ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

“Al dat onbenutte potentieel; ik kan dat niet toestaan”

De missie van Joop de Boer

Joop de Boer (59) is landelijk accountmanager WerkgeverServicepunten bij Olympia. Binnen Olympia, maar inmiddels ook ver daarbuiten, staat hij bekend als een warm en zeer gedreven pleitbezorger voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “Ik geloof in een samenleving waarin iedereen meetelt. Die boodschap verspreid ik dagelijks, als een missionaris bijna.”

Wat houdt uw werk precies in?

“Als verbinder creëer ik kansen om kwetsbare mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam aan werk te helpen. Ik onderhoud contacten met UWV, gemeenten en opdrachtgevers en probeer samen met hen een breed draagvlak te creëren voor het werken met doelgroepen. Ik heb mijn motto uitgeschreven op papier: ‘Ik geloof in vrijheid. Ik geloof dat iedereen binnen onze samenleving en arbeidsmarkt meetelt en moet kunnen zijn wie hij of zij wil zijn. Ik wil dit stimuleren en zo een bijdrage leveren aan een maatschappij waarvan iedereen volwaardig deel kan uitmaken.’ Olympia onderschrijft dit volledig. Toen ik twee jaar geleden overstapte van UWV naar de uitzendbranche, dacht ik al snel: dit is de club waar ik bij wil horen.”

Waar komt uw gedrevenheid vandaan?

“Ik vind het pijnlijk en verdrietig om mensen langs de zijlijn te zien staan. We leven in een competitieve maatschappij, waar maar weinig oog is voor kwetsbare groepen. Daarmee laten we ook veel potentie onbenut. Ik kan dat niet toestaan. Natuurlijk kan ik in mijn eentje de wereld niet redden. Maar ik wil de invloed die ik heb maximaal benutten.”

Door de krapte op de arbeidsmarkt is er nu wel meer aandacht voor deze mensen.
“Het gaat nu inderdaad iets beter, omdat het goed gaat met de economie. Daardoor kijken opdrachtgevers anders naar werkzoekenden. Maar ik wil niet dat werkgevers dit enkel doen uit economische motieven. Want wat gebeurt er als er weer een recessie komt? Dan vliegt deze groep er als eerste uit. Voor jou en mij betekent dat dat we een of twee treetjes terugvallen. Maar deze mensen donderen twintig tredes naar beneden.”

Wat maakt u trots?

“Dat ik kan zeggen dat ik een bijdrage lever, mensen kan helpen die anders redelijk kansloos zouden zijn. Ik ben er ook trots op dat ik, zoals nu bijvoorbeeld, de kans krijg om mijn boodschap uit te dragen. Ik wil zoveel mogelijk opdrachtgevers na laten denken over inclusiviteit. Ik vind missionarissen mooie mensen. Ze staan ergens voor en geloven ergens in. Ik zie mezelf ook als een soort missionaris.”

Kunt u een concreet voorbeeld geven van hoe u het verschil maakt?

“Twee jaar geleden bezocht ik een asielzoekerscentrum. Ik raakte in gesprek met een vrouw die daar zat met haar kleine kind. Haar andere kindje was tijdens haar vlucht overboord gevallen en verdronken. Deze vrouw verbleef al twee jaar in dat asielzoekerscentrum, terwijl ze statushouder was. Na tientallen vruchteloze sollicitaties had ze de hoop opgegeven. Via mijn persoonlijke netwerk heb ik haar aan werk kunnen helpen bij een stomerij. Ze wilde geen medelijden, geen publiciteit. Het enige wat ze zocht was een veilige, vreedzame omgeving en een kans om zich te ontwikkelen. En dat doet ze nu. Want net zoals 90% van alle statushouders, is zij ontzettend gedreven om er iets van te maken.”

Dat is de boodschap die u overbrengt aan opdrachtgevers.

“Precies. Er zijn zoveel goede verhalen te vertellen, maar die hoor je niet vaak. Wat in de publiciteit komt, is een clubje asielzoekers dat een bushokje heeft vernield. Of het gaan om ‘lanterfantende gelukszoekers’. Mijn boodschap: geef mensen de vrijheid en de kans om hier in Nederland een bijdrage te leveren. Een gezonde arbeidsmarkt is een inclusieve arbeidsmarkt waarin iedereen zich kan ontwikkelen.”

Wat moeten we in Nederland beter doen om dat te bereiken?

“Werkgevers moeten niet in obstakels denken, maar in kansen en kijken naar competenties van mensen. En, zoals ik al aangaf, we moeten deze kwetsbare groepen duurzaam aan werk helpen. Dus niet alleen omdat er tijdelijk krapte is op de markt of omdat er subsidies zijn. Herinner je de Melkertbanen nog? Zodra de subsidie stopte, stopten deze mensen ook met werken.”

Nog meer verbeterpunten?

“Ja. Opdrachtgevers hebben soms vooroordelen. Dat begrijp ik, maar ik probeer deze weg te nemen.

Wat mij verdrietig maakt, is dat ik dan zit te onderhandelen over mensen en voor mensen. Dat is vrij ongemakkelijk en soms beschamend. Verder vind ik het frustrerend dat er bij gemeentes geen uniform beleid is ten aanzien van statushouders. Zij vormen geen afgebakende doelgroep met eigen regelingen, zoals Wajongeren. Elke gemeente gaat weer anders om met statushouders en dat betekent voor ons steeds opnieuw onderhandelen.”

Staat inclusiviteit in Nederland voldoende op de agenda?

“Nee. We moeten inclusiviteit veel breder positioneren. Inclusiviteit gaat namelijk ook over mensen die de hoop hebben opgegeven, de vergeten groepen die nooit genoemd worden. Ook de gewone Hollander die altijd heeft gewerkt en zich in de steek gelaten voelt, zijn zelfvertrouwen verloren heeft. Niemand heeft het over deze groep.”

Tot slot: wat maakt u blij?

“Mensen die opbloeien door werk. Ik heb een notitieboekje waarin ik alle mooie verhalen opschrijf. Ooit wil ik dat uitbrengen.”

Gerelateerde artikelen