ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

“Stimuleer arbeidsmobiliteit zonder dat cruciale kennis verdwijnt”

CPB-specialist Egbert Jongen over lengte van de coronacrisis

De impact van de coronacrisis op de werkloosheid bleef de eerste twee maanden nog redelijk beperkt en raakte vooral de gewerkte uren (13% krimp). Zolang de crisis kort duurt, proberen bedrijven werknemers via de NOW in dienst te houden om ook weer snel te kunnen opschalen. Maar hoelang het duurt, weet nog niemand precies. Egbert Jongen, programmaleider Arbeid van het Centraal Planbureau (CPB), is hoopvol over de langere termijn. “Deze crisis is niet veroorzaakt door economische onbalans. Als de crisis niet te lang aanhoudt, is er een gerede kans op volledig herstel.”

Cijfers van het CPB lieten in maart een forse daling van de gewerkte uren zien. Een ‘historische krimp’ van 13%, maar logisch door de acute gedeeltelijke lockdown. De uren liepen in april en mei nog wat verder terug. “De werkzame beroepsbevolking kromp in maart historisch gezien nog maar licht met 17.000 personen, maar in april waren dit er al 160.000. We verwachten wel dat de uren weer gaan oplopen nu Nederland steeds meer ‘van het slot’ gaat,” zegt Jongen. Naast het CPB is hij tevens werkzaam aan de Universiteit Leiden.

Zolang een crisis kort duurt, houden bedrijven werknemers zo lang mogelijk in dienst, zeker na de recente krapte op de arbeidsmarkt. “Dit ‘hamsteren van werknemers’ zagen we eerder tijdens de recessies begin jaren tachtig van de vorige eeuw en eind 2008. Hierdoor liep de werkgelegenheid eerst maar beperkt terug.”

Herstelscenario’s

De vraag is vooral hoelang de crisis duurt. Het CPB rekent op een recessie en oplopende werkloosheid (in de basisraming van het CPB van juni voor de rest van 2020 kent het BBP een ongekende daling van 6 procent en loopt de werkloosheidsvoet op tot 7%). “Maar er is ook nog veel onzekerheid over hoe de crisis en arbeidsmarkt zich ontwikkelen. Veel is afhankelijk van hoe het virus zich ontwikkelt en of er snel een vaccin is. Het scenario van snel herstel – de gehoopte ‘V-curve’ – lijkt onwaarschijnlijk. Andere instituten gaan nu uit van een herstelscenario volgens de geleidelijke curve van het Nike-logo. Voorlopig hebben we nog te maken met contactbeperkende maatregelen, al zullen we steeds beter worden om daaromheen te werken.”

Hoopgevend

Een lichtpuntje is bovendien dat deze recessie niet begon vanuit een onbalans in het economisch systeem, zoals in de grote recessie na 2008. “Het komt nu door een exogene schok: het coronavirus. Als het groeipotentieel nu niet te veel wordt aangetast, is er een goede kans dat we op termijn terugkomen op het oude niveau.”

De crisis kan bovendien zorgen dat trendmatige ontwikkelingen versnellen, wat op langere termijn gunstig kan zijn. “Denk aan alle ervaringen van thuiswerken en het gebruik van technologie daarvoor. Veel mensen leren nu hoe het kan en wat ze wel en niet willen. Daardoor gaan we straks waarschijnlijk anders om met gedeeltelijk op afstand werken. Dat kan zorgen voor meer efficiency. Denk alleen al aan de besparing op reistijd. Ook online winkelen, krijgt waarschijnlijk een verdere boost. Dat zagen we eerdere tijdens de SARS-epidemie in Azië, waardoor grote nieuwe webwinkels ontstonden.”

Uitdagingen uitzendbranche

De uitzendsector staat ook voor grote conjuncturele uitdagingen. De urenomvang daalde met 24% vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. “Het is logisch dat die eerste krimp in de flexbranche groter is dan in andere sectoren. Bovendien was er in februari – voor de lockdown – ook al een daling van 11% te zien, vergeleken met 2019. De uitdaging is vooral om de klappen van deze coronacrisis op te vangen en te zorgen voor de arbeidsmobiliteit om mensen van krimp- naar groeisectoren te verplaatsen. De uitzendbranche is daar bij uitstek geschikt voor.”

Kennisbehoud

Over de arbeidsmarkt op de langere termijn is Jongen niet zo somber gestemd. “De werkloosheid zal flink gaan oplopen, maar uiteindelijk ook weer dalen. De grootste uitdaging is nu vooral de tijdelijke verplaatsing van personeel én tegelijk voorkomen dat daardoor cruciale kennis verdwijnt, bijvoorbeeld doordat mensen voor langere tijd in een andere sector blijven werken. We moeten de mobiliteit stimuleren en zorgen dat er onderweg niet te veel ongelukken gebeuren.”

Gerelateerde artikelen