Uitdagingen om pensioenen flexbranche toekomstbestendig te houden "De echte aanpassing komt later pas"18 mei 2017


Het nieuwe kabinet zal er iets mee moeten. De eerste voorstellen van de SER erover zijn al uitgelekt en ook aan de cao-tafels is het een steeds terugkerende discussie: hoe houden we het pensioenstelsel toekomstbestendig?

Gerard Riemen, directeur van de Pensioenfederatie - de koepel van Nederlandse pensioenfondsen - stelt dat een nieuw pensioenmodel, hoe dat er ook precies uit komt te zien, drie problemen moet oplossen: "In het huidige systeem kunnen we de beloftes over de hoogte van de pensioenen niet waar maken. Dat zorgt voor wantrouwen. Daarnaast is het pensioencontract zo complex dat zelfs experts het niet meer uit kunnen leggen en ten derde sluit het stelsel steeds minder aan op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt."

Vooruitstrevend

Daarmee doelt Riemen op het toenemende aantal zzp'ers en mensen met nulurencontracten, maar ook op het toegenomen belang van de flexbranche. Sinds 1999 bouwen uitzendkrachten een pensioen op, net als werknemers in vaste dienst. Pensioenen in de flexbranche kennen een eigen opbouw en zijn flexibeler en individueler dan in andere sectoren. "Als je ziet dat het SER-advies ook de kant van de 'eigen potjes' op lijkt te gaan, kun je zeggen dat wij met de uitzendpensioenen al jaren geleden vooropliepen," zegt Raimond Schikhof van StiPP, het pensioenfonds van de uitzendsector.

Het gekozen pensioenmodel mag dan vooruitstrevend zijn, toch weet Schikhof dat er aanpassingen nodig zijn om pensioenen in de uitzendsector toekomstbestendig te maken. Daarover vinden op dit moment discussies plaats tussen de werkgevers en de vakbonden in de branche. Met name de beheersbaarheid van het stelsel is onderwerp van gesprek. Na 26 weken in dienst van een uitzendbureau, gaat het pensioen van een uitzendkracht van start. Eerst in de basisregeling, na 52 weken in de plusregeling.

Beheerskosten

Omdat velen maar kort in dienst blijven, beheert StiPP honderdduizenden minipensioentjes, in waarde variërend van een kwartje tot een paar honderd euro. De beheerskosten per pensioen bedragen enkele euro's per jaar. Schikhof: "Die pensioenen leveren mensen niks op, maar onze administratieve lasten zijn enorm. Wij beheren de pensioenen van 1,2 miljoen mensen, met een totale waarde van 1,3 miljard euro. Het gaat dus wel echt ergens over. Omdat alleen de mensen met een substantiële pensioenopbouw bijdragen aan de beheerskosten, raakt dit ook het principe van de solidariteit. Overigens zijn wij niet de enige branche met dit probleem, het raakt bijvoorbeeld ook de horeca, de schoonmaak en de detailhandel."

Het huidige kabinet heeft deze problemen al erkend en heeft wetgeving voorgesteld om de overdracht van de pensioenen te versoepelen. Schikhof en Riemen noemen dat een stap in de goede richting. Laatstgenoemde verwacht niet dat de voorstellen van de SER en de aanpak van een nieuw kabinet nu al concrete maatregelen zullen bevatten om het pensioenstelsel aan te laten sluiten op de veranderende arbeidsmarkt. "Dat is nu nog niet aan de orde. Maar we kunnen er wel van uitgaan dat een eventueel nieuw pensioencontract het makkelijker maakt op een later moment regelingen voor zzp’ers en uitzendkrachten te integreren. Dat betekent dat de voor de uitzendbranche echt relevante aanpassing later pas komt."