ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Hans de Boer: “Flexibiliteit is van cruciaal belang voor het bedrijfsleven, onze economie én werkenden”

Ruim zes jaar was Hans de Boer het boegbeeld van VNO-NCW. Op 16 september nam hij afscheid. Samen met hem blikken we terug op de afgelopen jaren en blikken we kort vooruit. Hoe heeft hij die ervaren? Waar kijkt hij met trots op terug? Waar heeft hij zich over verbaasd? Welk advies heeft hij voor de Haagse smaakmakers? En kunnen we ook deze coronacrisis weer te boven komen?

Hoe waren de afgelopen zes jaar?

“Het waren heel mooie jaren, ik zou ze voor geen goud gemist willen hebben. Als werkgeversorganisatie hebben we goed werk kunnen doen, in samenwerking met onze veelkleurige ledenkring en ondersteund door de fantastische club mensen bij VNO-NCW. En het zijn ook zeer leerzame jaren geweest. Ik heb regelmatig tegenwind gehad, het was flink knokken. Dat is goed voor mijn karakter geweest.” En lachend: “Het werd tijd, want ik ben er wel een beter mens door geworden!”

Welke tegenwind was er?

“Toen ik begon bij VNO-NCW, zaten we nog volop in de naweeën van de financiële crisis. Bijna niemand in Nederland geloofde nog in een gezonde economische groei. Iedereen zei: ‘het zal wel bij nulgroei blijven’. Het sentiment was uitermate negatief. Vanaf het begin af aan heb ik me verzet tegen dat pessimisme. En gezegd: we moeten nu gaan investeren, want dan komt er vanzelf weer groei.”

Die groei kwam er. Werd de situatie toen anders?

“Toen we economisch weer wat meewind kregen, draaide de politieke wind tegen het bedrijfsleven. Alsof er geen crisis was geweest. Je zag gewoon het politieke klimaat veranderen. Toen AkzoNobel en Unilever in 2017 werden bedreigd door vijandige overnames, steunde de Tweede Kamer het bedrijfsleven nog. In een Kamerbrede motie werd het kabinet opgeroepen ‘dit niet te laten gebeuren’. Maar al snel ontstond de discussie over de afschaffing van de dividendbelasting. En hekelde premier Rutte de bonuscultuur voor topmannen in het bedrijfsleven, waar het geld ‘tegen de plinten zou klotsen’. Ik heb dat een aantal smaakmakers op het Binnenhof zeer kwalijk genomen. Dat men in no time weer maatschappelijk buiten zijn schoenen ging lopen.”

 

“We moeten ervoor zorgen dat de mobiliteit tussen die sectoren op gang komt.”

 

Waar hebt u zich de afgelopen jaren over verbaasd?

“Na het Brexit-besluit in Groot-Brittannië hebben zich hier bij VNO-NCW diverse CEO’s en boardmembers van grote financiële instellingen gemeld. Ze voelden veel voor Nederland als vestigingsplaats, maar de bonusdiscussie stond dat in de weg. Als enige land in de EU beperkten wij de bonus tot 20% van het normale bankiersinkomen. Daardoor hebben wij de kans laten lopen om van Amsterdam hét Europese financiële centrum te maken. Nu zitten de bankiers in Frankfurt, Parijs en Luxemburg. We hebben het laten lopen, vanwege de politieke totempaal over de bonussen. Daarmee hebben we de kans gemist om als land een hoger welvaartspeil te bereiken.”

Is de CO2-discussie daar ook een voorbeeld van?

“Absoluut. Als VNO-NCW zeggen we: stop met de discussie over een nationale CO2-heffing, want zo’n heffing is alleen effectief in Europees verband. Maar omdat op het Binnenhof een aantal politici rondlopen die daar ook een totempaal van maken, is het bedrijf Ineos niet in Rotterdam maar in Antwerpen een nieuwe raffinaderij aan het bouwen. En dan moet je weten dat vanwege het netwerkeffect in het Rotterdamse de CO2-uitstoot minder zou zijn geweest dan nu in Antwerpen. Ik begrijp dat er sentimenten in de samenleving zijn van mensen die vinden dat bankiers te veel verdienen en dat we iets aan het klimaat moeten doen. Maar dat betekent niet dat je daar als politiek op een domme manier je oren naar moet laten hangen. Het geld moet eerst verdiend worden, voordat je het kunt uitgeven. De notie dat je een sterke economie nodig hebt om een fatsoenlijke samenleving te kunnen bouwen, zit bij veel Haagse spelers nog onvoldoende tussen de oren.”

Waar bent u al terugkijkend trots op?

“Ik ben vooral trots op het feit dat Nederland trotser op zichzelf is geworden. Het pessimisme van 2014 is volledig verdwenen. We zijn weliswaar een klein land, maar we leveren economisch gezien een bijzondere prestatie. Qua oppervlakte staan we op plek 133 van de wereldranglijst, maar op nummer 16 qua economie. We hebben het beste logistieke systeem ter wereld. We hebben ontzettend veel hightechbedrijven. En we hebben een agrarische sector die veel voor ons land en de wereld betekent. En tot slot hebben we een bestuurlijke infrastructuur die in Europa zijn weerga niet kent. Dat bleek tijdens de coronacrisis ook weer: met een paar telefoontjes op zaterdagochtend kregen we iedereen op scherp in dit land.”

Bent u, net als in 2014, optimistisch dat we deze crisis te boven komen?

“Ja, ik ben er optimistisch over dat we ook nu weer investerend de crisis uit kunnen komen. Nog geen halfjaar geleden, voordat we deze crisis inzeilden, waren we de topeconomie van Europa. De basis is dus op orde. Als er één land is dat goed uit deze crisis kan komen, dan zijn wij het. Dat gaat niet vanzelf. We zitten in de diepste economische crisis sinds mensenheugenis. Op dit moment zijn er 419.000 werklozen. Daar zit een enorme versluiering in vanwege de NOW-regelingen. Die steunmaatregelen waren gerechtvaardigd uit oogpunt van verstandig economisch beleid. Maar die overheidssteun kunnen we niet oneindig volhouden. We zullen naar een economische herstructurering toe moeten. Daar kunnen we niet om heen.”

Wat betekent een dergelijke herstructurering voor werknemers?

Ook werknemers moeten zich goed realiseren dat de overheidssteun tijdelijk is. En dat ze, als voor hen ontslag dreigt, ze in beweging moeten komen. Naar ander werk binnen hun eigen sector, of naar werk in een andere sector. Door ontgroening, vergrijzing en de inzet van nieuwe technologieën zijn er nog steeds tekorten in bepaalde sectoren. We moeten ervoor zorgen dat de mobiliteit tussen die sectoren op gang komt. De uitzendbranche kan daar de komende jaren een ontzettend belangrijke rol bij spelen, met hun grote deskundigheid op het gebied van de arbeidsmarkt. In de arbeidsmarktregio’s is publiek-private samenwerking cruciaal om te zorgen dat werknemers van-werk-naar-werk gaan bewegen. Het is een goede zaak dat de ABU heeft gepleit voor een ondersteunend sociaal investeringspakket, om die transities mogelijk te maken. Dat heeft ertoe geleid dat het kabinet meer dan 1 miljard euro voor flankerende maatregelen, zoals (om)scholing, beschikbaar heeft gesteld.”

Laat deze crisis ook zien dat de hervorming van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid noodzaak is?

“Wij zijn bootjes op de golven. Die bootjes koersen richting hetgeen is opgeschreven door de commissie-Borstlap en de WRR. Dat gaat gebeuren. Maar laten we onszelf vooral niet de put in praten. Voor deze crisis hadden we een florerende economie, met een historisch laag werkloosheidspercentage. Zo slecht doen we het dus niet. Laten we onze verworvenheden koesteren en ondertussen aan de slag gaan met de verstandige oplossingen die deze twee rapporten aandragen.”

Hoe kijkt u naar de kwaliteitsagenda die de ABU heeft opgesteld?

“Binnen VNO-NCW hebben we een project dat De Brug heet. Doel van dat project is om de maatschappelijke verbinding te zoeken en als bedrijfsleven te laten zien wat je aan maatschappelijke problemen kunt doen. De kwaliteitsagenda van de ABU past daar naadloos in. De ABU geeft daarmee aan de samenleving naar een hoger plan te willen tillen. Door ervoor te zorgen dat er voldoende goede huisvesting voor arbeidsmigranten is, door malafiditeit hard aan te pakken en via de cao gewoon nette arbeidsvoorwaarden te bieden. En natuurlijk zijn er in de markt altijd inleners die uitzendkrachten voor een te lage prijs willen hebben. De ABU heeft nu gezegd: ‘dat segment willen wij niet bedienen’. Dat vind ik een heel verstandige keuze. Want er zijn genoeg ondernemers die een faire prijs willen betalen voor nette flex.”

Welke boodschap hebt u tot besluit voor branche?

“Sta op voor wat je hebt bereikt en ga niet mee in de gedachte dat er iets mis zou zijn met flex. Flexibiliteit is van cruciaal belang voor het bedrijfsleven, voor onze economie en voor werkenden. Zeker voor groepen aan de basis van de arbeidsmarkt voor wie werk niet vanzelfsprekend is. Dus mijn advies zou zijn: houd als branche je rug recht en blijf staan voor de grote toegevoegde waarde die uitzendwerk voor onze samenleving heeft.”

Over Hans de Boer:

Hans de Boer werd in juli 2014 benoemd als voorzitter van ondernemingsorganisatie VNO-NCW. Voor die benoeming richtte De Boer meerdere bedrijven op en was hij commissaris en adviseur bij diverse organisaties. Van 1997 tot en met 2003 was hij voorzitter van MKB-Nederland. Daarnaast leidde hij de Taskforce Jeugdwerkloosheid en nam hij het initiatief tot de oprichting van de Vakcolleges, een keten van 110 moderne ambachtsscholen en MTS-en.Onlangs nam hij afscheid als voorzitter van VNO-NCW.

Dit artikel verscheen in Uitzendwerk 3 2020

Gerelateerde artikelen