ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Geschillencommissie Uitzendbranche (GCU)

Voor de meeste uitzendondernemingen en uitzendkrachten in Nederland geldt de ABU-cao. Soms ontstaat een verschil van mening over de toepassing van deze cao. Een uitzendkracht vindt bijvoorbeeld dat de inlenersbeloning niet correct wordt uitbetaald door het uitzendbureau. Of er ontstaat onenigheid over de beëindiging van de uitzendovereenkomst. Als partijen er onderling niet meer uitkomen, kunnen zij in het uiterste geval hun geschil voorleggen aan de rechter.

Een alternatief voor de gang naar de rechter is de Geschillencommissie voor de Uitzendbranche (GCU). De GCU neemt klachten in behandeling over de uitleg en toepassing van de ABU-cao. Dit wordt arbitrage genoemd. De GCU behandelt alleen geschillen als beide partijen daarmee instemmen. Er is dus voor zowel de uitzendkracht als de uitzendonderneming geen verplichting om aan arbitrage door de GCU mee te werken. Maar als zij akkoord gaan met behandeling van het geschil door de GCU, moeten beide partijen verklaren zich bij de uitspraak van de GCU neer te leggen (‘onderwerping’). De uitspraak is dan bindend en er is geen (hoger) beroep mogelijk.

De GCU behandelt alleen klachten die betrekking hebben op de ABU-cao. De GCU beslist dus niet over zaken die niet zijn geregeld in de ABU-cao, zoals bijvoorbeeld het recht op zorgverlof.

Meer informatie over de Geschillencommissie is te vinden in artikel 40 van de ABU-cao. Daarin staat onder meer dat klachten eerst onderling moeten worden besproken. In artikel 40 lid 4 van de ABU-cao wordt verwezen naar een arbitragereglement.