ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Stelling: ‘De adviezen van de commissie-Borstlap zorgen voor een gelijker speelveld tussen uitzendkrachten en zzp’ers’

Hubert Ummels van uitzendorganisatie Mise en place

“De commissie heeft zich laten leiden door Europa”

“Oneens. Door het wegvallen van hun fiscale voordelen zullen zzp’ers hun tarief verhogen. Wie zichzelf niet goed kan verkopen, zal wellicht afhaken en in de sociale vangnetten belanden. En voor werkgevers worden zzp’ers net zo’n grote liability als medewerkers in vaste dienst nemen. Bovendien: veel zzp’ers willen ondernemen vanuit vrijheid. Vrijheid die men nu aan banden legt, want de commissie wil de zzp’er in een sociaal model dwingen dat is ingericht op de arbeidsmarkt van 1960. Dat is destructief voor (platform)innovatie en de arbeidsmarktverhoudingen.

Zowel werkgevers als zzp’ers willen dit keurslijf niet en dat moet de commissie-Borstlap ook weten, anders zijn ze blind geweest. Waarom dan dit advies? Ik denk dat men zich heeft laten leiden door Europa. Qua flexibiliteit ligt Europa lichtjaren achter op Nederland. In Europa is het vaste contract nog heilig, dat is de maatstaf, dat bepaalt de succesratio. Vermoedelijk wilde de commissie Europa tegemoet komen. Maar het is jammer dat we onszelf lam laten leggen door een verouderd systeem. Als uitzendondernemer had ik last van platformbedrijven. De voorstellen van de commissie zijn een klap in het gezicht van dit soort organisaties. Kan dan bij mij de champagne open? Nee. Want wij zien juist ook innoverende kansen met dit soort arbeidsmodellen voor jonge mensen, die bewust kiezen voor meerdere opdrachtgevers en vrijheid. Maar die kans krijg ik nu niet. In plaats van deze groep zzp’ers terug te duwen in het keurslijf van het oude model, zou er voor hen een nieuwe vorm van arbeid moeten komen.”

– Hubert Ummels, directeur horeca-uitzendbureau Mise en Place

Margreet Drijvers van PZO-ZZP

“De commissie waardeert vormen van arbeid ongelijkwaardig”

“Oneens, vooral als het gaat om zzp’ers op basisniveau, aan de onderkant van de markt. Op dit niveau zijn voor werkgevers kosten van arbeidskrachten een belangrijke afweging. Als je de fiscale voordelen voor zzp’ers wegneemt, zoals de commissie-Borstlap wil, dan zou de zzp’er zichzelf duurder moeten maken om dit te compenseren. Stel: een uitzendkracht kost nu 25 euro, een zzp’er 20 euro. De werkgever kiest voor de zzp’er. Wanneer de zzp’er zijn tarief verhoogt naar 25 euro, zou het speelveld gelijk zijn. Maar ik vrees dat de opdrachtgever zegt: ‘Ik betaal je niet meer dan voorheen.’ Een zzp’er heeft dan niet de onderhandelingskracht die uitzenders wel hebben, dus hij zal dit moeten slikken. Maar hij mist wel zijn fiscale voordelen, die dienen als vangnet, een buffer voor minder goede tijden. Uitzendkrachten hebben die buffer wel. Wil je echt een gelijk speelveld op dit basisniveau, dan moet je zorgen dat voor opdrachtgevers de directe kosten voor de inhuur even hoog zijn bij een zzp’er als bij een uitzendkracht. Dus niet gelijktrekken via het tarief van een zzp’er, maar rechtstreeks bij de opdrachtgever. Al met al ben ik teleurgesteld in het advies van de commissie. Mijn verwachtingen waren hooggespannen, ik hoopte op de broodnodige vernieuwing. Maar dit advies is gebaseerd op de arbeidsmarkt van twintig jaar geleden. Borstlap waardeert de drie vormen van arbeid niet gelijkwaardig. Een vast dienstverband blijft het walhalla. Ik heb ooit tegen Borstlap gezegd: ‘zzp’ers mogen er zijn’. In dit advies mogen ze er niet zijn.”

– Margreet Drijvers, directeur Platform Zelfstandige Ondernemers

 

 

De ABU over het gelijke speelveld

De adviezen van de commissie-Borstlap bieden een aanzet voor de discussie over nieuwe regels voor werk in Nederland. Ook de ABU vindt dat er een gelijk speelveld op de arbeidsmarkt moet komen met een nieuwe balans tussen flexibiliteit en zekerheid. Een gelijk fiscaal speelveld en een stelsel van basiszekerheden voor alle werkenden, zouden bij een goede uitwerking kunnen bijdragen aan een gelijker speelveld tussen uitzendkrachten en zzp’ers.

Dit artikel verscheen in het blad Uitzendwerk, nummer 1, maart 2020.

Gerelateerde artikelen