ABU: ‘Pak misstanden vleessector gericht aan, inleenverbod lost niets op’
De ABU verzet zich tegen het voornemen van minister Vijlbrief om vanaf 1 maart 2028 een sectoraal inleenverbod in de vleessector in te voeren. Hoewel de brancheorganisatie de noodzaak om misstanden aan te pakken volledig deelt, is een generiek inleenverbod een schijnoplossing die het probleem slechts verplaatst. De ABU roept de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt en de Arbeidsinspectie op om in plaats van symboolpolitiek te voeren, eindelijk gericht en keihard in te grijpen.
Gedeelde verontwaardiging, maar een verkeerde afslag
De ABU is glashelder: net als de minister vinden wij de misstanden in delen van de vleessector volstrekt onacceptabel. Werk moet veilig, goed geregeld en waardig zijn voor íédereen. Wanneer dit niet het geval is, moet er zonder uitstel worden ingegrepen.
Een sectoraal inleenverbod lijkt daadkrachtig, maar lossen de problemen zoals – slechte, onveilige werkomstandigheden en erbarmelijke huisvesting niet op. De realiteit is dat de problemen het gevolg zijn van het slechte gedrag van malafide intermediairs en opdrachtgevers die doelbewust regels overtreden en werknemers uitbuiten. Zolang die niet stevig worden aangepakt, verandert er op de werkvloer niets. Deze partijen zullen, onder de radar, hun activiteiten doorzetten waardoor misstanden niet worden opgelost maar verschoven.
Bovendien dreigen hierdoor talloze uitzendkrachten die wél onder goede omstandigheden werken, van de ene op de andere dag hun baan te verliezen. Het is namelijk hoogst onzeker of inleners hen direct in dienst kunnen en zullen nemen.
Rotte appels allang in beeld
De werkelijke bedreiging voor de arbeidsmarkt is de groep malafide partijen die doelbewust regels overtreedt en werknemers uitbuit. Soms wekken deze partijen onterecht de indruk dat zij bij de ABU zijn aangesloten om zo betrouwbaar over te komen, maar anders dan zij doen geloven zijn deze bureaus géén lid van de ABU. Binnen de vereniging is simpelweg geen plaats voor wetsovertreders. Het wringt des te meer dat veel van deze misstanden en de betrokken malafide bureaus én opdrachtgevers allang in beeld zijn bij de autoriteiten. Als al jaren bekend is waar de regels stelselmatig worden overtreden, is het niet uit te leggen dat de overheid deze partijen nog steeds niet uit de markt heeft gehaald.
“Misstanden moeten verdwijnen, niet verschuiven”
Jurriën Koops, directeur van de ABU, is scherp over de voorgestelde plannen: “Een inleenverbod is een symboolmaatregel waar de werknemer uiteindelijk niks mee opschiet. Door de contractvorm te verbieden in plaats van de daders aan te pakken, druk je deze misstanden alleen maar verder onder de radar. De kern is simpel: misstanden moeten verdwijnen, niet verschuiven. Wij roepen de Arbeidsinspectie op tot gerichte actie. Pak de partijen waarover al lange tijd signalen bestaan nú aan. Zichtbaar en keihard. Gebruik daarvoor de bestaande instrumenten en de aankomende toelatingswet (WTTA). Alleen zó bescherm je mensen en verbeter je de werkomstandigheden écht.”
WTTA als oplossing
De ABU legt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk waar die hoort: bij de handhaving. Door in te zetten op een generiek verbod worden de ‘rotte appels’ niet bestreden en verandert er op de werkvloer helemaal niets. De sector is gebaat bij gerichte ingrepen die malafide bureaus en opdrachtgevers definitief de toegang tot de markt ontzeggen. Met het nieuwe toelatingsstelsel heeft de overheid bovendien het instrument al in handen om heel gericht malafide partijen van de markt te weren of te verwijderen. De ABU roept de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt en de Arbeidsinspectie daarom op om deze partijen hard aan te pakken en geen kans te geven in de branche.