ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Arbeidsovereenkomsten met geheel of grotendeels (on)voorspelbare tijdstippen

Op 1 augustus 2022 treedt de wet ‘Implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden’ in werking. De wet maakt een nieuw onderscheid tussen arbeidsovereenkomsten op basis van de voorspelbaarheid van de momenten waarop arbeid moet worden verricht.

Wanneer is sprake van grotendeels onvoorspelbare tijdstippen?

Er is sprake van grotendeels onvoorspelbare tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht, als het merendeel van de arbeidstijd niet vooraf bekend is bij de werknemer. Bij onvoorspelbare tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht, worden deze tijdstippen in overwegende mate direct of indirect door de werkgever bepaald.

Het begrip grotendeels/merendeels is niet door de wetgever ingevuld. Dit zal moeten blijken uit de jurisprudentie. Tot die tijd zal per situatie moeten worden bekeken of sprake is van (on)voorspelbare tijdstippen.

Bij nul-urencontracten en (de meeste) min-maxcontracten zal sprake zijn van onvoorspelbare tijdstippen. Voor deze contracten zal weinig veranderen omdat deze kwalificeren als een oproepovereenkomst en de oproepregels dus al in acht moeten worden genomen. Nieuw is dat in deze arbeidsovereenkomsten referentiedagen- en tijdstippen moeten worden opgenomen. Een werknemer kan alleen worden verplicht om op deze referentiedagen arbeid te verrichten als de oproeptermijn ook in acht is genomen.

Belangrijk is dat bij een arbeidsovereenkomsten met een vaste arbeidsomvang (geen oproepovereenkomst) aan dezelfde verplichtingen moet worden voldaan wanneer sprake is van onvoorspelbare tijdstippen. Hieronder twee voorbeelden:

  • Een uitzendkracht heeft een urengarantie van 96 uur per vier weken. Hij werkt vast op maandag, dinsdag en woensdag. Dit is bij aanvang van het dienstverband overeengekomen. De uitzendkracht kan op die dagen ingepland worden in een dagdienst, avonddienst of nachtdienst. Omdat de tijdstippen niet bij aanvang van de opdracht bekend zijn, is het een onvoorspelbaar werkpatroon. De uitzendkracht kan een oproep korter dan 4 dagen voor aanvang van de dienst weigeren, ook al heeft hij een urengarantie. Wordt een dienst binnen 4 dagen voor aanvang daarvan afgezegd, dan dient het loon over de daardoor gemiste uren te worden doorbetaald.
  • Een uitzendkracht werkt via het uitzendbureau in een callcenter. De uitzendkracht heeft een arbeidsomvang van 12 uur per week. Het callcenter is 5 dagen per week geopend tijdens kantooruren. Bij aanvang van de opdracht is met de uitzendkracht afgesproken dat hij gedurende de openingstijden van het callcenter ingezet kan worden. Er is een geheel of grotendeels onvoorspelbaar werkpatroon. De oproepregels moeten worden toegepast. Wordt een dienst korter dan 4 dagen van tevoren afgezegd, dan dient het loon over de daardoor gemiste uren te worden doorbetaald.

Welke regels moeten worden toegepast bij grotendeels onvoorspelbare tijdstippen?

Bij een arbeidsovereenkomst met geheel of grotendeels onvoorspelbare tijdstippen kan de werknemer op grond van nieuw artikel 7:628b BW slechts worden verplicht op arbeid te verrichten op referentiedagen en -uren. Deze referentiedagen en -uren zijn onder andere afhankelijk van de werkplaats (en eventuele openingstijden) van de werknemer. Buiten deze dagen kan de werknemer niet verplicht worden om arbeid te verrichten.

Bij het oproepen van werknemers om te komen werken tijdens de referentiedagen moeten bovendien de volgende twee ‘oproepregels’ (artikel 7:628a lid 2 en 3 BW) in acht worden genomen:

  • de werknemer kan niet worden verplicht om gehoor te geven aan een oproep, indien de oproep met tijdstippen waarop moet worden gewerkt niet ten minste vier kalenderdagen van tevoren schriftelijk of elektronisch aan de werknemer bekend wordt gemaakt, en
  • als de werkgever de oproep binnen vier kalenderdagen voor aanvang van de arbeid schriftelijk of elektronisch deels of volledig intrekt of de tijdstippen wijzigt, heeft de werknemer recht op loon waarop hij aanspraak zou hebben indien hij de arbeid zou hebben verricht.

Er gelden dus twee voorwaarden bij het oproepen van werknemers met een onvoorspelbaar werkpatroon: (i) de werknemer kan alleen worden verplicht om te werken op referentiedagen en – uren en (ii) om de werknemer te verplichten moet de oproep ook tijdig plaatsvinden.

Tot slot, voor de volledigheid, blijft op grond van artikel 7:628a lid 1 BW een werknemer met een arbeidsomvang van minder dan 15 uur per week waarbij de tijdstippen niet zijn vastgelegd of een oproepovereenkomst voor iedere periode waarin hij minder dan drie uur arbeid heeft verricht, recht houden op drie uur loondoorbetaling. Dit is een bestaande regel die ongewijzigd blijft.

Wanneer is sprake van grotendeels voorspelbare tijdstippen?

Er is sprake van grotendeels voorspelbare tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht, als het merendeel van de arbeidstijd vooraf bekend is bij de werknemer. Een werknemer met geheel of grotendeels voorspelbare tijdstippen heeft een rooster dat grotendeels vast is of volgens een vaste systematiek wisselend.

Het begrip grotendeels/merendeels is niet door de wetgeving ingevuld. Dit zal moeten blijken uit de jurisprudentie en tot die tijd per casus moeten worden bezien. Hieronder drie voorbeelden:

  • De uitzendkracht heeft een arbeidsomvang van 32 uur per week. Hij werkt drie dagen vast, op maandag, dinsdag en woensdag tussen 8 en 17 uur (inclusief een uur niet doorbetaalde pauze). De tijdstippen van 24 uur van in totaal 32 uur zijn dus bekend. De uitzendkracht is de overige 8 uur flexibel inzetbaar. De ene week werkt hij bijvoorbeeld op donderdag en de andere week op zaterdag. Voor de flexibele dag kunnen de uren op het laatste moment nog gewijzigd of afgezegd worden, zonder dat loon over die uren betaald moet worden. Mits hiermee in redelijkheid wordt omgegaan en de uren op een later moment kunnen worden ingehaald, in verband met de urengarantie.
  • Een uitzendkracht heeft een urengarantie van 100 uur per periode. Hij werkt vast in een 5-ploegenrooster, waarbij de werkdagen/-tijden per week wisselen, maar wel in een vaste – vooraf bekende – cyclus van 13 weken. Het kan zijn dat een dienst wordt afgezegd. De oproepregels zijn niet van toepassing, dus de te laat afgezegde of gewijzigde dienst hoeft niet direct doorbetaald te worden, mits de uitzendkracht uiteraard wel op een later moment de uren kan inhalen, in verband met de urengarantie.
  • Een uitzendkracht heeft een urengarantie van 96 uur per vier weken. Hij werkt vast op drie dagen, namelijk maandag, dinsdag en woensdag. De begintijd kan echter variëren: tussen 8-10 uur ‘s ochtends. De eindtijd kan ook variëren: tussen 16 – 18 uur ‘s middags. De uitzendkracht werkt dus vast op ma, di en wo tussen 10-15 uur ‘s middags. Daarnaast is er een flexibel deel: de uren gewerkt tussen 8 – 10 uur en 16 – 18 uur.

Kan een arbeidsovereenkomst met grotendeels voorspelbare tijdstippen toch onvoorspelbaar worden?

Ja, dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als structureel sprake is van meerwerk of uren regelmatig toch worden afgezegd of gewijzigd. Dit moet per casus worden bekeken.

Gerelateerde artikelen