ABU-voorzitter Bruno Bruins: “Goed werk begint bij een gedeelde visie, en die moeten we beter voor het voetlicht brengen"
Bruno Bruins is de nieuwe voorzitter van de ABU. Op 1 april volgde hij Sieto de Leeuw op. Wat is zijn eerste indruk en wat voor voorzitter wil hij zijn? “ABU-leden houden van hun werk, en dat willen we uitstralen.”
Waarom wilde je voorzitter van de ABU worden?
“Werk speelt een heel belangrijke rol in mensenlevens. Het zorgt voor inkomen, sociale contacten, waardering, voldoening, trots en persoonlijke groei. Het geeft ritme aan je dag. Als je ‘s ochtends de deur uitgaat en naar je werk kunt gaan: dat is gewoon fijn. Ik wil graag dat iedereen dat kan ervaren en daar vanuit deze functie aan bijdragen.”
“Het gesprek moet gaan over hoe kunnen wij helpen om de arbeidsmarkt beter te laten draaien?”
Bruno Bruins, ABU-voorzitter
Achter de schermen liep je de afgelopen maanden al mee. Wat is je het meest opgevallen?
“Het is erg leuk om leden te bezoeken. Voeten onder tafel steken en luisteren. Hun optimisme, creativiteit, vasthoudendheid en energie werken aanstekelijk. Bij de ABU praten we veel over visie en beleid, maar tijdens zo’n bezoek word je ondergedompeld in de praktijk. Dat houdt onze blik scherp. Wat opvalt, is de grote diversiteit onder ABU-ondernemers. Eén ding bindt hen: stuk voor stuk staan ze voor goed werk.”
Goed werk staat centraal in de ABU-strategie. Hoe ga je helpen daar uitvoering aan te geven?
“Goed werk is het uitgangspunt van onze strategie. Dat begint bij de basis: werk moet duidelijk, eerlijk en veilig zijn, zodat mensen met plezier aan de slag kunnen en aan het einde van de dag met voldoening naar huis gaan. Daarbij staat voor mij de uitzendkracht centraal. Dáár begint het. Als het voor hen goed geregeld is, doen we het als sector goed.
De kracht van de ABU zit in de praktijk. Onze leden maken elke dag het verschil door mensen aan werk te helpen en hen verder te brengen in hun loopbaan. Mijn rol is om dat te versterken: door goed te luisteren naar leden en de gezamenlijke koers scherp te houden. Zo maken we van goed werk niet alleen een ambitie, maar iets wat merkbaar is in de praktijk.”
Waar zitten de grootste zorgen van de leden?
“De ABU is zichtbaar. Het ABU-keurmerk op de voordeur maakt uitzenders trots. Maar de uitzendbranche is veel groter dan de meer dan 500 ABU-leden. De ABU is als het binnenste poppetje van een matroesjka: er zitten nog allerlei poppetjes omheen. Daar zitten ook uitzenders tussen die een loopje nemen met de regels. Helaas bepalen zij wel voor een deel het beeld over de branche. Dat is een pijnpunt voor ABU-ondernemers en zorgt voor veel ongemak. Daar wil ik de vinger op leggen. Ik wil dat wij beter laten zien dat wij de goede dingen doen.”
Leg eens uit?
“Ik wil preciezer weten: wat verstaan wij onder goed werk? We hebben daar een gedeelde opvatting over, maar hoe gaan we daar echt invulling aan geven? Ik wil door middel van gesprekken met leden tot een precieze formulering komen. Als dat helder is, kun je krachtig naar buiten treden. Dan kunnen we laten zien hoe wij ons steentje bijdragen en een onmisbare schakel op de arbeidsmarkt zijn. Of, zoals ik tegen het ABU-bestuur zei tijdens mijn sollicitatiegesprek: we moeten laten zien wat we in ons knuistje hebben. Dat zie ik als een belangrijke opdracht.”
In vogelvlucht
Bruno Bruins (1963) is een bestuurder en voormalig VVD-politicus. Hij was onder meer staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het derde kabinet-Balkenende, voorzitter van de raad van bestuur van UWV en minister voor Medische Zorg en Sport in het kabinet-Rutte III.
Daarnaast was Bruins onder meer staatsraad bij de afdeling Advisering van de Raad van State, lid van de raad van toezicht van UNICEF en vicevoorzitter van de adviescommissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel. Bruins voltooide een studie Nederlands recht en Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De arbeidsmarkt piept en kraakt. Wat baart je de meeste zorgen?
“De krapte is een belangrijk gegeven en zal nog wel even blijven. AI helpt een beetje, maar mensen blijven nodig. We moeten de discussie hierover niet verengen tot het al dan niet werken met AI. Het gesprek moet hierover gaan: hoe kunnen wij helpen om de arbeidsmarkt beter te laten draaien? En: hoe kunnen wij als ABU onze toegevoegde waarde daarbinnen beter over het voetlicht brengen? Wij helpen niet alleen om acuut werk te vinden in het hier en nu, maar zorgen ook dat mensen zich ontwikkelen en klaar zijn voor een volgende stap.
Overal in het land worden Werkcentra ingericht. Je kent het publieke domein goed. Wat is ervoor nodig om deze regionale samenwerking te laten slagen?
“Ik werkte van 2011 tot 2017 als bestuursvoorzitter bij UWV en toen al ging het over regionale samenwerking. We komen dus van heel ver en hebben kleine stapjes gemaakt. Ik ben zelf positief gestemd over de mogelijkheden die samenwerking in de regio biedt. Kijk ook naar andere landen: daar zie je dat sterke samenwerking met gemeenten en ook werkgevers- en werknemersorganisaties echt vruchten afwerpt. Wat daar om te beginnen voor nodig is, is dat alle deelnemende partijen dat echt zien zitten. Alleen dan kunnen we een flinke stap naar voren zetten.”
Doel je op het feit dat uitzenders niet overal met gejuich worden ontvangen?
“Het begint met de wil om samen te werken. Uitzenders horen daar ook bij. ABU-leden willen graag samenwerken, zijn ondernemend en hebben veel lokale kennis over de arbeidsmarkt. Ik geloof in deze regionale aanpak, die trouwens ook een belangrijk onderdeel is van het regeerakkoord. Het is niet de vraag ‘of’ maar ‘hoe’.”
Je treedt aan in een hectische periode voor veel leden. Denk aan de invoering van de nieuwe cao en – in 2027 – de Wtta. De regeldruk neemt toe, de marges worden kleiner. Dat baart veel ondernemers zorgen.
“Dat snap ik. De regeldruk is groot. Nadat het vergunningstelsel is afgeschaft, is de branche hard gegroeid en dat gaat ook gepaard met ongezonde praktijken. Dus nu verzet de overheid de bakens en komt met nieuwe regels. Op zich is dat niet gek, maar ondernemers moeten zich gaan verhouden tot die nieuwe regels, zoals de Wtta. Ik ben ervan overtuigd dat de Wtta kansen biedt voor ABU-leden. In mijn gesprekken hoor ik over het algemeen ook positieve geluiden over deze wet, al kost het een flinke voorbereiding. Maar ondernemers zien altijd kansen. Ik heb er alle vertrouwen in dat ABU-uitzenders zich ook tot deze nieuwe regels weten te verhouden. Zij verwachten wel dat de Wtta streng wordt gehandhaafd, zodat er geen ruimte meer is voor uitzenders die de regels aan hun laars lappen.”
Eerste stap in verbindend voorzitterschap
Met de overhandiging van de inspiratiegids Laat TALENT Werken aan minister Thierry Aartsen zette ABU-voorzitter Bruno Bruins direct een duidelijke eerste stap in zijn nieuwe rol. Niet alleen als belangenbehartiger van de branche, maar ook als verbinder tussen publieke en private partijen op de arbeidsmarkt.
De gids onderstreept waar Bruins op inzet: laten zien wat de sector bijdraagt én die bijdrage versterken door samenwerking. Juist in een krappe arbeidsmarkt, waarin vraag en aanbod elkaar niet vanzelf vinden, is die gezamenlijke aanpak cruciaal. Uitzenders brengen mensen, werkgevers, gemeenten en uitvoeringsorganisaties bij elkaar en zorgen er mede voor dat kansen daadwerkelijk benut worden.
Bruins benadrukt daarbij vooral de gezamenlijke opgave en de noodzaak om samenwerking te verdiepen: “Voor mij is de vraag niet óf we samenwerken, maar hoe we dat goed doen. Hoe zorgen we dat samenwerking een tweede natuur wordt? Dat vraagt om vertrouwen, om inzet van alle partijen en om de wil om over grenzen heen te kijken.”
De voorbeelden uit de gids laten zien dat die samenwerking al resultaat oplevert, van lokale initiatieven tot meer structurele aanpakken. Tegelijk past de overhandiging bij Bruins’ ambitie om scherper te laten zien waar de branche voor staat: goed werk, zichtbaar gemaakt in de praktijk én in partnerschap.
Het glas is halfvol?
“Jazeker. Bij ondernemerschap hoort een zekere mate van optimisme. Ik heb met mezelf afgesproken dat ik niet cynisch wil worden in mijn werk. Cynisme haalt de glans van dingen, trekt de energie eruit en zorgt voor stilstand. Het is een hele slechte staat van zijn.”
Als voormalig minister en staatssecretaris ken je Den Haag goed. Wat is er nodig van de politiek en de sector om ruimte te bieden aan waardevolle flexibiliteit en misstanden aan te pakken?
“De ABU komt op voor goed werk. Malafiditeit en misstanden horen niet bij ons. Ik denk dat we goed kunnen laten zien dat wij staan voor kwaliteit. Als je aantoont dat je het goede doet, heb je recht van spreken.”
Hoe karakteriseer je jezelf als voorzitter?
“Dat kun je beter aan anderen vragen, maar vooruit. Ik ben praktisch en positief ingesteld. Ik wil veel leden blijven bezoeken. Zenden en ontvangen moeten in balans zijn en vervolgens: aan de slag. Mijn voorzitterschap is geslaagd als de leden tevreden zijn met de koers van de ABU. Ik wil dat hun stem intern gehoord wordt en dat ze dat extern terugzien. Als we ons houden aan onze eigen waarden en naar buiten toe goed laten zien wat we te bieden hebben, dan staan we superstrak opgesteld voor de toekomst.”
Is er iets wat je tot slot nog mee wilt geven?
“Ja. Als ik ‘s ochtends de deur uitloop om naar mijn werk te gaan, dan doe ik dat in vrijheid. Ik heb fijn werk. Er is goed onderwijs voor onze kinderen. Ik kan voor mijn mening uitkomen. Dat is lang niet overal zo. Het feit dat wij hier in Nederland in vrijheid kunnen leven, is een groot goed. Laten we dat nooit vergeten.”