Convenant veilig werken in de bouw: "We zoeken samen oplossingen"
1,5 jaar geleden werd het Convenant veilig werken in de bouw met en door ingehuurd personeel ondertekend door Bouwend Nederland, Governance Code Veiligheid in de Bouw (GCVB), Aannemersfederatie Nederland (AFNL) en de ABU en NBBU. Inmiddels werkt een projectgroep voortvarend aan tal van concrete maatregelen.
“De bouw staat al jaren in de top-3 van sectoren met de meeste dodelijke ongevallen,” zegt Christel Peppelenbos, beleidsadviseur Veiligheid bij Bouwend Nederland. “Dat aantal is door tal van maatregelen teruggedrongen van gemiddeld 20 naar 11 per jaar. Maar een verdere daling zien we nog niet. Dat geeft aan hoe belangrijk de uitvoering van dit convenant is.” Uit onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie blijkt dat ingehuurd personeel relatief vaak bij ongevallen betrokken is. Peppelenbos: “Het is een kwetsbare groep die extra aandacht verdient. Willen we de veiligheid van ingehuurd personeel vergroten, dan hebben we alle partijen in de keten daarvoor nodig. Oók de uitzendbranche.”
“Het gaat niet om mooie woorden, maar om afspraken waar alle partijen elkaar aan kunnen houden.”
Christel Peppelenbos, beleidsadviseur Bouwend Nederland
Grote opgave voor bouw en infra
Sinds de ondertekening van het convenant is een projectgroep voortvarend aan de slag met onderzoek naar de knelpunten en concrete oplossingen om het werk in de bouw voor inhuurkrachten daadwerkelijk veiliger te maken, vertelt Peppelenbos. “Er ligt de komende jaren een enorme opgave op het terrein van bouw en infra. De behoefte aan menskracht is groot. Dat maakt het extra belangrijk dat ook de basisveiligheid, taalvaardigheid en vakmanschap van inhuurkrachten op orde is.”
Alle sectoren met de billen bloot
“Het is niet zo dat één partij de schuld heeft van onveilige situaties,” vult ABU-beleidsadviseur Arbeidsmigratie Koen Vogel haar aan. “De ketens van werk worden steeds langer, waardoor het onduidelijk is wie uiteindelijk verantwoordelijk is.” Hij is dan ook blij met de constructieve sfeer waarin de projectgroep samenwerkt. “Er wordt open gesproken over tekortkomingen in de eigen sector. Iedereen gaat met de billen bloot. Er wordt niet met vingers naar elkaar gewezen, er is echt de wil om samen naar oplossingen te zoeken.”
Cultuurverschillen spelen grote rol
Inmiddels heeft de projectgroep de onderzoeksfase afgerond. Peppelenbos: “Er zijn met uitzenders en bouwondernemingen gesprekken gevoerd over de knelpunten die zij ervaren. Duidelijk is dat het zeker niet alleen gaat om een taalprobleem. Ook cultuurverschillen spelen een grote rol. Als een werksituatie niet veilig is, stapt een Nederlander direct naar een uitvoerder. Maar in andere culturen is het niet gebruikelijk om tegen je baas in te gaan.” Daarnaast is ook de rol van een uitvoerder essentieel voor het creëren van een veilige bouwplaats, stelt ze. “Als een uitvoerder aan een arbeidsmigrant vraagt of hij de instructies begrepen heeft, is het antwoord altijd ‘ja’. Ook als diegene het niet heeft begrepen en daarom is doorvragen belangrijk. Investeren in goed opgeleide uitvoerders is dus noodzakelijk.”
Oneerlijke contracten
Daarnaast is de controle op diploma’s en certificaten van uitzendkrachten in de bouw inconsistent, stelt Vogel. “Uitzendbureaus ervaren die onduidelijkheid als een concurrentienadeel ten opzichte van bureaus die minder streng omgaan met diploma-eisen.” Tevens worden uitzenders vaak geconfronteerd met oneerlijke contracten, weet hij. “Daardoor dragen ze de meeste verantwoordelijkheid voor de veiligheid. Door de druk van de markt voelen uitzendorganisaties zich gedwongen dergelijke contracten te tekenen.” Verder gaat het vaak mis bij het betrekken van uitzendkrachten bij het werkproces. “Ze sluiten niet altijd aan bij veiligheidsmomenten, zoals toolboxmeetings. Of ze blijven afwezig bij dagstarts. Terwijl dat cruciale momenten zijn om op de hoogte te blijven van actuele veiligheidsrisico’s.”
Tools testen in de praktijk
“Op basis van onze knelpuntanalyse hebben we eerst gekeken naar maatregelen die snel ingevoerd kunnen worden,” vervolgt Vogel. “Denk bijvoorbeeld aan het delen van ongevallendata, het verplichten van een generieke en uniforme online-poortinstructie voor bouwlocaties of een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek.” Bovendien zullen er komende tijd 7 leerprojecten beginnen, vertelt Peppelenbos. “De bedoeling is om bestaande tools en werkwijzen te testen bij bouwprojecten, om te kijken wat wel en niet werkt. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van taalvouchers, het werken met vaste teams of contracten waarbij niet de prijs maar de veiligheid centraal staat.”
Het einddoel is om te komen tot een handelingskader voor de hele keten, maakt Peppelenbos duidelijk. “Daarin worden praktische afspraken vastgelegd, waaronder de betrokken partijen hun handtekening zetten. Geen mooie woorden dus, maar afspraken waar partijen elkaar aan kunnen houden. Alles met het doel om te zorgen dat ook inhuurkrachten in de toekomst veilig van hun werk thuiskomen.”