Platformwerk: beter een gespreid bedje dan een waterbed 22-01-2019


Foto Jeroen column

De maaltijdbezorgers van Deliveroo zijn in loondienst en werken niet als zelfstandige. Dat oordeelde de kantonrechter vorige week. In de zomer kwam de rechtbank in een andere zaak van Deliveroo tot het tegenovergestelde oordeel. De status van de maaltijdbezorgers blijft dus vooralsnog onduidelijk. De uitspraken tonen eens te meer aan dat de huidige regels niet meer voldoen en het kabinet nu snel met een oplossing moet komen.

Er is veel te doen om de platformeconomie en dan vooral om platformwerk (zie de whitepaper van de ABU voor een duiding van deze begrippen). De technologie van platforms als Deliveroo, Temper en Uber zit doorgaans goed in elkaar en zorgt ervoor dat het aanbod van werk voor veel mensen toegankelijk is. Dit biedt kansen en kan een positieve bijdrage leveren aan de werkgelegenheid en de economie.  

Punt van aandacht bij platforms blijft echter wel de rechtsbescherming van de arbeidskracht. Veelal maken platforms gebruik van een zzp-constructie, met name bij laaggeschoolde arbeid met geringe vergoedingen. Vaak onterecht en ongewenst: juist voor die groep is een sociaal vangnet van het grootste belang. Het is een goede zaak dat het kabinet van plan is maatregelen te treffen om ‘gedwongen’ zzp-schap tegen te gaan. Nog beter zou zijn om sociale zekerheden (rondom scholing, pensioen en arbeidsongeschiktheid) los te koppelen van het type contract en het ‘gespreide bedje’ voor alle werkenden beschikbaar te maken. Een dergelijke wijziging van het sociale stelsel zal helaas nog wel even op zich laten wachten.

De noodzaak om schijnzelfstandigheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt aan te pakken, wordt door de komst van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) alleen nog maar groter. De Wab, die op 1 januari 2020 in werking zou moeten treden, is bedacht om flexibele arbeid onaantrekkelijker te maken. Maar daar waar de Wab goed gereguleerde ‘flex’ zoals payrolling ten onrechte hard aanpakt, wordt nagelaten om het probleem van schijnzelfstandigheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt snel en adequaat op te lossen. Het waarschijnlijke gevolg: een vlucht van het dienstverband naar oneigenlijke zzp-constructies. Dit waterbedeffect wordt door het kabinet echter als ‘collateral damage’ beschouwd…  

Zolang wetgeving op zich laat wachten, ligt het lot van platformwerkers in handen van rechters. Naast de zaak tegen Deliveroo (waar een hoger beroep zal volgen) gaat ook geprocedeerd worden tegen UberEats en schoonmaakplatform Helpling, zo heeft FNV al aangekondigd. Hopelijk wordt aan de hand van jurisprudentie steeds meer duidelijk over de juridische status van platformwerkers. Maar uit het feit dat over één platform al verschillend wordt geoordeeld, blijkt weer dat een oplossing niet van de rechtspraak kan en mag worden verwacht. Het is de taak van de wetgever om duidelijke spelregels op te stellen.


Jeroen Brouwer, Beleidsmedewerker