Zzp-dienstverlening: splitsing van de Wet VBAR
Thierry Aartsen – de nieuwe minister van Werk en Participatie – heeft het eerder ingediende wetsvoorstel VBAR in 2 delen gesplitst. Met deze splitsing komt het verduidelijkingsdeel uit dit voorstel nu te vervallen. Het gedeelte dat het rechtsvermoeden regelt, wordt wel voortgezet. Daarmee komt de minister aan alle verzoeken tegemoet, ook die van de ABU.
Wat betekent dit?
- Het verduidelijkingsdeel dat voor veel discussie zorgde, wordt niet verder behandeld.
- In het Coalitieakkoord is opgenomen dat dit kabinet verder wil met de Zelfstandigenwet. De eerste stappen hierin moeten nog worden gezet, maar het kabinet wil wel vaart maken.
- Het kabinet wil het onderdeel rechtsvermoeden zo snel mogelijk behandelen om de deadline van 31 augustus te halen. Dit is belangrijk om gelden uit het Europees Herstelplan te kunnen ontvangen.
Rechtsvermoeden
Het onderdeel rechtsvermoeden geeft werkenden die onder het uurtarief van €38 werken de mogelijkheid om een arbeidsovereenkomst op te eisen. Zo worden kwetsbare werkenden beschermd. Het is aan de opdrachtgever om met bewijs te komen als er toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Naar verwachting heeft dit een preventief effect op schijnzelfstandigheid.
Dit rechtsvermoeden is geen verbod of een minimumuurtarief. Opdrachten kunnen nog steeds onder dat tarief worden uitgevoerd. Alleen moet de opdrachtgever met bewijs komen dat het echt om een opdracht gaat.
Voor nu geen andere veranderingen
Naast het rechtsvermoeden verwachten we op korte termijn geen grote veranderingen. De Belastingdienst zal op basis van de huidige wetgeving moeten handhaven. Hierbij beginnen ze eerst met een bedrijfsbezoek en worden nog geen verzuimboetes uitgedeeld.