ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Scheidend ABU-voorzitter Sieto de Leeuw: “Goed georganiseerde flexibiliteit heeft een mooie toekomst”

Op 1 april neemt Sieto de Leeuw afscheid als voorzitter van de ABU én van de uitzendbranche. Reden genoeg voor een interview over hoogte- en dieptepunten van de afgelopen 30 jaar, het imago van uitzenden en hoe de branche een duurzame toekomst tegemoet gaat.

Sieto de Leeuw

Sieto de Leeuw is 30 jaar actief in de uitzendbranche. Zo was hij onder meer directeur Social & Public Affairs bij Randstad, bekleedde de functies van directeur en voorzitter bij de ABU en is hij lid van de Sociaal-Economische Raad.

Je neemt afscheid van de ABU én de uitzendbranche. Met welk gevoel kijk je terug op die periode?

“Ik heb 30 fantastische jaren gehad en me met hart en ziel ingezet voor een branche waarin ik sterk geloof. Uitzenden betekent veel voor mensen aan de basis van de arbeidsmarkt: we bieden ze kansen om toe te treden tot de arbeidsmarkt of om vanuit werkloosheid weer aan de slag te gaan. In heel veel gevallen groeien uitzendkrachten ook door naar een vast dienstverband bij de opdrachtgever. Daarmee leveren uitzenders een essentiële bijdrage aan onze samenleving. Ik ben blij dat ik daaraan heb mogen meewerken.”

Welke momenten staan symbool voor wat de uitzendbranche in deze periode heeft laten zien?

“De inzet na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is daar een sprekend voorbeeld van. Hoewel uitzenden slechts 3% van de Nederlandse arbeidsmarkt vertegenwoordigt, hebben we meer dan 25% van de Oekraïense vluchtelingen aan werk geholpen. Ook tijdens de coronapandemie liet de branche haar kracht zien. Meer dan 80.000 mensen zijn toen naar ander werk bemiddeld. Alle coronateststraten werden grotendeels bemand door uitzendkrachten. Dat zijn prestaties waar we trots op mogen zijn.”

Wat waren voor jou persoonlijk de hoogtepunten?

“Er waren veel hoogtepunten. De ledenbezoeken vond ik altijd de kers op de taart. Onze achterban is heel divers: van mkb-ondernemingen die andere mkb-bedrijven ondersteunen tot grote spelers die structurele flex aanbieden. Het portfolio van leden is in de loop der jaren enorm uitgebreid: van uitzenden, payrolling, zzp-bemiddeling, detachering tot MSP en RPO. In veel gevallen kun je nauwelijks nog spreken van een traditioneel uitzendbureau. Aan die verbreding zal ook de ABU zich moeten aanpassen. Daar ligt een belangrijke opdracht voor mijn opvolger, Bruno Bruins.”

Is er een specifiek moment dat je bij is gebleven?

“Het cao-akkoord dat we in 2003 sloten op de ferry van IJmuiden naar Newcastle. Na 2 dagen onderhandelen kwamen we tot een 5-jarige cao. Ik weet nog dat ik letterlijk een sprongetje maakte toen ik weer van boord kwam. Dan vergeet je snel dat je een hele nacht hebt onderhandeld.”

Cao-onderhandelingen op een boot…?

“Ook in die tijd waren de verhoudingen met de vakbonden erg gespannen. Samen met FNV-onderhandelaar Han Westerhof had ik in het geheim de hoofdlijnen van een nieuwe cao voorbereid. Toen we die hadden, vroeg ik waar hij de rest van de onderhandelingen wilde doen. Hij stelde de ferry voor, omdat dat publicitair wel interessant was. En dat werkte: de volgende ochtend kopte de Volkskrant ‘Dankzij de boot eindelijk een uitzend-cao’!”

Sieto de Leeuw 3

Waren er ook momenten dat je tegen de stroom in moest roeien?

“Zeker, bijvoorbeeld bij het SER-MLT-akkoord in 2021. Tijdens die onderhandelingen heb ik pal moeten staan voor de belangen van uitzendwerk. Het was in coronatijd en ik zat samen met mijn vrouw geïsoleerd op een hotelkamer in Deventer. Rond middernacht zag ik een bericht van VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen: of ik nog beschikbaar was. Samen met ABU-directeur Jurriën Koops heb ik toen tot diep in de nacht gewerkt om het akkoord in balans te houden. Maar dat resulteerde wel in een evenwichtig akkoord. We hebben als sector toen echt onze nek uitgestoken. Door in te stemmen met een beperking van de flexibiliteit en een beloning voor uitzendkrachten die gelijkwaardig is aan die van werknemers bij de opdrachtgever.”

Maar akkoord of niet: aan de cao-tafels eisten de bonden toch een gelijke beloning…

“Het is onmogelijk om arbeidsvoorwaarden een-op-een toe te passen, vanwege korte dienstverbanden en uiteenlopende regelingen bij individuele ondernemers. Bovendien verschillen de behoeften per doelgroep. Een student of gepensioneerde hecht meer waarde aan geld, terwijl anderen juist ontwikkeling of duurzame inzetbaarheid belangrijk vinden. Maar onder aan de streep, moeten de arbeidsvoorwaarden wél gelijkwaardig zijn, zo spraken we af in het SER-MLT-akkoord. Helaas hebben vakbonden vervolgens vanaf dag één ingezet op gelijke beloning, waardoor er een crisis met FNV, CNV en De Unie is ontstaan. Soms krijg ik het gevoel dat de bonden de uitzendbranche liever kwijt dan rijk zijn. Terwijl ze tegelijkertijd uitzenden ‘de preferente vorm van flex’ noemen. Dat is praten met 2 monden. Ik geloof in de polder, maar het water staat momenteel wel erg laag.”

Wat zie je als het belangrijkste dieptepunt van de afgelopen jaren?

“Dat het imago van uitzenden er niet beter op is geworden in de loop der jaren. Een grote fout was het afschaffen van het vergunningenstelsel in 1998. Daardoor groeide het aantal uitzendbureaus van ongeveer 800 naar 20.000, waarvan slechts een klein deel goed gereguleerd is. Achteraf is dat een verkeerde keuze geweest. Ook omdat zelfregulering niet heeft gebracht wat maatschappelijk ervan werd verwacht. Mede doordat de handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie tekortschoot en nog altijd tekortschiet.”

Waren er nog andere oorzaken waardoor uitzenden onder druk kwam te staan?

“Na de Kredietcrisis van 2007 werd nog gezegd dat ‘flexibiliteit Nederland had gered’. Maar na de Eurocrisis van 2010 werd flexibiliteit steeds vaker als een probleem geframed. Flex werd gelijkgesteld aan uitzenden, terwijl uitzenden slechts 8% bedraagt van de totale flexmarkt. Het verhaal werd dat flexwerkers de prijs betaalden voor de crisis en dat Nederland was ‘doorgeschoten’ in flexibiliteit. Dat leidde tot een brede aanval op flex, terwijl er nauwelijks werd gesproken over de keerzijde van vaste contracten.”

Was het ook een probleem dat uitzenden zich in toenemende mate ging richten op arbeidsmigranten?

Na het openstellen van de grenzen voor Polen in 2007 nam het aantal arbeidsmigranten – liever zeg ik internationale medewerkers – sterk toe. Mede ingegeven door de omstandigheden in de landen van herkomst en de behoefte aan werknemers die werk doen wat Nederlanders niet willen doen. De uitwassen die dit heeft opgeleverd – zoals A1-verloning* en de misstanden – leggen helaas een grote smet op de hele branche. Dat stoort mij omdat dit het goede werk van mijn leden bezoedeld. Daarbij wordt vaak vergeten dat het merendeel van de arbeidsmigranten prima tevreden is hier in Nederland.

* A1-verloning: hierbij werkt iemand in een ander land, maar worden de sociale premies afgedragen in het land van herkomst. Omdat die premies daar vaak lager zijn (bijvoorbeeld voor WW, werknemersverzekeringen en pensioen), ligt de kost prijs van arbeid met A1-verloning meestal lager.

Met de nieuwe ‘Goed werk’-strategie maakt de ABU nu een fundamenteel andere keuze?

“Absoluut. De kern van die strategie is dat niet langer de opdrachtgever, maar de uitzendkracht op nummer 1 staat. Ik ben trots dat onze leden de moed hebben gehad om die keuze te maken. Het uitgangspunt moet zijn dat je uitzendkrachten behandelt zoals je je eigen kind behandelt. Goede huisvesting, eerlijke huurprijzen, veilige werkomstandigheden en goede opleidingskansen. Maar je spreekt ze wél aan op hun verantwoordelijkheid, zoals je je eigen kinderen aanspreekt. Op dat belangrijke kruispunt staan we nu.”

“Het uitgangspunt moet zijn dat je uitzendkrachten behandelt zoals je je eigen kind behandelt.”

Dat betekent dus inzetten op kwaliteit om onderscheidend te zijn?

“Ja. Als je dat als uitzender niet doet, ben je volstrekt inwisselbaar en lok je opdrachtgevers uit om een keuze te maken op prijs. Als je geen toegevoegde waarde biedt, op een steeds krapper wordende arbeidsmarkt, verlies je de strijd. Ik ben ervan overtuigd dat goed georganiseerde flexibiliteit een mooie toekomst heeft. De nieuwe cao belichaamt dat, met gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden, de beperking van flexibiliteit en een fundamentele verbetering van het pensioen. Daarmee komen wij onze afspraken uit het SER-MLT-akkoord na.”

Maar uitzenders kunnen het niet alleen. Wat vraagt het van opdrachtgevers en de overheid?

“Het vraagt van opdrachtgevers dat ze bereid zijn om een eerlijke prijs voor flexwerk te betalen. Arbeid is geen goedkope handelswaar. Daarnaast moet de overheid niet alleen regels maken, maar ook zorgen voor betere handhaving. Het is wrang dat er momenteel wordt gesproken over uitzendverboden, terwijl je zelf als overheid de handhaving volstrekt niet op orde hebt. Dat vind ik een brevet van onvermogen.”

“Eerlijk flexwerk vraagt van opdrachtgevers dat ze bereid zijn een eerlijke prijs te betalen. Arbeid is geen goedkope handelswaar.”

Sieto de Leeuw

Waarvan hoop je dat mensen over 10 jaar zeggen, dit was het keerpunt?

“Ik hoop dat men zal zeggen dat uitzendondernemingen de nieuwe cao respectvol en zorgvuldig hebben uitgevoerd. Dat opdrachtgevers zich ervan bewust zijn dat het om mensen gaat en dat er ook iets van hen verwacht wordt. En ik hoop dat we weer on speaking terms komen met alle vakbonden. Want dankzij de polder hebben wij in onze sector altijd mooie akkoorden kunnen sluiten.”

Tot slot: wat zou je het nieuwe kabinet willen meegeven?

“Geef uitvoering aan de implementatie van het SER-MLT-akkoord. Ga niet alleen op zoek naar coalities binnen de Tweede Kamer, maar ook naar maatschappelijke coalities daarbuiten. En maak werk van werk en leg dat op een betere en slimmere manier vast in wet- en regelgeving. Om met Van Kooten en de Bie te spreken: mensen maak het simpel, leef met vlag en wimpel!”

Gerelateerde artikelen