ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Aan de slag - Bouwen aan een beter Nederland

Wie vangt ons op als het leven even niet meewerkt?

Ik heb het nieuwe regeerakkoord meerdere keren gelezen. En telkens bleef dat ongemakkelijke gevoel: dit gaat niet over de mensen die ik dagelijks zie, maar over mensen zoals ze op spreadsheets bestaan.

Het sociale domein – zorg, ondersteuning, bestaanszekerheid – wordt in het akkoord gepresenteerd als iets wat ‘houdbaar’ moet blijven. Dat klinkt verstandig. Niemand wil een systeem dat instort. En inderdaad, er zijn ook lichtpuntjes: er komt structureel extra geld voor kwetsbare groepen, er wordt ingezet op meer preventie en ondersteuning thuis, en er is aandacht voor het verminderen van bureaucratie. Dat zijn kleine maar belangrijke stappen: erkenningen dat de menselijke maat telt.

Toch blijft de toon van het akkoord vooral zakelijk. Neem de WW: korter, strenger, sneller richting werk. In beleidstaal klinkt dat logisch. In het echte leven betekent het dat iemand die na 20 jaar zijn baan verliest, minder tijd krijgt om overeind te blijven. Alsof werkloosheid een morele misstap is.

Ook in de zorg schuurt het. Het eigen risico gaat omhoog — ‘beperkt’, heet dat dan. Toch denk ik aan de mensen die ik ken, die zorg al uitstellen omdat ze het simpelweg niet kunnen betalen. Dat het akkoord tegelijkertijd extra geld uittrekt voor toegankelijkere wijkverpleging en ondersteuning bij mantelzorgers, is een lichtpunt. Het laat zien dat er wél oog is voor mensen die dagelijks het verschil maken en het zwaar hebben.

Dan is er dat steeds terugkerende mantra: eigen verantwoordelijkheid, participatie, zelfredzaamheid. Het klinkt stoer, bijna optimistisch. En er zijn zeker initiatieven die dit ondersteunen, zoals extra begeleiding bij schulden en werk, of ondersteuning voor jongeren die moeite hebben met zelfstandig wonen. Maar ik zie ook de andere kant: mantelzorgers die al over hun grenzen gaan, ouderen die langer moeten doorwerken, mensen die nét te veel verdienen voor toeslagen en toch structureel tekortkomen. Zij vallen precies in de ruimte die het beleid openlaat.

Wat het akkoord betreft, blijft het op het gebied van armoedebestrijding opvallend vaag. Er wordt gesproken over ‘maatregelen tegen armoede’ en enkele regelingen tegen schulden en kinderarmoede, maar een breed, samenhangend plan dat structurele ongelijkheid aanpakt ontbreekt. Er is geen ambitie om te zorgen dat iedereen een leefbaar inkomen heeft, dat kinderen niet opgroeien in onzekerheid, of dat mensen niet constant financieel balanceren tussen huur, zorg en boodschappen. Het klinkt bijna alsof armoede vooral een kwestie van gedrag of motivatie is, terwijl het in werkelijkheid veel vaker het gevolg is van de systemen die ongelijkheid in stand houden.

Wat misschien nog het meest schrijnend is, is wat er níet staat. Geen duidelijke visie op armoede, geen structurele investering in sociale samenhang, geen erkenning dat bestaanszekerheid niet alleen over geld gaat, maar ook over rust, vertrouwen en voorspelbaarheid. Armoedebestrijding blijft zo een lappendeken van losse maatregelen, terwijl een echt ambitieus beleid zou moeten streven naar zekerheid voor gezinnen, kansen voor kinderen en een samenleving waarin niemand structureel aan de zijlijn staat. Het gaat om de zekerheid dat het systeem je opvangt als het tegenzit, in plaats van dat je constant op scherp moet staan om te overleven. Zonder die basis blijven woorden over ‘maatregelen tegen armoede’ hol en ontoereikend.

Ik waardeer de kleine stappen richting verbetering, maar ik mis in dit akkoord het besef dat het sociale domein geen kostenpost is, maar een morele keuze. Hoe we omgaan met ziekte, ouderdom, werkloosheid en kwetsbaarheid zegt iets over wie we zijn als samenleving. En op dit moment voelt die boodschap nog te kil: red je, zolang het kan — daarna zien we wel.

Misschien vergis ik me. Misschien pakt het in de praktijk milder uit dan het op papier leest. Maar terwijl ik het regeerakkoord dichtklap, blijft die ene vraag hangen: als zelfs het sociale domein vooral moet ‘sluiten’ en ‘prikkelen’, wie vangt ons dan op als het leven even niet meewerkt?

De vraag is niet alleen of het financieel verstandig is, maar vooral of het moreel acceptabel is.

Gerelateerde artikelen