De menselijke maat begint niet bij beleid, maar bij ontmoeting
Soms is wat iemand nodig heeft niet nóg een regeling, maar iemand die even naast hem gaat staan
Ik moet vaak denken aan een werkzoekende die ik ooit sprak in Rotterdam-Zuid. Geen groot verhaal, geen analyse, gewoon iemand die was vastgelopen. Niet omdat er niets geregeld was, maar omdat hij de weg niet meer zag. “Er is zoveel,” zei hij, “maar niemand die me even meeneemt.”
Precies dat gevoel klinkt nu hard en duidelijk door in de adviezen van het burgerberaad op Zuid. Ruim 100 Rotterdammers, met verschillende achtergronden, kwamen tot 25 aanbevelingen. Niet revolutionair, maar wel pijnlijk herkenbaar: de weg naar werk is voor veel mensen onnodig complex geworden.
De oproep tot 1 loket is daarin misschien wel het meest veelzeggend. Niet omdat we nog een structuur nodig hebben, maar omdat het laat zien hoe versnippert het systeem inmiddels voelt voor de mensen om wie het gaat. Tegelijkertijd wordt het Werkstation op Zuid juist geprezen: daar komen vacatures, scholing en begeleiding samen, en is er vooral iets wat in beleid vaak ontbreekt namelijk fysiek contact.
Dat is de kern van wat we zo vaak de ‘menselijke maat’ noemen. Maar laten we eerlijk zijn: zolang die menselijke maat een beleidsbegrip blijft, verandert er weinig. De menselijke maat ontstaat pas echt op het moment dat iemand je ziet, je begrijpt en je helpt bij je zoektocht naar werk. Niet door een regeling, maar door een relatie.
En daar zit ook een belangrijke rol voor onze leden die betrokken zijn bij het programma “Samenwerk Zuid”.
Want in een krappe arbeidsmarkt kunnen onze leden echt het verschil maken. Niet alleen door vacatures in te vullen, maar door mensen weer in beweging te krijgen richting werk. Door niet af te wachten tot iemand er ‘klaar’ voor is, maar juist te helpen in de weg ernaartoe. En door aanwezig te zijn op de plekken waar mensen nu vaak afhaken: in buurthuizen, op wijklocaties en in werkstations.
Wat mij raakt in dit hele verhaal is dat de oplossingen eigenlijk al bekend zijn. Meer maatwerk, betere begeleiding, minder loketten, meer nabijheid. Het zijn geen nieuwe ideeën, maar wel ideeën die consequent vragen om ander gedrag. Van overheden, van werkgevers, en ja ook van intermediairs.
Misschien moeten we het voortaan anders formuleren. Niet: hoe helpen we langdurig werklozen aan werk? Maar: hoe zorgen we dat niemand het gevoel heeft er alleen voor te staan? Want uiteindelijk begint duurzame arbeidsparticipatie niet met een vacature. Het begint met iemand die even naast je gaat staan en zegt: ik loop een stukje met je mee.
En misschien is dat wel de meest onderschatte, maar tegelijkertijd de krachtigste invulling van de menselijke maat.