Minder inhuur zzp’ers door nieuwe wet13 dec 2016


De handhaving van de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) voor zzp'ers is door het kabinet voorlopig uitgesteld tot in ieder geval 2018. Het kabinet reageert hiermee op de toenemende onrust over de wet en signalen van zzp'ers dat zij geen opdrachten meer krijgen door alle onduidelijkheid. De onduidelijkheid stond ook recent centraal tijdens een speciale ABU-bijeenkomst over de wet.

Het kabinet kondigde 18 november jongstleden aan de handhaving van de nieuwe wet op te schorten tot de knelpunten zijn opgelost. Tot 1 januari 2018 wordt in ieder geval niet gehandhaafd. De ABU is blij met de opschorting. “De rust op de zzp-markt dient eerst te worden hersteld. Dat is hard nodig na alle commotie,” zegt Lisette van Rossum (ABU-beleidsmedewerker sociaaleconomische zaken). “Het was echter beter geweest als onvoorwaardelijke zekerheid was geboden aan opdrachtgevers in plaats van ‘geen handhaving’ voor 2017, met uitzondering van zogenaamde kwaadwillenden.”

Het kabinet benut de uitstelperiode voor herijking van de criteria ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’, omdat deze niet aansluiten bij het huidige maatschappelijke beeld van een arbeidsverhouding. De onderkant van de arbeidsmarkt blijft volgens de ABU helaas nog onderbelicht in een toelichting op de brief van staatssecretaris Wiebes. Van Rossum: “Vooral aan de bovenkant van de arbeidsmarkt worstelen opdrachtgevers en opdrachtnemers met het criterium ‘gezagsverhouding’.” De ABU adviseert leden om te blijven werken met de modelovereenkomsten voor de branche, die beoordeeld zijn door de Belastingdienst.

Nog weinig modelovereenkomsten

Op dit moment werken nog weinig opdrachtgevers en zzp’ers al met modelovereenkomsten. Wel worden zzp’ers minder vaak ingehuurd door opdrachtgevers, blijkt uit onderzoek dat de ABU en Bovib hebben laten uitvoeren door Kantar TNS (voorheen TNS NIPO). Sinds de invoering van de wet op 1 mei 2016 werkt 10% van de opdrachtgevers en 13% van de zzp’ers met modelovereenkomsten. Opdrachtgevers noemen als oorzaak vooral de onduidelijkheid. Zzp’ers geven aan dat opdrachtgevers niet vragen om een overeenkomst of dat deze niet nodig is. Van de intermediairs werkt 63% al wel met modelovereenkomsten bij haar dienstverlening voor zzp’ers, aldus het onderzoek.

De resultaten en onduidelijkheden stonden in oktober centraal tijdens een ABU-bijeenkomst in Bunnik. “De nieuwe wet zorgt voor veel onrust en oplopende emoties,” beaamde Peter Hoogstraten van de Belastingdienst (landelijk vaktechnisch coördinator loonheffingen) daar. Vooral door berichten over zzp’ers zonder werk, afgekeurde zzp-contracten en opdrachtgevers die de situatie gebruiken om extra beperkingen (zoals een concurrentiebeding) vast te leggen in de overeenkomst. Een hr-dienstverlener constateert als probleem dat “opdrachtgevers, opdrachtnemers en intermediairs opeens ‘expert’ moeten zijn op dit dossier. Vooral om te voorkomen dat een opdrachtgever achteraf onverwacht te maken kan krijgen met loonheffingen. Die duidelijkheid kan de Belastingdienst vooraf ook niet geven.”

Botsende wetgeving

Volgens gastspreker en zzp’er Roos Wouters (Mindshake), specialist in arbeids- en organisatievernieuwing botst de wetgeving met onze cultuur. “De grote groei van zzp’ers komt door onze informele cultuur. Dat knelt en wringt met regels en wetgeving, zoals de Wet DBA, die juist heel hiërarchisch is. Ik heb mij nog nooit zo in bezit genomen gevoeld door opdrachtgevers, sinds ik mijn eerste modelcontract van een ministerie ontving,” aldus Wouters.

De zzp’er is volgens ABU-directeur Jurriën Koops in één regeerperiode verworden ‘van held tot schlemiel’ en van ‘vrije vogel tot fiscale uitvreter’. Dat blijft de politieke gemoederen nog stevig bezighouden, voorspelt Koops. “Het probleem is dat zzp’ers nog geen eigen plek in ons bestel hebben. Dat vind ik verbazingwekkend. Je bent zelfstandig, omdat je zelfstandig bent, niet omdat je geen werknemer bent. Zzp’ers moeten nu aantonen dat zij géén werknemer zijn. Dat is de wereld op zijn kop.”

Lastig

Volgens Hoogstraten is veel onrust en onzekerheid niet nodig. “Als overduidelijk geen sprake is van een dienstverband, hoef je niets te regelen.” De Modelovereenkomst tussenkomst van de Belastingdienst kan gebruikt worden om aannemelijk te maken dat een opdrachtnemer daadwerkelijk zelfstandig ondernemer is. Hoogstraten: “Dat hoeft niet. Het mag ook anders.” Het probleem zit dan ook bij de vooraf minder duidelijke situaties. “Ook voor intermediairs op de arbeidsmarkt is dat lastig,” beaamt Hoogstraten.

Om vooraf meer zekerheid te bieden over de zelfstandigheid van opdrachtnemers, heeft de Belastingdienst samen met de ABU een ‘light toets’ voor het tussenkomstmodel ontwikkeld. Ook is er een register met goedgekeurde modelovereenkomsten om te raadplegen. “Intermediairs moeten in actie komen om hun eigen beheersing en periodieke afstemming met opdrachtgevers en opdrachtnemers te organiseren. Dat zal commercieel soms best lastig zijn,” zegt Hoogstraten. En dan blijft het ook oppassen dat er geen ‘papieren dansje’ wordt opgevoerd, waardoor een nieuwe schijnzelfstandigheid ontstaat, waarschuwde arbeidsjurist Maarten Tanja (Köster Advocaten/ABU Legal) tijdens de bijeenkomst.

Of het stil gaat worden rondom de wet DBA is nog maar de vraag. “Er is nog steeds veel onduidelijkheid. Wij zullen de ontwikkelingen nauwlettend blijven volgen,” besluit Van Rossum.