ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

CAO voor Uitzendkrachten

Direct de cao downloaden? Ga naar de cao-pagina.

Daar vindt u ook de cao, samenvatting, functiehandboek en andere handige documenten.

Hieronder vindt u uitleg, nieuws en columns met betrekking tot de cao.

Onze expert
Laura Spangenberg
Laura Spangenberg
Beleidsmedewerker Arbeidsvoorwaarden en Internationale zaken

Veelgestelde vragen

Algemeen

  • Is de CAO voor Uitzendkrachten op dit moment Algemeen Verbindend Verklaard (AVV)?

    Ja. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de CAO voor Uitzendkrachten per 18 april 2018 algemeen verbindend verklaard. Het besluit geldt tot en met 31 mei 2019. Dit betekent dat nu ook alle uitzendondernemingen in Nederland die geen lid zijn van de ABU (of NBBU) de ABU-CAO voor Uitzendkrachten moeten naleven.

    De CAO voor Uitzendkrachten is afgesloten met FNV Flex, CNV Vakmensen, De Unie en LBV.

  • Is er een overzicht met perioden van AVV (Algemeen Verbindend Verklaring) van de ABU CAO?

    Ja, u vindt het overzicht met perioden van AVV van de ABU CAO voor Uitzendkrachten én de SFU CAO hier.

  • Waar vind ik de reserveringspercentages voor 2019?

    De recente reserveringspercentages vindt u hier.

  • Wat moet ik doen als ik een klacht/geschil heb (over de uitleg of toepassing van de CAO) met het uitzendbureau?

    Indien u een klacht heeft over de uitleg of toepassing van de CAO en u komt er niet samen uit met uw uitzendonderneming, dan kunt u terecht bij de Geschillencommissie.

    U dient dan duidelijk aan te geven op welke punten u een uitspraak wenst (CAO artikel, gewenste uitspraak/eis en eventuele bewijzen). Ook dient u te vermelden op welk uitzendbureau uw klacht betrekking heeft (naam, vestigingslocatie, contactpersoon). Voordat een klacht kan worden ingediend bij de Geschillencommissie dient de klacht eerst besproken te worden met de betreffende vestigingsmanager. Een eventueel bewijs daarvan dient u mee te sturen. Tenslotte dient u ook uw eigen gegevens te vermelden (volledige naam, adres, telefoonnummer, evt. e-mailadres).

    De klachtenbehandeling en geschillencommissie staan beschreven in artikel 69 en 70 van de ABU cao.

    Geschillencommissie voor het Uitzendwezen
    Postbus 144
    1170 AC Badhoevedorp
    e-mail: geschillen@abu.nl

    *De verkorte procedure kan alleen worden toegepast indien u geschorst bent of een berisping ontvangen heeft op grond van artikel 10 van de ABU cao…

    U kunt ook altijd contact opnemen met de rechtswinkel bij u in de buurt.

  • Waar kan ik terecht met vragen over de ABU CAO?
    • ABU leden kunnen hiervoor terecht bij de ABU helpdesk.
    • Bent u geen lid van de ABU, dan kunt u voor vragen met betrekking tot de CAO voor Uitzendkrachten terecht bij de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU). De SNCU houdt zich o.a. bezig met het geven van voorlichting en het verstrekken van informatie aan uitzendondernemingen die niet bij de ABU zijn aangesloten, opdrachtgevers en uitzendkrachten.

    De SNCU informeert over:

    • Voorschriften uit de CAO voor Uitzendkrachten en de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche;
    • Andere voorschriften over arbeidsvoorwaarden.

    Op http://www.sncu.nl/ vindt u informatie en kunt u gratis, digitaal uw vragen stellen. Desgewenst kunt u de SNCU telefonisch benaderen op telefoonnummer 0800-7008.

Inlenersbeloning

  • Wat houdt de inlenersbeloning in?

    De uitzendonderneming is verplicht om de inlenersbeloning vanaf dag 1 te hanteren (conform art. 19 t/m 26 CAO voor Uitzendkrachten). Uitzonderingen op deze hoofdregel zijn vier specifieke doelgroepen waarvoor ABU-beloning mag worden toegepast (conform art. 27).

    De zes beloningscomponenten zijn:

    1. het geldend periodeloon in de schaal;
    2. de arbeidsduurverkorting, in tijd of in geld;
    3. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (w.o. feestdagentoeslag) en ploegentoeslag;
    4. initiële loonsverhoging;
    5. kostenvergoeding (voor zover vrij van loonheffing en premies: reiskosten, pensionkosten e.a. kosten noodzakelijk voor uitoefening van de functie);
    6. periodieken.

    Ten aanzien van deze zes looncomponenten moet je dezelfde (rechtens geldende) beloning toepassen als de medewerker die in dezelfde of nagenoeg dezelfde functie werkt en rechtstreeks in dienst van de inlener is. ‘Rechtens geldend’ moet worden uitgelegd als de regeling die bij de inlener van toepassing is, dus ook een plus bovenop een CAO voor zover het deze zes loonelementen betreft.

    Deze opsomming is limitatief, met andere woorden looncomponenten die hier niet staan vermeld vallen niet onder de inlenersbeloning.

    Van de ABU CAO mag alleen ten gunste van de werknemer worden afgeweken.

  • [ADV] Moeten we de berekening uit de ABU-cao altijd toepassen?

    Alleen als de cao of arbeidsvoorwaardenregeling van de inlener geen percentage of rekenformule heeft waarmee de waarde van de ADV eenduidig is vast te stellen.

  • [Uurloonberekening] In de cao van onze opdrachtgever staat hoe een uurloon berekend moet worden. Mogen we dan toch de rekenformule conform ABU-cao art. 4a van Bijlage II toepassen?

    Nee. Als er in de cao of arbeidsvoorwaardenregeling van de inlener een uurloonberekening staat, dan moet de berekening van de inlener toegepast worden.

ABU-Beloning

  • Waar vind ik de recente loontabel van de CAO voor Uitzendkrachten?

    Het ABU loongebouw kan voor specifieke groepen uitzendkrachten worden toegepast. De omschrijving van deze specifieke groepen is te vinden in artikel 27 van de cao voor Uitzendkrachten. Indien de uitzendkracht niet onder één van deze uitzonderingsgroepen valt, dan is de inlenersbeloning direct van toepassing.

    Salaristabel ABU-beloning in euro’s per 2 juli 2018 (functiegroepen 1 t/m 3 in kolom I per 1 januari 2019)

     

     

     

    (I) (II) (III) (IV)
    Functiegroep Beginsalaris Beginsalaris Eindsalaris Periodieke verhoging naar functiegroep
    Allocatiegroep Onbepaalde tijd in fase C Transitiegroep Groep niet-indeelbaar
     1  € 9,33*  € 9,92  € 12,14  2,1%
     2  € 9,33*  € 10,37  € 13,09  2,2%
     3  € 9,33*  € 10,94  € 14,23  2,3%
     4  € 10,90  € 11,50  € 15,10  2,4%
     5  € 11,38  € 12,00  € 16,48  2,5%
     6  € 11,94  € 12,97  € 18,18  2,6%
     7  € 13,83  € 20,27  2,7%
     8  € 15,15  € 22,81  2,8%
     9  € 16,72  € 25,73  2,9%
    10  € 17,67  € 28,73  3,0%

     

    *De verhoging van het WML wordt twee keer per jaar – per 1 januari en per 1 juli – door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaald. De WML-verhoging heeft ook consequenties voor de functiegroepen 1 t/m 3 van Kolom I en deze is per 1 januari 2019 € 9,33.

  • Hoe moeten we de loonsverhoging van de ABU toepassen?

    De cao-partijen hebben een loonsverhoging van 1,84% voor het ABU-loongebouw afgesproken (kolom I functiegroepen 4 t/m 6 en kolommen II en III). Deze verhoging gaat in per 2 juli 2018. De overeengekomen loonsverhoging geldt niet voor uitzendkrachten die worden beloond op basis van de inlenersbeloning of op WML.

    De loonsverhogingssystematiek is, zoals gebruikelijk, als volgt:

    1. De salarisbedragen uit het ABU-loongebouw die deel uitmaken van de CAO voor Uitzendkrachten 2017-2019 (artikel 28 lid 2) worden per 2 juli 2018 verhoogd met 1,84%. De verhoging van 1,84% is niet toegepast op de functiegroepen 1 t/m 3 in de Allocatiegroep (kolom I). Daarop is de verhoging van de WML-bedragen door het ministerie van SZW toegepast.
    2. De feitelijke bruto-uurlonen van uitzendkrachten worden per 2 juli 2018 verhoogd met 1,84%. Deze verhoging betreft alle uitzendkrachten die op 2 juli 2018 een lopende uitzendovereenkomst hebben met hun uitzendonderneming, behalve: a.  de uitzendkrachten op wie op 2 juli 2018 krachtens de cao de inlenersbeloning wordt toegepast; b.  de uitzendkrachten die op 2 juli 2018 een brutobeloning genieten conform Kolom I functiegroep 1 t/m 3 van de ABU-beloning.
  • Wanneer mag een uitzendkracht onder ABU-beloning worden uitgezonden?

    Als een uitzendkracht onder één van de volgende vier specifieke doelgroepen valt, is het toegestaan om ABU-beloning toe te passen. Als een uitzendkracht hier niet aan voldoet, is onverkort de inlenersbeloning van toepassing.

  • Welke vier specifieke uitzonderingsdoelgroepen zijn er?

    Een uitzendkracht:

    a. die valt onder de allocatiegroep of
    b. die valt onder de transitiegroep of
    c. die valt onder de groep niet indeelbaar of
    d. met een detacheringsovereenkomst voor onbepaalde tijd in fase C.

  • Als een uitzendkracht onder een van deze uitzonderingsgroepen valt, ben ik dan verplicht om ABU-beloning toe te passen?

    Nee, de uitzendonderneming kan zelf altijd kiezen voor toepassing van (a) ABU-beloning of (b) inlenersbeloning. De toepassing van ABU-beloning is wel in tijd beperkt.

  • Blijven de afwijkende afspraken voor uitzenden in de bouw bestaan?

    Ja, deze afwijkende bouwafspraken blijven van kracht en staan dus boven ABU-beloning. Zelfs als een uitzendkracht onder de uitzonderingsgroep valt, moeten toch de afwijkende arbeidsvoorwaarden in de bouw worden toegepast.

  • Hoe moet je het loon toepassen van een uitzendkracht die onder de Allocatiegroep valt?

    Valt de uitzendkracht onder de Allocatiedoelgroep en wordt hij gekozen voor ABU-beloning? Dan moet hij bij aanvang van de terbeschikkingstelling (dus per terbeschikkingstelling) worden ingedeeld in een functiegroep conform bijlage I (= indelingsmethodiek). Het feitelijk loon wordt vastgesteld op minimaal het niveau van het uurloon (beginsalaris) in kolom I van de ABU-salaristabel (art. 28), behorend bij de functiegroep waarin de uitzendkracht is ingedeeld.

    Let op! Alleen als de uitzendkracht wordt ingedeeld in functiegroep 6 of lager kan ABU-beloning worden toegepast. Wanneer de uitzendkracht wordt ingedeeld in functiegroep 7 of hoger, is de inlenersbeloning van toepassing en kan geen gebruik worden gemaakt van de ABU-beloning.

  • Zijn er uitzonderingen voor uitzendkrachten die onder de Allocatiedoelgroep vallen om ABU-beloning (I) toe te passen?

    Ja, alleen als de uitzendkracht wordt ingedeeld in functiegroep 6 of lager kan de ABU-beloning worden toegepast. Als de uitzendkracht wordt ingedeeld in functiegroep 7 of hoger, dan moet de inlenersbeloning worden toegepast (hier kan dan geen gebruik meer worden gemaakt van de ABU-beloning).

  • Hoelang mag de uitzendkracht die behoort tot de allocatiegroep ABU-beloning ontvangen?

    Voor de allocatiegroep kan de ABU loontabel I 52 weken worden toegepast. De periode kan met maximaal 52 weken worden verlengd, waarbij deze verlenging alleen geldt voor drie groepen uitzendkrachten:

    a. de uitzendkracht zonder startkwalificatie* die een kwalificerende opleiding volgt (een opleiding die leidt tot een startkwalificatie).

    b. de uitzendkracht die een opleiding volgt op Beroepskwalificerend Assistent (BKA) niveau 1*.

    c. de uitzendkracht die een loonwaardebepaling en/of beschikking heeft conform art. 1.1. Wet Wajong.

    *Als voor groep a en b gebruik wordt gemaakt van verlengd gebruik van het ABU-loongebouw, dan ontvangt de uitzendkracht na 52 weken minimaal één periodiek.

  • Is er een uitzondering op de periode van maximaal 52 gewerkte weken voor toepassing van ABU-beloning die behoort tot de allocatiegroep?

    Voor de allocatiegroep kan de ABU loontabel I 52 weken worden toegepast. De periode kan met maximaal 52 weken worden verlengd, waarbij deze verlenging alleen geldt voor drie groepen uitzendkrachten:

    a. de uitzendkracht zonder startkwalificatie* die een kwalificerende opleiding volgt (een opleiding die leidt tot een startkwalificatie);

    b. de uitzendkracht die een opleiding op Beroepskwalificerend Assistent (BKA) niveau 1* volgt;

    c. de uitzendkracht die een loonwaardebepaling en/of beschikking heeft conform art. 1.1. Wet Wajong.

    *Als voor groep a en b gebruik wordt gemaakt van verlengd gebruik van het ABU-loongebouw, dan ontvangt de uitzendkracht na 52 weken minimaal één periodiek.

  • Hoe beloon ik een jeugdige uitzendkracht, bij gebruik van de afwijkende regeling en dus ABU-beloning? Hoe zit dit met de inlenersbeloning?

    Bij toepassing van ABU-beloning geldt bij een jeugdige uitzendkracht het uurloon van de voor hem toepasselijke functiegroep uit de salaristabel (van art. 28 lid 2) vermenigvuldigd met de percentages uit art. 34 lid 2. Verder geldt voor de vaststelling van het feitelijk loon dat voor het hele kalenderjaar de in dát kalenderjaar te bereiken leeftijd moet worden aangehouden.

    Als de inlenersbeloning van toepassing is, dan geldt de systematiek van de inlener. Je kunt in dat geval geen gebruik maken van art. 34 lid 2.

  • Uitzonderingsgroep niet-indeelbare functie: Hoe zit het als er bij de inlener geen cao van toepassing is verklaard of de cao is opgezegd. Welke inlenersbeloning moet je dan volgen of val je dan terug op ABU-beloning?

    De inlenersbeloning is gekoppeld aan de uitzendkracht, waarbij per terbeschikkingstelling moet worden gekeken welke beloningsregeling (conform inleen-cao) bij de opdrachtgever van toepassing is. Als geen cao van toepassing is, dan is het belangrijk om het stroomschema van de ABU-cao (zie bijlage V van de cao) toe te passen. Hierin staan stappen die moeten worden gevolgd bij het beoordelen of er sprake is van een niet indeelbare uitzendkracht. De inlener kan bijvoorbeeld zelf over een loongebouw of functie-indelingssystematiek beschikken. Wanneer de inlener een eigen systeem voor zijn eigen medewerkers heeft, is er sprake van een indeelbare functie (ongeacht of hij op dit moment nu wel of geen eigen medewerkers in dienst heeft). Om te beoordelen wat van toepassing zou zijn, moet worden gekeken wat de uitzendkracht zou verdienen wanneer opdrachtgever wél een eigen medewerker in dienst zou nemen.

  • Uitzonderingsgroep transitiefunctie: Wanneer kunnen we gebruik maken van de ABU-tabel voor de transitiegroep?

    Vaak komt deze transitiegroep voort uit een reorganisatie bij de latende werkgever. Is uitdrukkelijk opgenomen in het sociaal plan (resp. cao) met een medezeggenschapsorgaan van de latende werkgever dat zij vallen onder de transitiegroep waarvoor ABU-loontabel kan worden toegepast? Alleen dan kan de ABU-loontabel worden gebruikt.

  • Uitzonderingsgroep Fase-C: Bij wie ligt de keuze voor het toepassen van de ABU- of inlenersbeloning voor fase-C-uitzendkrachten? Is deze keuze per uitzendkracht of niet en is deze keuze eenmalig of niet?

    De keuze is eenmalig en in principe per uitzendkracht. De uitzendonderneming maakt de keuze, na overleg met de uitzendkracht.

    Voor de uitzendkracht die van fase B naar fase C gaat, is het keuzemoment het moment van overgang naar fase C.

  • Uitzonderingsgroep Fase-C: Kan ik ABU-beloning toepassen als de uitzendkracht in fase C zit en werkzaam is als nieuwkomer of vakkracht in de bouw?

    Nee, dit is niet mogelijk. Hier gaan de afwijkende bouwafspraken voor. De fase C uitzendkracht valt verplicht onder de inlenersbeloning en afwijkende arbeidsvoorwaarden in de bouw (art. 51 en bijlage II art. 7 t/m 16).

    Noot: Ook voor uitzendkrachten in fase A en fase B blijven de afwijkende arbeidsvoorwaarden in de bouw (en hiermee de uitgebreidere inlenersbeloning) van toepassing.

Arbeidsongeschiktheid

  • Een uitzendkracht fase B is maandagmiddag ziek naar huis gegaan. Kunnen we dan een deel van de dinsdag ook als wachtdag aanmerken?

    Nee, dat is niet mogelijk. Als hij halverwege de maandag ziek naar huis gaat, geldt de maandag als wachtdag. Je kunt niet een gedeelte meenemen naar de volgende dag. Uiteraard moeten jullie wel de gewerkte uren van de maandag uitbetalen.

  • We hebben een fase B uitzendkracht die 100% ziek is. Zijn fase B overeenkomst loopt op 10 november 2019 af. Moeten we daarna nog loon doorbetalen of aanvullen?

    De fase B uitzendovereenkomst loopt van rechtswege af op 10 november 2019. Na die datum is deze uitzendkracht niet meer bij jullie in dienst en vervallen alle rechten en plichten. Jullie dienen deze uitzendkracht ziek uit dienst te melden bij het UWV. Hij kan dan in aanmerking komen voor een Ziektewet-uitkering. Jullie hoeven niet aan te vullen, want dat geldt alleen voor uitzendkrachten met een fase A met uitzendbeding.

    Als jullie eigenrisicodrager zijn voor de Ziektewet, dan dienen jullie de Ziektewet zelf uit te voeren.

  • Geldt voor een fase A zonder uitzendbeding en detacheringsovereenkomst fase B en C dat als ze na einde detacheringsovereenkomst ziek worden, we deze ziekmelding toch aan UWV moeten melden?

    Wie binnen vier weken na het einde van zijn verzekering voor de Ziektewet ziek wordt, kan – ook als de uitzend(arbeids)overeenkomst is geëindigd – nog aanspraak maken op een ZW-uitkering. Dit komt doordat de verzekering ‘nawerkt’.

  • Hoe zit het met wachtdagen in het weekend?

    In de Ziektewet gaat het om maximaal 5 werkdagen per week (dus inclusief weekend). Definitie week: maandag t/m zondag.

    Belangrijk is dus hoe de uitzendkracht ingeroosterd was. Als het gaat om een uitzendkracht met een fase A met uitzendbeding, dan is er sprake van twee wachtdagen.

    Is hij bijvoorbeeld ingeroosterd op wo, do, vr, za en zo en hij wordt op een vrijdag ziek? Dan gelden de vrijdag en zaterdag als wachtdag. Is hij bijvoorbeeld ingeroosterd op maandag t/m vrijdag en hij wordt op vrijdag ziek? Dan geldt vrijdag als wachtdag en de maandag daarop als wachtdag (het weekend wordt nu niet meegenomen: hij is niet ingeroosterd in het weekend).

Rechtspositie

  • Hoe zit het met de telling van contracten van jongeren onder de 18 jaar die minder dan gemiddeld 12 uur per week werken? Telt het contract mee op de dag dat de uitzendkracht 18 jaar wordt?

    Zodra de uitzendkracht 18 jaar wordt, gaat een lopende uitzendovereenkomst meteen op de dag van zijn verjaardag meetellen in het maximum van zes tijdelijke contracten alsook in de maximum tijdsduur van vier jaar. De periode moet alleen worden meegeteld vanaf het moment dat iemand 18 jaar is geworden tot einde van de overeenkomst.

Aanzegtermijn

  • Geldt voor fase A met uitzendbeding ook een aanzegtermijn, als de looptijd van de uitzendovereenkomst langer dan 6 maanden duurt?

    Nee, fase A met uitzendbeding valt onder de uitzonderingen waarvoor geen aanzegtermijn geldt.

    Let wel op dat er een ‘termijn van kennisgeving’ is, zoals in artikel 14 lid 2 is opgenomen.

Uitbetalen reserveringen

  • Een uitzendkracht wordt overgenomen door de opdrachtgever. De opdrachtgever vraagt of hij zijn vakantiedagen kan meenemen. Is dat mogelijk?

    Dit is niet mogelijk. Uitbetalen van vakantiedagen hoort bij de eindafrekening, waarbij alle tegoeden van de werknemer worden afgerekend. Zo ook met het tegoed van vakantiedagen als de uitzendkracht deze niet tijdens zijn dienstverband kan opnemen.

    In art. 7:641 BW staat dat aan het einde van het dienstverband het saldo van de opgebouwde vakantiedagen wordt uitbetaald. Hiervan (de opgebouwde vakantiedagen die ook al zijn uitbetaald) moet de uitzendkracht dan wel een schriftelijke verklaring krijgen.

    Ook in artikel 60 van de ABU-cao staat dat dit bij uitdiensttreding moet worden uitgekeerd.

    Concreet komt het erop neer dat:
    De huidige werkgever het opgebouwde vakantietegoed uitbetaalt. En dat de uitzendkracht bij zijn nieuwe werkgever de wettelijke vakantiedagen in tijd (recuperatiefunctie) kan claimen, maar niet in geld. Immers, het geld heeft hij al gekregen bij de eindafrekening van zijn oude werkgever.

  • Mogen de vakantiedagen tussentijds worden uitgekeerd?

    Alleen de bovenwettelijke vakantiedagen mogen tussentijds in geld worden uitgekeerd als de uitzendkracht dit verzoekt. Dit staat in artikel 55 lid 5 van de ABU-cao. Het is daarbij verstandig om dit verzoek op te nemen in het dossier van de uitzendkracht. Wettelijke vakantiedagen mogen tijdens het dienstverband niet in geld worden uitgekeerd.

  • Een van onze uitzendkrachten wil zijn vakantiegeld tussentijds uitgekeerd hebben. Kan dat?

    Conform artikel 60 lid 2 wordt de vakantiebijslag in de eerste week van juni uitgekeerd. Artikel 56 lid 2 geeft hierop een uitzondering. Tussentijds uitkeren mag alleen op verzoek van de uitzendkracht wanneer de uitzendkracht een aaneengesloten vakantie opneemt van ten minste vijf werkdagen. Als jullie uitzendkracht vijf vakantiedagen opneemt, dan kan hij op dat moment zijn vakantiebijslag uit laten betalen (op zijn verzoek).

  • Moeten we in fase A alle reserveringen uitbetalen als er 6 weken niet gewerkt is door de uitzendkracht?

    Op grond van de ABU-cao voor Uitzendkrachten, artikel 60 lid 4 moeten de reserveringen voor vakantiegeld, kort verzuim en feestdagen van een fase A uitzendkracht uitgekeerd worden als en zodra de uitzendkracht gedurende 6 weken geen recht heeft verworven op feitelijk loon. Let op: art. 60 lid 4 gaat niet over de vakantiedagen! Daarvoor geldt dat deze bij het einde van de uitzendovereenkomst moeten worden uitbetaald, zie art. 60 lid 8. Hiervan kan niet worden afgeweken.

  • Een uitzendkracht die de AOW-leeftijd heeft bereikt wil graag zijn reserveringen tussentijds uitgekeerd hebben, kan dat?

    Ja, dat is mogelijk. Voor de AOW-gerechtigde uitzendkracht geldt een uitzondering en kunnen op verzoek van de uitzendkracht een aantal reserveringen periodiek worden uitgekeerd. Dit staat beschreven in art. 60 lid 14 van de ABU-cao.

    Artikel 60

    C. Uitbetaling reserveringen uitzendkrachten die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.

    14. Bij de uitzendkracht die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, kan de uitzendonderneming afwijken van de onder a., b., c. en d. van dit lid aangehaalde bepalingen van de cao. Dat kan op verzoek van de uitzendkracht. Er kan worden overeenkomen dat de navolgende arbeidsvoorwaarden wekelijks/maandelijks/periodiek in geld kunnen worden uitgekeerd aan de uitzendkracht. Let op: in dat geval worden alle hieronder genoemde arbeidsvoorwaarden uitbetaald:

    a. vier bovenwettelijke vakantiedagen (artikel 55);

    b. reservering voor kort verzuim (artikel 57);

    c. vakantiebijslag (artikel 56);

    d. feestdagen (artikel 58), als en voor zover de onderneming hiervoor reserveert en als zodanig gekozen heeft voor de optie van artikel 58 lid 2 onder a. van de cao.

  • Een uitzendkracht heeft fase A doorlopen en komt in fase B. Moeten we bij einde fase A alle reserveringen uitbetalen?

    Alleen de nog openstaande reserveringen voor kort verzuim/buitengewoon verlof en feestdagen moeten worden uitbetaald bij overgang naar fase B. De vakantiebijslag moet blijven staan. De reservering voor vakantiedagen (in geld) moet worden omgezet in een evenredige aanspraak op vakantiedagen met doorbetaling van het loon (in tijd).

Feestdagen

  • Wat staat er in de ABU-cao over feestdagen?

    De feestdagen zijn geregeld in de ABU-cao en maken geen onderdeel uit van de inlenersbeloning.

    In de ABU-cao is een regeling over feestdagen opgenomen, waarbij in art. 58 lid 1 de erkende feestdagen zijn opgenomen (feestdagen die op een zaterdag of zondag vallen worden niet als feestdagen gezien/erkend). Alleen bij erkende feestdagen geldt dat als de uitzendkracht wegens die feestdag niet kan werken, de uitzendkracht uitbetaling van feestdagenreservering krijgt (voor zover is opgebouwd) of recht heeft op doorbetaling van het loon.

    Een uitzendkracht met een overeenkomst met uitzendbeding heeft op een feestdag recht op uitkering van zijn reservering (voor zover opgebouwd) of op doorbetaling van het loon. Dit is afhankelijk van waar de uitzendonderneming voor heeft gekozen (zie art. 58 lid 2).

    Een uitzendkracht met een detacheringsovereenkomst heeft op de feestdag recht op doorbetaling van zijn feitelijk loon.

    Als er wél gewerkt kan worden op een feestdag, heb je niet meer te maken met artikel 58, maar met de vraag of er een toeslag geldt voor het werken op die dag. Bij toepassing van de inlenersbeloning geldt de toeslag conform de inlenersbeloning (art. 22). Bij toepassing van de ABU-beloning (uitzonderingsgroepen) geldt een toeslag conform art. 36 van de ABU-cao.

Vakbondscontributie

  • Een uitzendkracht heeft zijn contributie voor de vakbond bij ons ingediend. Moeten wij deze uitbetalen?

    De regels hiervoor staan in de CAO voor Uitzendkrachten in artikel 72 lid 3.

    Het komt erop neer dat het uitzendbureau op verzoek van de uitzendkracht de vakbondscontributie aan de vakbond of de uitzendkracht uitbetaalt. Dit kan vervolgens in mindering worden gebracht op de bruto loonbestanddelen van de uitzendkracht.

    Het uitzendbureau is slechts verplicht de vakbondscontributie te voldoen over de periode dat er een uitzendovereenkomst tussen deze uitzendkracht en het uitzendbureau bestaat (of heeft bestaan als de voldoening achteraf plaatsvindt).

  • Fase A met uitzendbeding: geldt de keuzemogelijkheid voor feestdagen per uitzendkracht?

    In art. 58 lid 3 staat dat bij een keuze voor doorbetaling overeenkomstig optie b (loondoorbetaling tijdens feestdag) de uitzendonderneming verplicht is tot toepassing hiervan voor de duur van minimaal 1 jaar. Bij verandering van keuze (dus weer terug naar opbouw van reservering) moeten de door de uitzendkracht verkregen rechten worden afgewikkeld overeenkomstig de regeling waaraan die rechten zijn ontleend.

    De keuze voor reserveren (optie 2a) of loon doorbetalen (optie 2b) geldt voor de hele onderneming, en dus voor ALLE uitzendkrachten. Cao-partijen hebben bij het opnemen van deze bepaling bedoeld dat de keuze geldt voor de hele rechtspersoon. Het is niet geoorloofd op werknemersniveau te kiezen.

Kostenvergoeding

  • Hebben uitzendkrachten recht op (reis)kostenvergoeding?

    Voor zowel ABU-beloning als inlenersbeloning geldt gelijke kostenvergoeding als de medewerker in gelijke (of gelijkwaardige) functie in dienst van opdrachtgever.

    Voor uitzendkrachten die werkzaam zijn op ABU-beloning geldt voor de kostenvergoedingen (zoals reiskostenvergoeding) artikel 39 van de CAO voor Uitzendkrachten. Bij toepassing van de inlenersbeloning geldt artikel 24.

    Wel moeten de kosten aan de volgende voorwaarden voldoen: vrij van premies en loonheffing uit te betalen door de uitzendonderneming en noodzakelijk voor het uitoefenen van de functie.

Overig

  • [Boetes] Mogen we voor de uitzendkracht die niet permanent in Nederland woont niets meer verrekenen?

    De wijziging in de cao gaat specifiek om het verrekenen van boetes. Het is voor de uitzendkracht die niet permanent in Nederland woont alleen nog mogelijk om justitiële of bestuurlijke boetes te verrekenen (een verkeersboete bijvoorbeeld). Het is niet meer mogelijk om boetes te verrekenen die bijvoorbeeld te maken hebben met afspraken in de arbeidsovereenkomst of de huisvesting.

  • [Beschikbaarheid en exclusiviteit] Mag ik een uitzendkracht in fase A zonder loondoorbetaling verplichten om reserve te staan, zodat ik hem in geval van ziekte direct kan oproepen?

    Dit staat beschreven in artikel 5a van de ABU-cao. Als het gaat om een uitzendkracht waarvoor geen loondoorbetalingsverplichting geldt, dan moet de uitzendkracht dus vrij zijn om elders werk te accepteren. Als het niet duidelijk is óf, wanneer en hoeveel uur hij kan werken. Je mag de uitzendkracht dan niet verplichten om ondanks de onzekerheid klaar te moeten staan. Stel dat hij dit vrijwillig doet, dan kan dat uiteraard, maar als er elders wel zekerheid is van werk, dan kan hij niet verplicht worden om te blijven wachten.