ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

“De arbeidsmarkt van de toekomst draait om skills”

Arbeidsmarkteconoom Ronald Dekker (TNO) over noodzaak matchen op skills

De Nederlandse arbeidsmarkt komt relatief sterk uit de coronacrisis, ziet Arbeidsmarkteconoom Ronald Dekker van TNO. Wel wachten de komende jaren nieuwe uitdagingen, vooral door de groeiende mismatch tussen vraag en aanbod. Terwijl uitdagingen, zoals de energietransitie, klimaatcrisis en toenemende digitalisering juist extra veerkracht vereisen. TNO pleit voor verregaande innovatie met matching op skills voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt.

 

Nu de stofwolken van de coronacrisis beginnen op te trekken, staat de arbeidsmarkt er gemiddeld genomen goed voor, ziet Dekker. “Ondanks de crisis is er een lage werkloosheid, ook vergeleken met andere landen. Als er problemen zijn, zijn ze relatief klein. We zitten bijna altijd in de top-5 van best presterende landen. Maar we staan ook voor grote uitdagingen en daarvoor moeten we zeker kijken wat beter moet om te zorgen voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt. In het bijzonder gaat het dan om de positie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, die bij elke crisis opnieuw de grootste klappen opvangen.”

Ondertussen kan de werkloosheid ook nog verder oplopen. Wat verwacht de arbeidseconoom daarvan? “Ik ben heel voorzichtig met voorspellingen hierover. Het is gewoon lastig te voorspellen. Ik kan me wel voorstellen dat de werkloosheid wat oploopt nadat de steunmaatregelen wegvallen. De arbeidsmarkt reageert vaak met een vertraging van ongeveer één tot anderhalf jaar op economische tegenslag. Tegelijkertijd zullen we in veel sectoren ook gewoon te maken houden met krapte. Ook omdat de mismatch op de arbeidsmarkt blijft toenemen.”

Grotere arbeidsparticipatie

De mismatch tussen gevraagde en beschikbare competenties is een cruciaal aandachtspunt. Het compliceert volgens TNO het oplossen van belangrijke maatschappelijke opgaven die juist extra mobiliteit en veerkracht vereisen van de arbeidsmarkt. “De digitalisering, woningbouwopgave, verduurzaming en oplopende personeelstekorten in steeds meer sectoren leiden tot verschuivingen en vraag naar andere vaardigheden. Om de transitiekracht van Nederland te versterken, moet het ontwikkelen van skills en het matchen daarop centraal staan. De arbeidsmarkt van de toekomst draait om skills, niet om diploma’s.”

Hiermee moet de mismatch worden verkleind en ook de deelname vergroot van een deel van de ruim miljoen mensen die nu nog ‘langs de kant’ van de arbeidsmarkt staan. “Door focus op skills, inzet van nieuwe en bestaande technologie en gerichte scholing kunnen meer mensen een duurzame plek in het arbeidsproces krijgen. Het draagt bij aan meer diversiteit en inclusiviteit en het vergroot juist de kansen van mensen aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt aanzienlijk. Bijvoorbeeld omdat zij nu geen, onvoldoende of buitenlandse diploma’s hebben. Door te matchen op skills kunnen werkgevers preciezer zien in hoeverre de vereiste competenties aanwezig zijn en wat nog ontwikkeld moet worden. Als iemand 80% van de skills heeft, kun je ervoor kiezen verder te kijken of de resterende 20% te helpen ontwikkelen.”

Eén skills-taal

Om structurele ‘mismatches’ in skills te reduceren en overgangen tussen sectoren en beroepen te bevorderen, is het nodig om skills te objectiveren in een gemeenschappelijke skills-taal. Zodat werkenden en werkgevers elkaar voortaan vinden op basis van erkende skills. “Als ‘Pietje’ vertrekt bij een bedrijf, zoek je dan opnieuw een ‘Pietje’ of kijk je wat hij deed en welke vaardigheden belangrijk zijn? Eén skills-taal maakt dat laatste mogelijk. Het zorgt voor betere matches en benutting van de talenten die beschikbaar zijn.”

Er bestaan al verschillende internationale skills-standaarden (zoals O*Net, ESCO en in België: Competent). TNO wil de komende jaren samen met werkgevers, overheden en andere betrokkenen bij de arbeidsmarkt een landelijke standaard ontwikkelen. “Niemand kan dit alleen realiseren. Dit kan alleen gezamenlijk. Wij zijn hiervoor al bezig met UWV en bijvoorbeeld de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Deze beweging moet groeien, zeker ook richting uitzendorganisaties en andere werkgevers. We hoeven niet allemaal met één systeem te werken, maar we moeten wel vertalingen kunnen en willen maken. Technologie en kunstmatige intelligentie kunnen daarbij helpen. Bijvoorbeeld een vacaturescanner die functie-eisen vertaalt in de erkende skills.”

Rol voor uitzendbranche

De uitzendbranche kan volgens Dekker een belangrijke rol spelen bij het matchen op skills. Meerdere uitzendorganisaties zijn hier al mee bezig, ook om de talenten van meer mensen te kunnen benutten. “House of Skills in de Metropoolregio Amsterdam is een goed initiatief waarmee al 4.000 mensen zijn bemiddeld naar werk. Dat is een waardevol Proof Of Concept dat naar landelijk niveau opgeschaald kan worden. Daarnaast start TNO samen met Olympia een skills-project gericht op banen in de Logistiek en Horeca. De lessen die we in dat project leren, kunnen ook gebruikt worden voor andere sectoren. En zo zijn er meer initiatieven. Het is nu vooral belangrijk dat we de krachten bundelen en steeds meer partijen aanhaken.”

Ligt daar een rol voor het nieuwe kabinet? “Zeker. Je kunt dit niet in Den Haag ‘regelen’. Het moet in de praktijk gebeuren. Maar het kabinet kan zeker een rol spelen! Dus ik hoop dit terug te zien in de arbeidsmarktvisie van het nieuwe kabinet. Matchen op skills past ook bij de denkwijze in de arbeidsmarktadviezen van de SER en bijvoorbeeld de commissie Regulering van werk. De hamvraag is uiteindelijk vooral: wat kan iemand wel?”

TNO lanceerde recent een whitepaper over een toekomstbestendige arbeidsmarkt: Skills Gevraagd.

Gerelateerde artikelen