ABU-voorzitter Sieto de Leeuw: “Uitzendwerk moet zich verder emanciperen”18 mei 2017


ABU-voorzitter Sieto de Leeuw 1.JPG

Op 11 april jongstleden is Sieto de Leeuw door de Algemene Ledenvergadering benoemd tot de nieuwe voorzitter van de ABU. In een tijd dat er op de arbeidsmarkt sprake is van een toenemende polarisatie, ziet De Leeuw het als zijn taak om verschillen te overbruggen en de maatschappelijke rol van uitzendwerk verder te versterken.

Welke uitdagingen ziet u als nieuwe voorzitter?

“In eerste aanleg natuurlijk opkomen voor de belangen van onze leden en daarmee voor een goede werking van de arbeidsmarkt. Als sector maken wij groei en vernieuwing mogelijk en dat wil ik verder stimuleren. Te vaak gaan de discussies over flexibilisering alleen over uitzenden, terwijl uitzenden nog geen 8% van de flexibele schil uitmaakt en uitstekend is gereguleerd. Onze branche biedt veel mensen de opstap naar werk en geeft daarnaast tienduizenden een vast inkomen. We hebben daarmee een onmisbare functie voor de arbeidsmarkt. Deze boodschap wil ik blijven uitdragen. Daarnaast: de ABU is een sterk merk. Ik vind het essentieel om dat sterke merk in stand te houden. We zullen blijven vechten voor kwaliteit.”

Wat kunnen mensen van u in persoonlijk opzicht verwachten?

“Ik sta bekend als een bruggenbouwer, die altijd op zoek is naar verbinding. Maar ook iemand die op z’n tijd fel kan zijn bij het verdedigen van een gerechtvaardigd belang. Voor mij is de ‘Harvard-methode’ van het onderhandelen altijd het uitgangspunt geweest: zacht in de relatie, maar hard op de zaak. Het betekent ook dat je open op tafel legt wat jouw belang is, maar tegelijkertijd op zoek gaat naar het belang van de ander. Het is veel makkelijker praten als je op zoek gaat naar overeenkomsten, dan dat je de verschillen benadrukt.”

Wij zijn niet van een race to the bottom. Kwaliteit blijft ons handelsmerk.

Wat maakt deze branche bijzonder?

“Wat de uitzendbranche echt bijzonder maakt, is dat het om een branche gaat die midden in de samenleving staat. Het gaat om mensen en werk. En voor ieder mens is werk ongelooflijk belangrijk. Werk biedt, naast wonen en leren en gezondheid, de zekerheid die mensen in hun leven nodig hebben. Uitzendorganisaties doen dagelijks hun uiterste best om zoveel mogelijk mensen aan het werk te helpen en te houden. Tegelijkertijd biedt uitzendwerk opdrachtgevers de flexibiliteit en het aanpassingsvermogen die zij nodig hebben. En hoewel onze branche relatief klein is - het aandeel uitzendkrachten in de beroepsbevolking is slechts 3% - is de economische en maatschappelijke betekenis van onze branche groot.”

Als u kijkt naar die arbeidsmarkt, waar ligt dan uw zorg?

“Als we economisch willen groeien - om bijvoorbeeld onze gezondheidszorg en ons onderwijs op peil te houden - vraagt dat in toenemende mate om een economie met aanpassingsvermogen om te kunnen blijven concurreren. En daarbij is flexibiliteit noodzaak. Maar wat mij betreft, zitten we met het huidige flexibiliteitspercentage wel aan het maximum. De grootste groei van flex zit ’m overigens bij de minst gereguleerde vormen zoals bijvoorbeeld nuluren- en oproepcontracten. Dat is onder meer het gevolg van de lasten en risico’s die aan het werkgeverschap en de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn gehangen. Werkgevers kiezen daardoor - in een aantal gevallen noodgedwongen - voor flex. Willen we meer vaste banen, dan zullen we de verantwoordelijkheden van werkgevers moeten herijken.”

Vraagt de flexibilisering ook om een ander sociaal stelsel?

“Ja, dat denk ik wel. We moeten waken voor een toenemende polarisatie in de samenleving. Tussen werkenden die veel zekerheden hebben en zij die die zekerheden ontberen. Kijk bijvoorbeeld naar de één miljoen zzp’ers, die veelal niet verzekerd zijn voor arbeidsongeschiktheid of pensioen. Dat zijn zeker niet allemaal werkenden die nauwelijks rond kunnen komen. Maar voor diegenen die het daadwerkelijk nodig hebben, moeten er voldoende zekerheden zijn. Hoe beter je de zekerheden voor alle werkenden regelt, hoe minder relevant daarmee de discussie over de contractvorm wordt. De discussie moet wat mij betreft niet gaan over ‘vast’ of ‘flex’, maar vooral over hoe we zoveel mogelijk mensen aan het werk krijgen en houden.”

Ziet u wat dat betreft een verschil tussen uitzendwerk en andere flexvormen?

“Zonder meer. Uitzendwerk is het best gereguleerd. Het heeft een stabiele basis in de wet en kent als sector een eigen cao. Uitzendkrachten hebben vanaf dag één recht op gelijk loon voor gelijk werk. Ze bouwen pensioen op, krijgen bij werkloosheid een WW-uitkering, worden doorbetaald bij ziekte, hebben toegang tot scholing en kunnen via de zogenaamde Perspectiefverklaring een hypotheek krijgen. Bovendien: doordat ze kunnen terugvallen op het netwerk van de uitzendorganisatie, is hun werkzekerheid groter. Uitzendwerk is dus gewoon goed geregeld.”

Welke opgaaf ligt er nog voor de uitzendbranche?

“Het klinkt misschien wat hoogdravend, maar ik denk dat uitzendwerk zich verder moet emanciperen en dat uitzenders nog meer hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen. We zullen ons moeten inspannen om uitzendwerk naar een hoger niveau te tillen. Door ons werkgeverschap nog meer inhoud te geven en onze uitzendkrachten te stimuleren om in hun employability te investeren. Maar ook door te laten zien dat van-werk-naar-werkbemiddeling zekerheid kan bieden aan mensen die niet zo makkelijk aan een vaste baan kunnen komen. Als wij er in slagen om onze uitzendkrachten zoveel mogelijk aan het werk te houden, dan versterkt dat hun inkomens- en bestaanszekerheid. Wij hebben een belangrijke taak te vervullen als het gaat om een inclusieve arbeidsmarkt.”

Is scholing daarbij een belangrijke factor?

“Een cruciale factor. Door digitalisering en technologisering veranderen beroepen en functies razendsnel. In die veranderende wereld van werk is het noodzakelijk dat werkenden zich continu blijven ontwikkelen. Want alleen dan behouden ze hun toegevoegde waarde op de arbeidsmarkt. Het is een uitdaging om daar vorm en inhoud aan te geven. Dat kan bijvoorbeeld door de introductie van een periodieke arbeidsmarktscan, de loopbaanwinkel en een persoonlijke ontwikkelrekening waar wij onlangs samen met Cedris, NRTO en OVAL voor hebben gepleit.”

Wat kunnen de ABU-leden van hun nieuwe voorzitter verwachten?

“In ieder geval een voorzitter die pal staat voor het ter beschikking stellen van arbeid. Afgelopen periode heeft de politieke wind zich tegen flexibel werk gekeerd en dus is het wezenlijk dat wij in Den Haag onze stem laten horen en opkomen voor onze belangen. Maar ik zal ook een voorzitter zijn die actief de leden bezoekt en luistert naar wat zij in de markt tegen komen. Om te weten wat er onder de leden leeft en dat te kunnen laten doorklinken in de besluiten van de ABU.”

Zal de verbreding van de ABU tevens een aandachtspunt zijn?

“Eén van mijn voorname aandachtspunten wordt inderdaad de inrichting van het ‘Brede Huis van Werk’. Onze leden houden zich allang niet meer alleen met TBA (red. ter beschikking stellen van arbeid) bezig, maar ook met andere vormen van dienstverlening, zoals detachering, zzp-bemiddeling, van-werk-naar-werkbemiddeling en werving en selectie. Dat vraagt van de ABU om de leden daarin te volgen. Maar het vraagt ook dat wij op het terrein van de belangenbehartiging intensiever gaan samenwerken met andere partijen die in de arbeidsbemiddeling actief zijn. Met als uitgangspunt: goed ondernemerschap, goed opdrachtgeverschap en goed werkgeverschap. Kwaliteit blijft ons handelsmerk. Een race to the bottom, daar zijn wij niet van. We zullen ons uiterste best doen om dat, samen met die andere partijen, te bestrijden.”

Wat is tot besluit uw advies aan het nieuwe kabinet?

“Verlaag de lasten en risico’s voor werkgevers. Bouw nieuwe zekerheden in ons sociale stelsel in en bestrijdt een tweedeling in de maatschappij. Zorg ervoor dat de arbeidsmarkt flexibel blijft. En - gezien zijn belangrijke economische en maatschappelijke betekenis - beloon de allocatiefunctie van de uitzendsector. Een verstandige mix waar Nederland alleen maar beter van wordt.”

Sieto de Leeuw

ABU-voorzitter Sieto de Leeuw 3.JPG

Sieto de Leeuw studeerde rechten en was van 1996 tot 1999 directeur van de ABU. Daarna maakte hij de overstap naar Randstad, waar hij diverse directiefuncties vervulde. Sinds 11 april dit jaar is hij de voorzitter van de ABU. Daarnaast is hij lid van het dagelijks bestuur van VNO-NCW, bestuurslid van Topvrouwen.nl en vervult hij diverse internationale bestuursfuncties op het gebied van uitzenden en de arbeidsmarkt.