ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Hoe pakt u de uitdaging op de arbeidsmarkt aan?

Drie vragen aan drie (nieuwe) Tweede Kamerleden over de uitdagingen op de arbeidsmarkt en hoe zij die willen aanpakken.

Laat iedereen vrij, maar niemand vallen. Dat geldt zeker ook voor de arbeidsmarkt.

Marijke van Beukering, Woordvoerder Sociale Zaken en Werkgelegenheid D66

Wat zijn uw belangrijkste speerpunten voor de komende kabinetsperiode?

“De titel van ons verkiezingsprogramma was: ‘Laat iedereen vrij, maar niemand vallen’. Dat geldt zeker ook voor de arbeidsmarkt. We willen voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen. Werk betekent veel voor mensen. Het zorgt voor inkomen, maar is bovendien belangrijk voor ieders welzijn. Om werkzoekenden te ondersteunen, willen wij daarom meer inzetten op persoonlijke dienstverlening. Dat is vooral belangrijk voor uitkeringsgerechtigden die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Er is juist nu een kans om deze groep aan het werk te helpen, gezien de grote personeelstekorten die er zijn.”

“Ook de hervorming van de arbeidsmarkt is voor ons een belangrijk speerpunt. We willen in lijn met de commissie-Borstlap het aantal contractvormen beperken en de verschillen in fiscaliteit tussen de verschillende arbeidsvormen verkleinen. Daarnaast willen wij een sociaal stelsel dat bescherming biedt aan alle werkenden.”

Welke afspraken moet het nieuwe kabinet volgens u dan maken om uw doelstellingen te realiseren?

“Allereerst pleiten wij voor meer geld voor re-integratie en omscholing. Wat ons betreft komt er een algemene basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid tot honderd procent van het wettelijk minimumloon. Tevens willen we flexibele arbeid duurder maken: wil je als werkgever flexibiliteit, dan is het logisch dat daar een ander prijskaartje aan zit. Verder pleiten we voor gratis kinderopvang, zodat de arbeidsparticipatie van vrouwen wordt bevorderd. Tot slot vindt D66 het essentieel dat de positie van arbeidsmigranten verbetert. De aanbevelingen van de commissie-Roemer willen we dan ook opvolgen.”

Welke rol ziet u hierbij voor de uitzendbranche en de ABU?

“De uitzendbranche zal altijd een centrale plek op de Nederlandse arbeidsmarkt houden. Wel vinden we dat uitzendwerk moet worden beperkt tot ‘piek en ziek’. De doorstroom naar vast werk is daarbij een aandachtspunt, want die doorstroom is nu onvoldoende. Ook willen we uitzendkrachten zoveel mogelijk onder dezelfde arbeidsvoorwaarden laten werken als werknemers in vaste dienst. Discriminatie op de arbeidsmarkt moet worden bestreden en malafiditeit aangepakt. Want te vaak gaat het over de slechte voorbeelden van uitzendwerk, terwijl de aandacht vooral zou moeten gaan naar wat er goed gaat. Met de ABU willen we de komende jaren dan ook constructief samenwerken om best practices uit te dragen en gezamenlijk te kijken hoe we onze arbeidsmarkt beter kunnen laten functioneren.”

Er is een noodzaak dat de verschillen tussen vaste en flexcontracten verkleind worden.

Don Ceder, Woordvoerder Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken en Werkgelegenheid ChristenUnie

Wat zijn uw belangrijkste speerpunten voor de komende kabinetsperiode?

“De rapporten van de SER, WRR en de commissie-Borstlap hebben laten zien dat onze arbeidsmarkt uit balans is geraakt. Om die balans weer terug te brengen, is hervorming van de arbeidsmarkt noodzaak. Evenals de commissie-Borstlap zijn wij voorstander van drie rijbanen: een rijbaan voor mensen met een vast contract, een rijbaan voor uitzendwerk en een rijbaan voor zelfstandigen. Tegelijk er is er een noodzaak dat de verschillen tussen vaste contracten en flexcontracten verkleind worden.”

Welke afspraken moet het nieuwe kabinet volgens u dan maken om uw doelstellingen te realiseren?

“Het vaste contract moet aantrekkelijker worden, door een verlaging van werkgeverslasten en beperking van de loondoorbetaling bij ziekte tot een jaar. We willen flex duurder maken door de introductie van een flextoeslag. Uitzendwerk heeft een belangrijke functie op onze arbeidsmarkt, maar wordt wat ons betreft alleen ingezet voor tijdelijk werk dat niet gedaan kan worden door vaste krachten. Dat willen we ook wettelijk vastleggen. Wat ons betreft komt er ook een vergunning- of certificeringsplicht voor alle uitzendorganisaties. Daarnaast hebben we als ChristenUnie in de afgelopen regeerperiode veel aandacht gevraagd voor de problematiek van arbeidsmigranten. Dat zullen we blijven doen. Het kan niet zo zijn dat arbeidsmigranten hier onder erbarmelijke omstandigheden wonen en werken. Malafide uitzendbureaus moeten worden gesloten en schijnconstructies aangepakt. En met woningcorporaties moeten landelijke prestatieafspraken worden gemaakt om voldoende huisvesting voor arbeidsmigranten te realiseren.”

Welke rol ziet u hierbij voor de uitzendbranche en de ABU?

“De uitzendbranche speelt een belangrijke rol als makelaar tussen vraag en aanbod. Werk is de beste vorm van sociale zekerheid. Wij vinden dat de overheid zich meer moet inspannen voor mensen die langdurig langs de kant staan. We willen een ‘begeleidingsbonus’ voor werkgevers die mensen weer aan het werk helpen. Verder moet een leven lang leren de norm worden. Daarom pleiten wij voor een persoonlijk ontwikkelbudget voor alle werkenden. Aan die scholing kan de uitzendbranche zonder meer een bijdrage leveren. Ik vind het ook zeer positief dat de ABU inzet op kwaliteit van uitzendwerk en zich daarmee wil onderscheiden in de markt. We blijven dan ook graag met de ABU in gesprek over hoe we onze arbeidsmarkt eerlijker en rechtvaardiger kunnen maken.”

Flexibiliteit kan vaker dan voorheen de praktijk zijn, maar moet niet het 'nieuwe normaal' worden.

Chris Stoffer, Woordvoerder Sociale Zaken en Werkgelegenheid SGP

Wat zijn uw belangrijkste speerpunten voor de komende kabinetsperiode?

“Wij hebben als SGP drie belangrijke speerpunten. Het eerste speerpunt is dat we willen dat flex minder flex wordt en vast minder vast. Flexibiliteit kan vaker dan voorheen de praktijk zijn, maar moet niet het ‘nieuwe normaal ‘ worden. Binnen het vaste contract zullen we wel meer flexibiliteit moeten gaan organiseren. Ons tweede speerpunt is minder regels en lasten voor werkgevers. Het oerwoud aan regels dat nu bestaat, kost ondernemers heel veel tijd en geld. Tot slot bepleiten wij een wettelijk recht op rouwverlof. Het is erg belangrijk om mensen tijd te geven om een rouwproces op een goede manier door te maken.”

Welke afspraken moet het nieuwe kabinet volgens u dan maken om uw doelstellingen te realiseren?

“Om flex minder flex te maken, willen we een aantal zaken regelen. Zo willen we ervoor zorgen dat alleen diegenen zelfstandige kunnen worden, als ze dat in de praktijk ook echt zijn. Daarnaast is ons streven om verschillen in fiscaliteit tussen de diverse flexvormen te verkleinen. Tegelijk zien we dat het vaste contract vaak een gouden kooi is. Het moet mogelijk zijn om meer tussenvormen aan te bieden en dat er meer flexibiliteit in gewerkte uren mogelijk wordt.

Het nieuwe kabinet zal zich daarnaast moeten richten op het verminderen van de lasten en regels voor ondernemers. Wij willen de loondoorbetaling bij ziekte terugbrengen tot 1,5 jaar. Bij de arbeidsongeschiktheidspremie is het van belang dat de duur van de arbeidsrelatie wordt meegewogen, zodat werkgevers niet met hoge kosten worden opgezadeld voor werknemers die maar kort in dienst zijn. Tevens zou het een goed idee zijn als wet- en regelgeving voortaan getoetst wordt op de administratieve lasten die daaruit voortkomen.”

Welke rol ziet u hierbij voor de uitzendbranche en de ABU?

“De opstapfunctie en allocatieve rol van uitzendwerk zijn erg waardevol. Ik ben dan ook zeer te spreken over de keus van de ABU om zich in te zetten voor de kwaliteit van uitzendwerk. Wat ons betreft staat de positie van arbeidsmigranten met stip op nummer één. Er zijn veel ABU-leden die op vlak het goede voorbeeld geven. Maar helaas is er nog veel mis, zoals de commissie-Roemer heeft aangetoond. Daar is dus nog het nodige werk te doen.”

Gerelateerde artikelen