu als minister aan de slag. Het komende jaar liggen er diverse grote dossiers op hem te wachten. Hoe kijkt hij naar de toekomst van de arbeidsmarkt? Wat is de rol van flexibiliteit? En hoe kijkt hij naar uitzenden en payrolling?

Hoe vindt u dat onze arbeidsmarkt ervoor staat?

“De Nederlandse economie staat er goed voor en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zijn positief. De werkgelegenheid stijgt snel, de instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen is de helft van die in de jaren negentig en het aantal vacatures neemt fors toe. De werkloosheid is scherp gedaald van 6,9% van de beroepsbevolking in 2015 naar 4,9% in 2017. In de laatste vijftig jaar was er alleen eind jaren ’90 een grotere werkloosheidsdaling in zo’n korte tijd. De werkloosheid is in een paar jaar tijd met ruim 300.000 gedaald, van 699.000 naar 395.000. En er zijn alweer de eerste signalen van krapte. Dat is een grote ommekeer en biedt kansen om mensen die nu nog aan de kant staan weer aan het werk te helpen.”

We kunnen dus niet op onze lauweren rusten?

“Nee, zeker niet. Onze arbeidsmarkt is toe aan onderhoud. Door digitalisering, robotisering en globalisering zullen banen veranderen en verdwijnen. Volgens de OESO is het werk van 9% van de werkenden automatiseerbaar. Tegelijk komen er ook nieuwe banen bij. Een kwart van alle werknemers werkt in beroepen die in 1978 nog niet bestonden. We hoeven ons geen zorgen te maken dat deze ontwikkelingen een hogere werkloosheid veroorzaken. We hebben nu tien miljoen banen, het hoogste aantal ooit. Dus het aantal banen groeit door, maar tussen sectoren vinden grote verschuivingen plaats. Daarom is het belangrijk dat mensen over de juiste skills beschikken om duurzaam op de arbeidsmarkt te kunnen deelnemen. Investeren in scholing, een Leven Lang Ontwikkelen en duurzame inzetbaarheid is essentieel.”

Het is goed dat ‘publiek’ en ‘privaat’ de handen ineenslaan en daarmee nieuwe kansen bieden.

Op welke gebieden is nog meer onderhoud nodig?

“De balans op de arbeidsmarkt is verstoord geraakt. Of werkgevers een flexibele of vaste arbeidsrelatie aangaan, wordt vaak bepaald door de kosten en risico’s die ermee samenhangen. Als Tweede Kamerlid heb ik veel met werkgevers gesproken. Vooral werkgevers in het mkb zeggen: ‘die stapeling risico’s nopen mij ertoe om van flexcontracten gebruik te maken. Maar eigenlijk wil ik het niet.’ Daarom hebben we in het regeerakkoord vastgelegd dat we die risico’s willen verkleinen, door het ontslagrecht te versoepelen en de periode van loondoorbetaling bij ziekte te verkorten. Op die manier willen we vast en flex dichter bij elkaar brengen.”

Welke uitdagingen ziet u verder?

“De vernieuwing van ons pensioenstelsel. Hoe we met de groeiende groep van zelfstandigen omgaan. Hoe we de kloof tussen vaste contracten en flexibele arbeid verder verkleinen. Hoe we zekerheid en bescherming organiseren in een arbeidsmarkt die flexibiliseert. Maar tevens: hoe we belemmeringen wegnemen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Er liggen volop uitdagingen. Daarom willen we graag met de sociale partners in gesprek om te komen tot een agenda voor de arbeidsmarkt van de toekomst.”

Hoe belangrijk is flexibiliteit voor onze arbeidsmarkt?

“Op de arbeidsmarkt is behoefte aan flexibiliteit, zowel bij werkgevers als bij werkenden. Economisch hebben we veel baat bij een flexibele schil. Maar we moeten voorkomen dat bepaalde vormen van flexwerk benut worden om te concurreren op arbeidsvoorwaarden. Daar willen we als kabinet tegen optreden.”

Hoe kijkt u in dat licht naar uitzendwerk?

“Uitzendwerk is een goed gereguleerde vorm van flex, met een eigen cao. Er is helemaal geen intentie van dit kabinet om uitzendwerk aan te pakken. Ik draag alle goede uitzendbureaus een warm hart toe. En juist de uitwassen, de malafide uitzendbureaus wil ik keihard aanpakken.”

Klopt het dat u ooit onderzoek deed naar uitzendwerk?

“Ja, dat klopt. Aan het begin van mijn carrière werkte ik als onderzoeker bij het Nederlands Economisch Instituut. Toen heb ik ook onderzoek gedaan voor de ABU. Niet alleen is uitzendwerk belangrijk om aan de flexibiliteitswensen van bedrijven te voldoen, maar het heeft ook een belangrijke sociale component. Namelijk dat je mensen op een laagdrempelige manier begeleidt naar werk. Dat vind ik heel erg positief. En daarmee maken ze later ook meer kans op een vaste baan.’’

Kunnen uitzendorganisaties de komende jaren een rol spelen?

“Ja, zonder meer. We komen vanuit een situatie waarbij het vooral ging over hoe we voorkomen dat mensen werkloos worden. Door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt is nu de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat werkgevers mensen kunnen plaatsen op de juiste vacature. Ik denk dat de uitzendbranche een belangrijke rol kan hebben bij het ontwikkelen van mensen en het arbeidsmarkfit maken van werkzoekenden.”

Onlangs heeft de alliantie Samen werken voor werk – bestaande uit ABU, OVAL, Cedris en NRTO – u een aanbod gedaan. Om door een intensievere publiek-private samenwerking de 1,5 miljoen mensen die nog aan de kant staan, aan de slag te helpen. Een goed initiatief?

“Zeker een mooi initiatief. En natuurlijk voor ons allemaal ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat er meer kansen komen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Samen ervoor zorgen dat er een inclusieve arbeidsmarkt komt, waar voor iedereen plaats is en waar iedereen ook op zijn plek is. Het is daarom goed dat ‘publiek’ en ‘privaat’ de handen ineenslaan en nieuwe kansen bieden. Voor mensen kan dat een opstap zijn naar uiteindelijk misschien zelfs een vaste baan.”

Eerder heeft de alliantie gepleit voor een persoonlijk opleidingsbudget en een periodieke arbeidsmarktscan, om een impuls te geven aan een Leven Lang Ontwikkelen. Hoe ziet u dat?

“Zeggenschap en regie over je eigen opleiding en eigen loopbaan is ontzettend belangrijk. In het regeerakkoord staat dat we op dat vlak een doorbraak willen bereiken. In de derde week van mijn ministerschap heb ik al een bedrag beschikbaar gesteld voor een ontwikkeladvies voor 25.000 mensen van 45 jaar of ouder. Iedereen zal langer moeten doorwerken en dan is het wezenlijk dat je blijft kijken hoe je duurzaam inzetbaar kunt blijven. Met deze 25.000 mensen zetten we een eerste stap. Als dit slaagt, gaan we het wat mij betreft verder uitbreiden.”

In het regeerakkoord staat dat het kabinet wil kijken naar een ander financieringsmodel voor de WW-premiedifferentiatie. Uit een rapport van SEO Economisch Onderzoek blijkt dat er betere alternatieven zijn. Staat u daarvoor open?

“We zullen als ministerie zeker goed kijken naar dit rapport, maar het is nu te vroeg om daar al conclusies aan te verbinden. Maar mocht er een slimmere vormgeving mogelijk zijn, dan sta ik daar zeker voor open.”

Ook aan payrolling is in het regeerakkoord een passage gewijd. De ‘ontzorgende rol’ moet mogelijk blijven. Hoe gaat u dat vormgeven?

“Payrollbedrijven hebben, net als uitzendbureaus, een toegevoegde waarde voor de arbeidsmarkt. Doordat ze werkgevers ontzorgen, die hr-taken niet als hun belangrijkste taak zien. Doordat ze de administratieve rompslomp overnemen van bedrijven, en daarmee de angst wegnemen voor het in dienst nemen van personeel. Echter: oneigenlijke vormen van payrolling, die alleen maar dienen om onder de cao te gaan zitten, willen we aanpakken. Dat is oneigenlijke concurrentie en dat willen we niet. Maar payrolling als zodanig blijft mogelijk. Het zal nog een uitdaging zijn om dat in wetgeving te gieten. Daarom ga ik de komende tijd ook met payrollbedrijven in overleg over hoe we dit kunnen vormgeven.”

Tot slot: hoe staat het kabinet in de discussie over zzp en de platformeconomie?

“Eigenlijk hetzelfde. Uitgangspunt moet een gelijk speelveld zijn. Vandaar dat in het regeerakkoord staat dat we een minimumtarief tussen de 15 en 18 euro willen aan de onderkant van de zzp-markt. Om te voorkomen dat er een race to the bottom ontstaat. Zo kijken we ook naar de platformeconomie. Aan die nieuwe platforms zitten positieve, innovatieve kanten. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat werkenden voldoende zekerheid en perspectief behouden. Dat past dus in de bredere visie van dit kabinet: goede vormen van flexibiliteit behouden, maar reguleren daar waar nodig.”

Over Wouter Koolmees

Wouter Koolmees begon zijn loopbaan als onderzoeker bij het Nederlands Economisch Instituut. Daarna bekleedde hij verschillende leidinggevende functies bij het ministerie van Financiën. In 2010 werd hij Kamerlid voor D66. Samen met fractievoorzitter Alexander Pechtold onderhandelde hij namens D66 over het nieuwe kabinet. Op 26 oktober 2017 werd hij benoemd tot minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.