ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Much ado about nothing

De berichtgeving over payrolling zwelt weer aan. Dit keer naar aanleiding van de payrolling van freelancers in de omroepwereld. ‘Toevalligerwijs’ valt de aandacht samen met de aanstaande behandeling van het payroll-initiatiefwetsvoorstel van oppositiepartijen. Dat terwijl het payrollwetsvoorstel van het kabinet, in het kader van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), nog met een adviesvraag bij de Raad van State ligt. Bijzonder.

De politiek is er maar weer druk mee en de ABU daardoor ook. En dat terwijl het allemaal niet nodig is. Beide wetsvoorstellen zijn eigenlijk een grove miskenning van hoe we in Nederland de arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden al heel lang en succesvol regelen. Er zijn wettelijke kaders voor de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden voor werknemers die werken in de driehoek: opdrachtgever – intermediair – werknemer, zoals uitzendkrachten en payrollkrachten. Daarin is het allemaal al netjes en goed geregeld. Ook worden die regels gehandhaafd en zijn er rechters die de regels succesvol toetsen.

Werkgevers en werknemers sluiten met elkaar cao’s af over arbeidsvoorwaarden. Ook dat gebeurt in grote mate in Nederland. We kennen zo’n 800 cao’s voor zo’n 80% van de werknemers. Voor alle uitzendkrachten en payrollkrachten gelden de cao’s voor uitzendkrachten en met name de ABU-CAO die algemeen verbindend is verklaard.

Ooit was er zelfs een specifieke payroll-cao. De vakbonden hebben daarvoor de vrijheid genomen die niet meer te willen afspreken. Er zijn daarnaast ook cao’s waar gespecialiseerde payrollers al direct onder de cao van de inlener vallen. Er zijn (inleen)-cao’s waarin aanvullende (arbeids)voorwaarden voor payrolling zijn geregeld, zoals de Cao Gemeenten, waarin cao-partijen de vrijheid hebben genomen een payrolltoeslag af te spreken.

Voor payrollwerknemers bestaan dus meer manieren om de arbeidsvoorwaarden te vormen dan voor een niet-payrollwerknemer. Sociale partners maken daar al gebruik van. Daarover hoor ik niemand. En toch wil de politiek alle vrijheid van (collectief) onderhandelen over arbeidsvoorwaarden voor en namens payrollwerkgevers en -werknemers geheel en totaal wegnemen. Begrijpt u het nog?

Werkelijk verwonderlijk! Er is namelijk niets waaruit blijkt dat sociale partners dat niet meer zelf kunnen. Er is niets waaruit blijkt dat het nodig is dat de overheid moet ingrijpen. Er is niets waaruit blijkt dat rechters, en/of vakbonden, en/of cao-polities, en/of Inspectie SZW, en/of payrollwerkgevers en -werknemers niet zelf eventuele problemen en misstanden zouden kunnen oplossen of bestrijden.

En ondertussen is iedereen bezig. Met wat eigenlijk? Niet met iets dat werkelijk nodig is. Met niets dus. In het Engels hebben ze daar een mooie uitdrukking voor: ‘Much ado about nothing’. Zonde, al die verspilde tijd.