ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

De grote liefde van Mariska Visser: “Samen bedienen we het land, die impact is enorm”

Mariska Visser (37) is als operationeel directeur van YoungCapital verantwoordelijk voor vijftig (branche)teams in Nederland. Ze is nuchter en ambitieus. Een rasoptimist. Ze is trots op wat haar organisatie en de uitzendbranche voor uitzendkrachten en inleners betekenen, helemaal in de huidige coronacrisis. “Nederland heeft ons nodig. Het steekt als dat niet gezien wordt.”

Na haar studie Commerciële Economie wilde Visser meer van de wereld zien en vloog ze twee jaar als stewardess de wereld over. Toen het reizen meer op werk begon te lijken, werd ze recruiter bij Studentenwerk (onderdeel van YoungCapital). Voor een jaar of twee, dacht ze eerst nog. Maar ze werd verliefd op het werk en zit er nu bijna veertien jaar. Ze kreeg de kans een vestiging (Leiden) op te zetten voor YoungCapital en inmiddels is ze operationeel directeur voor het hele land.

Waardoor werd je verliefd?
“Ik bleek mijn ondernemerschap hier goed kwijt te kunnen. Er komt steeds een nieuwe uitdaging. Daardoor voelt het nog steeds niet als een ‘baan’. Ik heb het nodig geprikkeld te blijven. Ik ben ook gevallen voor de grote betekenis die wij voor organisaties hebben als onderdeel van hun strategische agenda. Met onze adviesrol en door het vermogen om in korte tijd grote groepen mensen in beweging te brengen. Dat belang is enorm.”

Mariska Visser, operationeel directeur YoungCapital

“Ik zie vooral mensen - veel studenten - die heel bewust voor uitzendwerk kiezen en ons nodig hebben. Om zichzelf en de arbeidsmarkt te leren kennen.”

Wat betekent de coronacrisis voor jullie werk?
“De arbeidsmarkt beweegt nu sterk rond de grote groei- en krimpsectoren. Wij verplaatsen veel mensen (tijdelijk) naar andere banen en sectoren. Bij ons vooral vanuit de luchtvaart en Schiphol naar de logistiek, servicegerichte banen en bijvoorbeeld GGD. Het was ook extreem druk in de logistiek. Wij moesten alle zeilen bijzetten om te zorgen dat bijvoorbeeld pakketbezorgers de eindejaarsdrukte aankonden. Dat lukte en geeft een trots gevoel. Samen bedienen we het land, zo voelt het. Onze relevantie is de afgelopen maanden ook alleen maar groter geworden.”

Spreekt dat ook uit jullie jaarcijfers?
“Gelukkig wel. Het tweede kwartaal van 2020 was vreselijk. Daarna moesten we keihard werken om juist aan alle extra vraag te voldoen. Dat was een vreemde dynamiek, maar geen dag saai. Ik ben trots om te zien hoe intern de schouders eronder gingen. Om te knokken voor elkaar, onze uitzendkrachten en inleners. Eind 2020 konden we opnieuw groei noteren. Daar hadden we in maart 2020 niet op gerekend.”

Wordt die economische rol van de uitzendbranche voldoende erkend?
“Lang niet altijd. Dat steekt soms wel. Het strookt ook niet met wat ik zie. Bij de kritiek op flexibilisering wordt er veel te veel over één kam geschoren. Het gaat alleen over de dingen die niet goed gaan en die kunnen ook beter. Maar het gaat veel te weinig over de veel grotere toegevoegde waarde van de uitzendbranche. Ik zie dat ook bij de commissie Regulering van Werk (Borstlap).”

Waar wringt dat advies voor jouw gevoel?
“Het gaat vooral over de kwetsbare groep. En ja: daar moet iets voor gebeuren, maar als ik kijk naar wie wij bemiddelen, dan zie ik vooral mensen – veel studenten – die heel bewust voor uitzendwerk kiezen en ons nodig hebben. Om zichzelf en de arbeidsmarkt te leren kennen. Ze willen erachter komen wat ze leuk vinden, waar ze goed in zijn en ze willen binnenkomen bij mooie organisaties. Maar wij helpen ook de tweehonderd grondstewardessen die wij in maart op één avond belden om ze te herplaatsen. Dat lukte. We konden acuut duizend mensen aandragen voor het bron- en contactonderzoek van de GGD. Er is geen andere branche die dit zo snel kan. En alleen zo kun je in een paar dagen testlijnen optuigen. Dat is maatschappelijk zeer relevant.”

Wat verwacht je voor de rest van dit jaar?
“Aan voorspellingen durft bijna niemand zich te wagen nu, maar ik ben eigenlijk best hoopvol. Na iedere crisis zie je normaal altijd grotere vraag en groei. Nu is dit een unieke crisis, maar het zou mij niet verbazen als de economie straks hard vooruit gaat als door het vaccineren het ‘elastiek’ weer kan worden losgelaten en de wereld opengaat. Het bewustzijn over ons (werk)geluk en de noodzaak om inzetbaar te blijven, is dan ook veel groter. Die urgentie hebben we nog nooit zo sterk ervaren als nu.”

Wat kan Nederland nog beter doen voor de arbeidsmarkt?
“Het kunnen bewegen tussen banen en sectoren aantrekkelijker en veiliger maken voor werkenden. Dat deel ik wel met de commissie Regulering van werk. Flexibiliteit blijft nodig, maar de kwetsbaarheid van bepaalde groepen kan omlaag. Met een goed en flexibel (sociaal) vangnet tussen banen, zodat werkenden veilig kunnen blijven oversteken. Die noodzaak blijft, want er komen nieuwe uitdagingen en ook de vergrijzing blijft. De eerst zo schaarse koks die tijdelijk wat anders moesten gaan doen, willen straks waarschijnlijk weer terug naar de horeca, maar zij laten ook vacatures achter. En ondertussen hoor ik dat op Schiphol ook alweer de eerste voorbereidingen worden getroffen om vanaf mei weer op te schalen. De dynamiek blijft. Ik hou ervan.”

Gerelateerde artikelen