ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Tips om statushouders aan het werk te helpen

Er liggen kansen voor uitzenders om statushouders aan het werk te helpen. Er zijn veel getalenteerde statushouders die dolgraag willen werken. Uitzenders kunnen werkgevers die daartoe bereid zijn, helpen de kloof te overbruggen. We zetten tips op een rij van uitzenders die ervaring hebben met de doelgroep.

Uit de jaarlijkse monitor van Kennisplatform Integratie en Samenleving en Divosa blijkt dat 17% van de vluchtelingen die in 2015 naar Nederland kwam een baan heeft. Dit is een lichte verbetering ten opzichte van 2018, toen 13% een baan gevonden had.

Drive om te werken

Joey Krabben is landelijk manager zij-instroom bij Opstap Personeelsdiensten. Deze uitzender is drie jaar geleden begonnen met het opleiden van statushouders via landelijke vakscholen tot stukadoor of schilder. Na een basisopleiding van tien weken plaatst Opstap ze bij een opdrachtgever. Zo hebben ze al 65 vluchtelingen aan werk geholpen, tot volle tevredenheid van de inleners. Krabben: “Hun drive om te werken is ongekend. Vaak moet je ze vragen: ‘Stop nu eens even, hou nu eens pauze’.”

Een toevoeging komt van Joop De Boer, landelijk accountmanager WerkgeversServicepunt bij Olympia, dat jaarlijks zo’n honderd statushouders duurzaam aan werk helpt: “Ze zijn ook zeer loyaal. Het ziekteverzuim en verloop in deze groep is laag.”

Tips rond wet- en regelgeving

Mag een vluchteling werken? Een asielzoeker mag werken, maar alleen als hij in het bezit is van een vreemdelingenidentiteitsbewijs en je als werkgever een Tewerkstellingsvergunning hebt aangevraagd. Een statushouder mag wel gewoon werken. 

1. Houd de einddatum van de vergunning in de gaten.
Het verkrijgen van een nieuwe vergunning duurt minimaal zes maanden. In de tussentijd kan ook een zogeheten ‘W-document’ volstaan, maar de aanvraag hiervan duurt ook vier tot acht weken. 

2. Vraag na welke gemeentelijke regelingen er zijn

Veel gemeenten hebben beleid om de kansen op werk voor vluchtelingen te vergroten, waaronder drempelverlagende regelingen voor werkgevers. Denk aan een proefplaatsing of werkstage waarbij de werkgever geen loon betaalt en de vluchteling zijn uitkering behoudt. Ook hebben veel gemeenten tijdelijke loonkostensubsidies, stimuleringspremies en een tegemoetkoming in extra kosten. Deze regelingen verschillen per gemeente. 

Tips voordat het werk begint

Veel werkgevers, zoals ook Opstap Personeelsdiensten, kiezen voor een samenwerking met Vluchtelingenwerk die veel expertise in huis heeft.

1. Verzamel sleutelfiguren

Joey Krabben van Opstap Personeelsdiensten: “Omdat wij al een aantal jaren werken met statushouders in de schildersector, verloopt de transitie naar werk inmiddels vrij soepel. Onze werkwijze is nu goed ingebed, bij UWV, gemeenten en bedrijven.

Natuurlijk, in het begin hebben we onze schildersbedrijven ook echt moeten overtuigen. Maar dat loopt nu goed. Wat helpt, zijn onze ‘sleutelfiguren’. Vluchtelingen die zeer goed functioneren en fungeren als ambassadeur. Dat werkt. Zij creëren ruimte voor andere statushouders.” 

2. Voorbereiding van intakegesprekken

Vluchtelingen zijn onbekend met het intakeproces. Wat wordt er van mij verwacht? Hoe is de procedure? Waarom vraagt men naar mijn hobby’s? Die onzekerheid geldt ook bij intercedenten: mag ik vragen naar een vluchtverhaal? Een open houding en gedegen voorbereiding helpt, bij voorkeur met een ervaringsdeskundige collega.

 

Joey Krabben: Begin niet bij de statushouder, maar bij de opdrachtgever. Vraag je af bij wie vluchtelingen kansen hebben. Daarbij is het belangrijk dat er commitment is in de organisatie, van directie tot de werkvloer.

3. Een alternatief voor tests en assessments

Online tests of assessments geven bij vluchtelingen met een niet-westerse achtergrond vaak geen waarheidsgetrouw beeld van kennis en competenties. Soms komen overduidelijk gekwalificeerde kandidaten niet door een test heen, omdat deze te talig en/of te cultureel gekleurd is. Een alternatief is een snuffelstage, proefplaatsing of een puur technische competentietest. 

 

Joop De Boer: “Goede voorbereiding en begeleiding is belangrijk. Licht mensen voor, maak heldere afspraken, laat ze eerst kennismaken met een opdrachtgever, et cetera. Wij werken met gespecialiseerde intercedenten, vanuit de afdeling Olympia Werkvertrouwen. Zo zorgen we voor een zachte landing en borgen we alle procedures. Dit soort trajecten vraagt geduld. Het duurt zo’n drie tot zes maanden vanaf de eerste oriëntatie totdat iemand echt aan het werk gaat. En dan is er nog geen garantie op succes.”

 

Tips voor als het werk begonnen is

1. Zorg voor extra begeleiding, bijvoorbeeld een buddy
De meeste vluchtelingen hebben, zeker in het begin, extra begeleiding nodig om taal- en cultuurverschillen te overbruggen. Denk bijvoorbeeld aan een buddy: een collega die als maatje wordt gekoppeld aan de statushouder en hem wegwijs maakt in de bedrijfscultuur, omgangsvormen en ongeschreven regels. Krabben: “Bij ons hebben leermeesters die functie. De uitdaging is wel om goede leermeesters te vinden, die kunnen omgaan met cultuurverschillen.”

2. Maak heldere afspraken
Bespreek wat je van de ander verwacht. Maak duidelijke afspraken over beloning en trainingen. Krabben: “Voor veel vluchtelingen is het begrip netto- en brutoloon bijvoorbeeld niet duidelijk. Realiseer je ook dat vluchtelingen vaak de druk van hun familie in het thuisland voelen. We maken mee dat complete families in Eritrea of Syrië afhankelijk zijn van het geld dat onze uitzendkrachten opsturen.”

3. Bied taaltrainingen aan
Het taalniveau van statushouders varieert, maar is doorgaans niet hoog. De Boer: “Als mensen niet tijdens of direct na de inburgeringscursus aan de slag kunnen, zakt die nieuwe taal ook zo weer weg. Niet elke gemeente heeft de financiële middelen om statushouders extra taalbegeleiding aan te bieden als zij aan het werk gaan. Daarom zijn wij aangesloten bij ‘Tel mee met Taal’. Zo kunnen we een groot aantal statushouders extra taaltraining aanbieden als dit nodig is. Dit is belangrijk, ook vanuit veiligheidsoverwegingen.”

Tips voor na afloop van het werk

1. Maak duidelijk waarom werk van lager niveau is
“Veel vluchtelingen werken onder hun niveau. Als je in het land van herkomst een goede baan had, is het logisch dat je het moeilijk vindt om orderpicker te worden. Maar je moet ergens beginnen en via deze functies leer je wel sneller de taal en de werkcultuur. Hierin ligt ook een belangrijke rol voor gemeentes: informeer de statushouders waarom een startbaan op een wat lager niveau zo belangrijk is. Na verloop van tijd moet je deze groep wel uitzicht bieden op iets anders. Anders vallen zij weer terug in een uitkeringssituatie en dat is vernietiging van kostbare talenten voor de arbeidsmarkt.”

2. Jobcoaches
“Een statushouder aan werk helpen is één. Maar hoe zorg je dat iemand aan het werk blijft? Hoe zit het met de wet- en regelgeving? De belastingtoeslagen als mensen meer gaan verdienen of in vaste dienst komen? Wat hebben mensen nodig om aan het werk te blijven? Gemeenten besteden hier weinig aandacht aan. Wij werken met jobcoaches om de transitie van werk naar duurzaam werk goed te laten verlopen.”

3. Bespreek ambities en voorkom frustratie
Maak vanaf het begin helder wat de ambitie en mogelijkheden voor de langere termijn zijn en welke investeringen in tijd, geld en eventueel aanvullende trainingen dat van beide kanten vergt.

Gerelateerde artikelen