ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Wet meer zekerheid flexwerkers

Vandaag stemde de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers. Het is goed dat de Tweede Kamer de wet heeft aangenomen en daarbij heeft vastgehouden aan gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten. Pogingen om dit te vervangen door gelijke arbeidsvoorwaarden hebben het niet gehaald. De kamer erkent daarmee dat gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden het beste zijn voor de uitzendkracht.

Gelijkwaardig is gelijk, maar dan beter

Dankzij het principe van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden zijn uitzendbureaus in staat om echt in te spelen op de behoeften van uitzendkrachten. Arbeidsvoorwaarden waar mensen ook echt wat aan hebben. Dat zorgt voor één helder en voorspelbaar pakket, toepasbaar bij iedere opdracht. Dat is het beste voor de uitzendkracht.

Neem bijvoorbeeld uitzendkrachten die willen bijverdienen, zoals scholieren, studenten en senioren. Zij zitten niet te wachten op extra vakantiedagen, maar willen liever extra loon voor de dagen dat zij werken.

Herintreders, bijstandsgerechtigden en statushouders hebben bijvoorbeeld weer meer behoefte aan extra begeleiding en opleidingen. Uitzendbureaus kunnen hun arbeidsvoorwaardenpakket daarop aanpassen en mensen zo echt aan het werk helpen.

Vastgehouden aan het SER‑MLT‑advies

De wet staat niet op zichzelf maar is een uitwerking van het in 2021 door sociale partners afgesproken SER-MLT-advies: ‘Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving’. Een van de pijlers; om flex minder flex te maken realiseren we nu. Het is goed dat de Tweede Kamer daarbij naar onze oproepen heeft geluisterd en vergaande amendementen heeft weggestemd. De zorgvuldig afgesproken balans is daarmee overeind gebleven.

Amendementen met vergaande gevolgen afgewezen

Tijdens het debat op 9 april jl. diende GroenLinks‑PvdA meerdere amendementen in die vergaande gevolgen zouden hebben gehad voor de allocatieve functie van de uitzendsector. Deze zijn gelukkig afgewezen. Zo werden voorstellen gedaan om te kiezen voor gelijke in plaats van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden en om uitzenden te beperken tot tijdelijke functies bij de inlener. Dat zou er in de praktijk toe leiden dat payrolling onmogelijk wordt gemaakt. Wij zijn blij dat de Tweede Kamer ook inzag dat deze amendementen vergaande gevolgen zouden hebben voor de sector en ze op 21 april zijn verworpen.

Een afgezwakt amendement van Pro is wel aangenomen. Het ministerie gaat monitoren hoe gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden nu worden toegepast. Bij structurele onderbetaling of ontduiking heeft de minister de mogelijkheid om specifieke arbeidsvoorwaarden aan te wijzen die gelijk moeten zijn. Over deze voorwaarden kunnen dan geen cao‑afspraken meer worden gemaakt. Wij zijn verbaasd dat dit amendement het heeft gehaald. Het kan sociale partners deels buitenspel zetten, mocht de minister die lichtzinnig inzetten, iets wat niet past in Nederland waarbij het primaat voor arbeidsvoorwaarden bij sociale partners ligt. Daarnaast is dit instrument niet nodig, omdat via de Wtta al gericht kan worden gehandhaafd op uitzendbureaus die misbruik maken van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Wij gaan er dan ook van uit dat de minister dit middel terughoudend inzet en dat alleen doet in zeer uitzonderlijke gevallen, na overleg met sociale partners. 

Vervolg

De Tweede Kamer heeft grotendeels vastgehouden aan het SER‑MLT‑advies uit 2021 en volgt de lijn die wij de afgelopen jaren al via onze cao hebben ingezet.

De komende weken zal de behandeling in de Eerste Kamer plaatsvinden. Na het aannemen van de wet in de Eerste Kamer zal naar verwachting de wet in delen in werking treden op 1 januari 2027 en 2028. Wij wachten daar niet op. Wij blijven doen wat wij al deden: zorgen voor goed passende arbeidsvoorwaarden voor alle uitzendkrachten.

Gerelateerde artikelen