Wie ziet de mens achter het contract?
Wie werkt, zou in een welvarend land als Nederland niet in armoede moeten leven. Toch geldt dat voor ongeveer 355.000 mensen wél. Ze hebben een baan, maar komen nauwelijks rond. Dat cijfer schuurt en raakt mij enorm. De gevolgen voor deze mensen blijven vaak onzichtbaar: slecht slapen, sociale contacten vermijden, maaltijden overslaan en leven met voortdurende angst om het niet meer te redden.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid lanceerde daarom de campagne ‘Stap naar hulp’. Terecht. Uit onderzoek blijkt dat 4 op de 10 alleenstaande werkenden met een laag inkomen grote geldzorgen hebben, terwijl slechts de helft weet waar hulp te vinden is. Misschien nog schrijnender is dat veel mensen denken dat regelingen niet voor hen bedoeld zijn, of bang zijn dat hulp later wordt teruggevorderd. Vooral jongeren. Schaamte en onzekerheid winnen het van gezond verstand.
In dat krachtenveld komt steeds nadrukkelijker een groep naar voren die dagelijks dichtbij deze mensen staat: werkgevers. Binnen die groep spelen ABU-leden – uitzendondernemingen – een opvallend positieve rol. Juist zij staan vaak naast mensen die flexibel werken, minder uren kunnen maken of meerdere banen combineren om rond te komen. Zij kennen de gezichten en verhalen achter de loonstrook.
ABU-leden zijn gewend om verder te kijken dan alleen inzetbaarheid. Zij signaleren vroegtijdig wanneer iemand vastloopt: bij loonbeslag, plotseling ziekteverzuim, of het moeten combineren van drie banen. En belangrijker nog: ze handelen. Door het gesprek aan te gaan, door te verwijzen naar hulporganisaties zoals Geldfit en de Voorzieningenwijzer, door mee te denken over uren, scholing of een stabielere werkplanning. Niet vanuit plicht, maar vanuit betrokkenheid.
Dat is geen liefdadigheid, het is verstandig werkgeverschap. Want geldzorgen kosten een werkgever gemiddeld 13.000 euro per medewerker per jaar. Maar belangrijker: ze kosten mensen hun gezondheid, hun vertrouwen en soms hun toekomst. Uitzendondernemingen laten zien dat flexibiliteit en zorgzaamheid elkaar niet uitsluiten. Integendeel.
Natuurlijk is meer werken soms een uitweg uit armoede. Maar zoals staatssecretaris Nobel terecht zegt: niet iedereen kan dat. Dan moet werken wél lonen en moeten regelingen eenvoudiger, zonder angst voor terugvordering. Tot die tijd is het cruciaal dat iemand de weg wijst. Dat iemand zegt: “Je staat er niet alleen voor.” ABU-leden doen dat al dagelijks. Zij vormen een brug tussen werk en bestaanszekerheid, tussen beleid en praktijk.
In een tijd waarin armoede een werkend probleem is geworden, zijn zij een deel van de oplossing. Misschien wordt het tijd dat we dat niet alleen zien, maar ook hardop erkennen, daarom de campagne ‘Stap naar hulp’.
Want echte vooruitgang begint daar waar werk niet alleen inkomen oplevert, maar ook zekerheid, aandacht en menselijkheid.