ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

De werkende middenklasse: de stille motor achter onze samenleving

De werkende middenklasse vormt het fundament van de Nederlandse economie. Toch voelen veel vakmensen zich onvoldoende gezien, gewaardeerd of gehoord. Dat beeld komt scherp naar voren in recente boeken van Fabian Dekker en Paul van Liempt. Ze laten zien hoe praktisch en uitvoerend werk structureel is onderschat – en waarom dat juist nu begint te wringen.

“De inhoud van het werk wordt zwaarder, terwijl de waardering niet meegroeit.”

Arbeidssocioloog Fabian Dekker

De werkende middenklasse is groter en diverser dan we denken

Wie behoren eigenlijk tot de werkende middenklasse? Volgens arbeidssocioloog Fabian Dekker, die recent het boek De onzichtbaren publiceerde, is het een brede en diverse groep die zich lastig in één definitie laat vangen. “Economen kijken vaak naar inkomen, maar ik kijk vooral naar het type werk,” stelt hij. “Het gaat om praktisch geschoolde vakmensen, mensen die grotendeels met hun handen werken, beroepstrots hebben en essentieel zijn voor sectoren als zorg, techniek, bouw, industrie, schoonmaak en nachtarbeid.”

In zijn boek Blauwe Boorden Bonanza spreekt journalist Paul van Liempt liever over de werkende klasse of uitvoerders: professionals die het werk daadwerkelijk dóén. “We maakten plannen, stapelden beleid en gingen uit van efficiëntie, zonder serieus na te denken over wie het werk moest uitvoeren,” zegt hij. “Daarmee hebben we structureel onderschat wat uitvoering vraagt aan mensen, vakmanschap en organisatie.”

Arbeidstekorten maken zichtbaar wat we te lang hebben onderschat

Die onderschatting is inmiddels zichtbaar in vrijwel alle vitale sectoren. Wachttijden in de zorg, personeelstekorten in het onderwijs, stagnatie in de energietransitie en een nijpend gebrek aan technisch vakmanschap laten zien hoe afhankelijk de samenleving is van uitvoerend werk. “De komende 20 jaar blijven deze tekorten bestaan,” stelt Van Liempt. “Dat is geen pessimisme, dat is een gegeven.”

Dekker vult aan dat deze druk zich opstapelt bij dezelfde groepen. Technologische veranderingen, globalisering en hoge werkdruk raken vooral praktisch werkenden. “De inhoud van het werk wordt zwaarder, terwijl de waardering niet meegroeit. Dat is een structureel probleem.”

Waarom praktijkervaring nog te vaak minder telt dan diploma’s

Een belangrijke verklaring ligt volgens beiden in een culturele verschuiving. Van Liempt: “We zijn werk steeds meer gaan waarderen op basis van diploma’s en status. Praktisch vakmanschap werd gezien als iets ‘lagers’, terwijl het maatschappelijk onmisbaar is.” Die cultuur begint al vroeg, bijvoorbeeld in het onderwijs. Ouders sturen hun kinderen – vaak met de beste bedoelingen – richting theoretische opleidingen, omdat die zouden leiden tot meer zekerheid en inkomen.

“Geld is niet alles, maar beloning laat wel zien wat we écht van waarde vinden.”

Journalist Paul van Liempt

Arbeidsmarktkrapte en overkwalificatie: 2 problemen tegelijk

Dekker wijst daarbij op diploma-inflatie en onderbenutting. “Een groot deel van de werkenden is overgekwalificeerd voor het werk dat zij doen. Tegelijkertijd hebben we grote tekorten in sectoren waar vakmanschap centraal staat.” Dat leidt tot een paradox: krapte op de arbeidsmarkt, maar weinig erkenning voor het werk dat het hardst nodig is.

Volgens Van Liempt is financiële waardering daarbij een onvermijdelijk onderdeel van de oplossing. “Niet omdat geld alles is, maar omdat beloning laat zien wat we écht van waarde vinden.” Hij ziet dat de schaarste aan vakmensen uiteindelijk tot hogere lonen leidt, maar benadrukt dat dit geen automatisch of probleemloos proces is. “Het vraagt bewuste keuzes van werkgevers, sectoren en bestuurders.”

Feiten & cijfers

  • Van de 18 miljoen mensen in Nederland, behoort 8,4 miljoen tot de sociaaleconomische categorie ‘werkenden’. Dat is bijna de helft van de totale bevolking.
  • Naar schatting omvat de groep praktisch geschoolde vakmensen zo’n 2 miljoen werkenden.

Flexwerk als opstap én risico: kansen en onzekerheden naast elkaar

In het gesprek over de werkende middenklasse speelt flexibilisering een dubbele rol. Dekker benadrukt dat flexibele arbeid voor veel mensen een belangrijke opstap naar werk is. “Flex heeft een duidelijke functie, zeker voor mensen die opnieuw willen instromen.” Tegelijkertijd waarschuwt hij voor het stapelen van onzekerheid bij kwetsbare groepen, wanneer flex geen tijdelijk middel maar een structurele eindbestemming wordt.

Van Liempt sluit daarbij aan en pleit voor een andere focus in het debat. “Het gaat te vaak over contractvormen, terwijl het eigenlijk moet gaan over bestaanszekerheid en perspectief. Dat vraagt om betere begeleiding van van-werk-naar-werk en om een arbeidsmarkt die zowel flexibiliteit als zekerheid serieus neemt.”

Echte waardering voor werk zit in loon, ontwikkeling en zeggenschap

Wat is er nodig om uitvoerend werk aantrekkelijker en toekomstbestendig te maken? Volgens beide auteurs begint dat bij echte waardering. “Waardering is niet alleen zeggen dat iemand belangrijk is,” zegt Van Liempt. “Het moet ook tot uitdrukking komen in beloning, ontwikkelmogelijkheden en zeggenschap.”

Daarnaast spelen autonomie en invloed op het werk een grote rol. “Mensen willen ruimte om hun vak goed uit te oefenen,” aldus Dekker. “Dat vraagt om vertrouwen, maar ook om anders kijken naar werving en ontwikkeling. Minder sturen op diploma’s, meer op vaardigheden en potentieel.”

Margareth Nieling, Yellow Works

“Met de term ‘werkende middenklasse’ heb ik moeite. Daarmee blijven we mensen inkaderen, terwijl het juist gaat om de onmisbare motor van Nederland. Vakmensen zijn geen ‘midden’, ze zijn de basis waarop alles draait. Als zij ’s ochtends niet op de fiets of in de auto stappen, gebeurt er niets. Toch begint de onderwaardering al vroeg, op school. We toetsen kinderen vooral op taal en rekenen, op denken in plaats van maken. Wie goed is met zijn handen, hoort al snel dat dat ‘niet goed genoeg is’. Terwijl juist daar enorme kwaliteiten zitten. Zo’n stigma dragen mensen hun hele leven mee. Wij proberen dat te doorbreken. Onze medewerker staat altijd op nummer één, niet de klant. We kijken niet naar diploma’s of hokjes, maar naar motivatie. Als iemand de wil meebrengt, zorgen wij voor de rest. Daarom hebben we de Yellow Academy opgezet waar vakmensen bij ons worden opgeleid en gecertificeerd, altijd op onze kosten. Ontwikkeling mag nooit afhangen van iemands portemonnee. Soms leid je 3 mensen op en blijft er 1. Dat zie ik niet als verlies, maar als investeren in mensen. Vakmanschap vraagt om respect, perspectief en echte waardering - en daar moeten we als maatschappij fundamenteel anders naar gaan kijken.”

Arbeidsmarktbeleid moet zorgen voor bestaanszekerheid en perspectief

De opgave reikt verder dan individuele werkgevers. Onderwijs, arbeidsmarkt en sociale zekerheid zijn nauw met elkaar verbonden. Dekker pleit voor een herijking van het stelsel, passend bij een arbeidsmarkt waarin steeds meer mensen flexibel of hybride werken. “Een bredere basiszekerheid kan veel onzekerheid wegnemen. Elke Nederlander zou wat mij betreft voor het leven verzekerd moeten zijn van scholing, ontwikkeling en een financieel vangnet.”

Van Liempt: “De arbeidsmarkt zou een structureel speerpunt van beleid moeten zijn. Het gaat iedereen aan, maar staat zelden centraal.” Hij ziet een belangrijke voorbeeldrol voor de overheid als werkgever én als regisseur. “Als we uitvoering echt serieus nemen, moeten waardering, beloning en perspectief daar ook bij passen.”

Waarom een andere kijk op werk nodig is

De rode draad in beide verhalen is helder: Nederland staat op een kantelpunt. De waarde van werk – en van vakmanschap in het bijzonder – moet opnieuw worden gedefinieerd. Door krapte komt die realiteit nu onvermijdelijk aan de oppervlakte. “Uitvoerend werk is de komende decennia essentieel,” zegt Van Liempt. “En wie dat werk doet, verdient niet alleen applaus, maar blijvende erkenning.”

Gerelateerde artikelen