ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

“Ook bij krimp is blijven leren cruciaal voor alle werkenden”

Illustratie-uitzendwerk-scholing

Lage werkloosheid is goed nieuws voor werkzoekenden, maar de krapte remt ook onze economische groei. Het benadrukt volgens topeconoom Barbara Baarsma (Rabobank, UvA, SER) vooral weer de noodzaak van een ‘leven lang ontwikkelen’. “Dat is echt keihard nodig, ook als de economie straks niet of minder groeit.” Ze pleit voor een persoonlijke leerrekening voor alle werkenden, met voldoende prikkels.

“Langzaam maar zeker surfen we op de conjuncturele golf naar beneden. Zonder acuut crisisgevaar, maar de economische

Barbara Baarsma Rabobank, SER en UvA
groei is in veel landen op z’n retour,” schetst Baarsma. Dit jaar verwacht de Rabobank (kwartaalrapportage) nog economische groei van 1,7%. “Er zijn signalen van afkoeling, maar of de groei later dit jaar stokt of in 2020 en wanneer precies is afhankelijk van veel factoren. Denk aan de handelsoorlog tussen Amerika en China, de Brexit of hoe het klimaatakkoord uitpakt voor burgers. Als sprake is van krimp, verwacht ik dat dit op de arbeidsmarkt pas later merkbaar wordt. Werkgevers zijn zo geschrokken van de krapte dat ze zuinig blijven op hun personeel. Bovendien blijft er in verschillende sectoren gewoon krapte bestaan.”

Noodzaak

De historisch lage werkloosheid van 3,4% (343.000 mensen in het eerste kwartaal) die het CBS in mei bekendmaakte, is goed nieuws voor werkzoekenden. “Dat was mijn eerste gedachte: wat fijn dat nog meer mensen werk hebben, kunnen participeren en ervaren dat ze ‘erbij horen’. Werk wordt vaak neergezet als iets wat ‘moet’, terwijl het een belangrijke geluk-makende factor is.”

 

Werkgevers zijn zo geschrokken van de krapte dat ze zuinig blijven op hun personeel.

 

Direct daarna dacht Baarsma aan de noodzaak van een ‘leven lang leren’, hoewel ze het liever anders noemt. “Het klinkt als ‘levenslang’, terwijl leren je vrijheid op de moderne arbeidsmarkt juist vergroot. Ik noem het liever: ‘Lang leve het leren!’ Dat is belangrijk om nu en later de krapte tegen te gaan, om mensen inzetbaar te houden én om het structureel verdienvermogen van onze economie te verhogen. Zonder conjunctuurgroei is dat namelijk laag. Dat kun je in theorie op twee manieren oplossen: het arbeidspotentieel van werkenden vergroten of hun arbeidsproductiviteit verhogen. Alleen met dat laatste kun je echt wat doen. Daarvoor is blijven opleiden en trainen cruciaal.”

Leerrekening met prikkels

Het arbeidspotentieel is trouwens wel groter dan de 343.000 mensen die officieel geregistreerd staan. “Er zijn ook nog 372.000 Nederlanders die niet gezocht hebben, maar wel kunnen werken of die niet binnen twee weken aan de slag kunnen, maar dat wel willen. Tel daarbij de ongeveer 368.000 deeltijdwerkers die meer uren willen draaien. Samen is dat een aardige ‘reservebank’. Om die te benutten, is blijven opleiden en ontwikkelen ook essentieel.”

Toch komen initiatieven voor structureel meer leren en ontwikkelen moeilijk van de grond. Volgens Baarsma vooral omdat het besef van de noodzaak (prikkel) en de middelen (tijd en geld) ontbreken. Daarom pleit ze voor een leerrekening voor alle werkenden, betaald door werkgevers, opleidingsfondsen en werkenden, deels met fiscale voorzieningen. “Daarmee wordt ieders spaarpot gevuld, maar dat moet wel goed zichtbaar zijn: op de salarisstrook. Samen met de leerrechten die mensen hebben, maar vaak niet kennen. De prikkels moeten op scherp: een deel van je spaarpot of fiscale voordelen vervallen, als je het geld niet binnen vijf jaar benut voor je ontwikkeling. Wie systematisch niet leert en werkloos wordt, kun je ook korten op de uitkering als de leerrekening niet gebruikt is en de werkloosheid samenhangt met kennisveroudering. Voor werkenden met een afstand tot de arbeidsmarkt, zou er een publieke verzekering tegen kennisveroudering moeten komen, omdat werkgevers mogelijk te weinig in deze groep investeren.”

 


In een snel veranderende wereld van werk, neemt het belang van scholing steeds meer toe.

Het aantal uitzendkrachten dat een opleiding volgt, steeg van 12% in 2007 naar 14% in 2017. Scholieren en studenten – in totaal 22% van alle uitzendkrachten – zijn daarbij niet meegerekend. Dat is een stuk hoger dan bij mensen met een oproepcontract. De ambitie is in 2020 dat 20% van de uitzendkrachten scholing volgt.

 


Percentage dat op het werk wordt geschoold in 2017

Vast dienstverband                       19%

Tijdelijk dienstverband                 16%

Uitzendkracht                                  14%

Zelfstandige                                     13%

Oproep- of invalkracht                   7%


Bron: Polisbestanden 2017, bewerking KBA Nijmegen voor Uitzendmonitor 2018

Dit artikel verscheen in Uitzendwerk 2 2019

Gerelateerde artikelen