Het jaar van de skills
Ik betrap mezelf er steeds vaker op dat ik met opgetrokken wenkbrauwen naar vacatures kijk. Je kent ze wel: die eindeloze lijstjes met diploma’s, jaartallen, certificaten, functietitels en “minimaal 5 jaar ervaring” in iets dat nog geen 3 jaar bestaat. En dan denk ik: echt, doen we dit nog steeds? We blijven maar benadrukken hoe groot de krapte is, hoe moeilijk het is om mensen te vinden, maar ondertussen blijven we wél exact hetzelfde doen in de manier waarop we naar talent kijken. Alsof er niets is veranderd.
De afgelopen jaren spreek ik regelmatig werkgevers, werkzoekenden en mensen die de arbeidsmarkt dagelijks analyseren. En iedereen zegt eigenlijk hetzelfde: we zoeken te star. De wereld verandert sneller dan opleidingen kunnen bijhouden. Technologische ontwikkelingen denderen door, functies verdwijnen, nieuwe rollen ontstaan, en bijna niemand loopt nog een keurig rechte carrièrelijn. Dat diploma van 10 jaar geleden vertelt je vooral wie iemand toen was – niet wie iemand nú is, wat iemand kan leren of hoe snel iemand zich kan aanpassen.
Wat mij raakt, is hoeveel potentieel we laten liggen. Ik hoor verhalen van mensen die zichzelf opnieuw willen uitvinden, die wél de juiste skills hebben, maar niet het juiste papiertje. Zij-instromers die na jaren in een ander vak iets nieuws willen leren. Carrièreswitchers die precies de mentale wendbaarheid hebben waar je als bedrijf op zou moeten staan te springen. Mensen die na een burn-out ontdekken dat ze juist in een ander type rol volledig tot hun recht komen. Oudere werknemers die worden onderschat omdat hun cv niet meer ‘actueel’ genoeg zou zijn, terwijl hun ervaring, werkethiek en probleemoplossend vermogen goud waard zijn. Veel van hen komen niet eens door de eerste selectie heen, omdat ze niet perfect passen in een hokje dat ooit is bedacht voor een heel andere arbeidsmarkt.
Wat mij daarnaast opvalt, is dat we heel goed zijn geworden in het benoemen van wat er misgaat, maar veel minder in het loslaten van oude gewoonten. Want eerlijk is eerlijk: werven op skills vraagt lef en het nemen van verantwoordelijkheid. Het betekent dat je anders moet kijken naar potentieel, dat je verder durft te kijken dan de veilige bevestiging van een diploma of een ‘logische’ loopbaan. Het betekent gesprekken voeren die niet beginnen bij het cv, maar bij wat iemand kan, hoe iemand denkt en hoe iemand leert. En dat voelt voor veel organisaties nog oncomfortabel.
Maar ik zie ook de andere kant: bedrijven die wél durven. Organisaties die selecteren op vaardigheden, leervermogen, nieuwsgierigheid en motivatie. Daar gebeuren mooie dingen. Teams worden diverser, kandidaten komen uit onverwachte hoeken, en mensen blijven langer omdat ze worden ingezet op hun werkelijke kracht en niet op het label dat hun cv toevallig uitdraagt. Recruiters vertellen dat hun talentpool ineens groter wordt.
Misschien is dat wel de kern: durven loslaten. Durven aannemen dat potentieel belangrijker is dan perfectie. Want wie blijft werven op cv’s, gaat verliezen van wie werft op skills. De arbeidsmarkt is te dynamisch, te grillig en te snel geworden om vast te houden aan oude selectierecepten die vooral zekerheid moeten bieden, maar uiteindelijk vooral kansen blokkeren.
Skills zijn de nieuwe valuta. Maar zolang we ze niet durven gebruiken, blijft het bij mooie woorden in rapporten en strategieplannen. Het wordt tijd dat werkgevers het écht gaan doen – niet als experiment, maar als nieuwe norm.
Want eerlijk? Ik hoop dat we over een paar jaar verbaasd terugkijken op de tijd dat we dachten dat alleen een diploma belangrijker was dan wat iemand daadwerkelijk kan, leert, bijdraagt en is!