ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

De allergrootste uitdaging is de krapte op de arbeidsmarkt

Interview Ingrid Thijssen (voorzitter VNO-NCW) en Sieto de Leeuw (voorzitter ABU)

Op 22 november gaat Nederland naar de stembus. Het nieuwe kabinet staat voor grote maatschappelijke opgaven rond het klimaat, de energietransitie, de woningbouw en de landbouw. Ook de hervorming van de arbeidsmarkt wordt een belangrijke opdracht. Welke uitdagingen zien VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen en ABU-voorzitter Sieto de Leeuw voor de komende regeerperiode?

Twee jaar geleden lanceerden VNO-NCW en MKB-Nederland een nieuwe koers: Ondernemen voor Brede Welvaart. Wat is de kern van die koers?

Ingrid: “De kern van die visie is tweeledig. We hebben gezegd dat in onze beleidsstandpunten economie belangrijk blijft om brede welvaart mogelijk te maken. Maar dat dat niet het enige is. Een duurzame leefomgeving en gelijke kansen en werk staan net zo hoog op de agenda. Tevens willen we bevorderen dat bedrijven een actieve functie spelen in de samenleving, naast de rol die ze hebben voor hun eigen medewerkers, klanten en aandeelhouders.”

Sieto: “Daar wil ik een ding aan toevoegen. In onze visie op werk staat centraal dat arbeid geen goedkope handelswaar is. Bestaanszekerheid is wezenlijk voor werkenden. Dat is de boodschap die wij als ABU al enige jaren verkondigen. Het is goed om te zien dat die notie in verschillende verkiezingsprogramma’s terugkomt.”

Ingrid: “Het is een realiteit dat mensen niet meer hun hele leven bij dezelfde werkgever blijven. Maar een heel leven in een onzeker bestaan, dat je morgen niet weet of je werk en inkomen hebt, dat past gewoon niet bij een land als Nederland.”

Welke grote uitdagingen zien jullie op de arbeidsmarkt?

Ingrid: “De allergrootste uitdaging is de krapte op de arbeidsmarkt. Die krapte is er nu al en gaat door de vergrijzing structureel van aard worden. Daarvoor zijn verschillende oplossingen. Allereerst het verhogen van de arbeidsproductiviteit, door investeringen in automatisering en digitalisering. Verder zullen we ervoor moeten zorgen dat we meer mensen aan het werk kunnen helpen. Gemeenten moeten daarvoor weten wie hun uitkeringsgerechtigden zijn. Die kennen zij nu onvoldoende. Vervolgens moet het ook lonen om vanuit een uitkeringssituatie te gaan werken en dat is nu vaak niet het geval. Verder is het belangrijk dat we ervoor zorgen dat mensen die in deeltijd werken, meer uren gaan werken. Als je kijkt naar de groep werkende armen, dan zijn het bijna allemaal mensen met deeltijdbanen. Maar als zij meer uren gaan werken, houden ze er bijna niets extra aan over. Dat is een serieus probleem. Tot slot is arbeidsmigratie onvermijdelijk gezien de structurele krapte. Naast krapte hebben we bovendien te maken met grote transities, waardoor er banen verdwijnen, maar ook nieuwe banen ontstaan. Dus is het wezenlijk dat we mensen makkelijker van werk-naar-werk brengen en ze meer mogelijkheden krijgen voor om-, her- en bijscholing.”

Sieto: “Juist op al die terreinen die Ingrid noemt, heeft de uitzend- en payrollbranche een bewezen track record. Om mensen vanuit een uitkering naar een baan te begeleiden, om statushouders aan het werk te helpen, om internationale medewerkers te bemiddelen en om mensen te ondersteunen bij van-werk-naar-werktransities. Maar uitzendwerk biedt ook bij uitstek de mogelijkheid om mensen met deeltijdbanen meer te laten werken, want er is vraag genoeg. Op de arbeidsmarkt is er nog altijd een disbalans tussen de kansarmen en kansrijken. Uitzendwerk biedt de mogelijkheid op een fatsoenlijke baan met een fatsoenlijke honorering. Bij de totstandkoming van het SER-MLT-advies hebben wij als uitzendbranche onze nek uitgestoken. Minder flexibiliteit, gelijkwaardige beloning en een marktconform pensioen. Dat doet pijn bij onze leden, dat zeg ik eerlijk. Dat heeft tot een behoorlijke prijsverhoging van uitzendwerk en veel discussie met opdrachtgevers geleid. Maar we blijven koersvast.”

“In onze visie op werk staat centraal dat arbeid geen goedkope handelswaar is. Bestaanszekerheid is wezenlijk voor werkenden.”

Sieto de Leeuw, voorzitter ABU

Is het SER-MLT-advies een kompas voor een nieuw kabinet?

Ingrid: “De afspraken tussen de sociale partners in het SER-MLT-advies vormen een samenhangend pakket. Die samenhang moet gewaarborgd worden en er kan dus niet aan cherrypicking worden gedaan. Er moet ook niet ineens van alles bijgeplust worden en er moet goed op worden gelet dat het hele pakket op hetzelfde moment kan worden ingevoerd.”

Sieto: “ABU-leden constateren al in toenemende mate dat er sprake is van een weglek-effect naar schijn-zzp, doordat uitzendwerk duurder is geworden. Met name aan de basis van de arbeidsmarkt zie je dat gebeuren. En juist aan die basis hebben we behoefte aan het organiseren van bestaanszekerheid. Dus is het essentieel dat de zzp-wetgeving tegelijkertijd met de overige wetgeving wordt ingevoerd.”

Is het SER-MLT-advies een eindpunt?

Sieto: “Nee, ik zie het SER-MLT-advies als een bemoedigend begin. Op de lange termijn moet de discussie niet gaan over contracten, maar over werk. Hoe organiseren we in een nieuw stelsel de bestaans- en inkomenszekerheid? En hoe creëren we daaronder een excellent functionerend van-werk-naar-werksysteem? Waarbij er ruimte is voor publieke partijen, maar zeker ook voor private partijen om die baantransities te organiseren.”

Ingrid, je constateert dat ook arbeidsmigratie noodzakelijk is in de strijd tegen de krapte. Maar in de politiek gaat de discussie vooral over het beperken daarvan…

Ingrid: “Dat is buitengewoon zorgelijk. Het getuigt van een volstrekt gebrek aan visie. Wat nodig is, is een langetermijnvisie op onze demografische ontwikkeling en wat onze economie aan arbeidskrachten nodig heeft. Als VNO-NCW pleiten wij daarom voor een vakkrachtenregeling, waarbij je ieder jaar bepaalt hoeveel arbeidsmigranten er van welk type nodig zijn. Duitsland doet dat al en maakt bijvoorbeeld afspraken met landen als Gambia en Vietnam. Mensen worden in hun eigen land opgeleid en kunnen een aantal jaar in Duitsland werken. Met de opgedane kennis en ervaring kunnen ze bij terugkeer vervolgens hun eigen land weer verder helpen.”

“Een heel leven in een onzeker bestaan, dat je morgen niet weet of je werk en inkomen hebt, dat past gewoon niet bij een land als Nederland.”

Ingrid Thijssen, voorzitter VNO-NCW

Maar dat betekent wel dat arbeidsmigranten hier goed moeten kunnen leven en werken.

Sieto: “Drie jaar geleden kwam de commissie-Roemer met zijn aanbevelingen. De ABU heeft – vooruitlopend op Roemer – met de vakbonden cao-afspraken gemaakt en daarnaast nog aanvullende afspraken met onze leden. Het is belangrijk dat de aanbevelingen van Roemer nu verder geëffectueerd worden. Tegelijkertijd moeten we met elkaar de discussie voeren over welk land we willen zijn met welke werkgelegenheid.”

Ingrid: “Er is op dit moment een soort hype dat we zouden moeten gaan kiezen. Dat de overheid zegt: die sector willen we wel en die willen we niet. Er zijn landen die dat eerder geprobeerd hebben en die zijn van een koude kermis thuisgekomen. Want dat kan de overheid helemaal niet. Wat je wél moet doen, is goede randvoorwaarden stellen aan arbeids- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten. En de Arbeidsinspectie toerusten met meer mensen, zodat misstanden daadwerkelijk worden aangepakt. Met vijf van de zes arbeidsmigranten gaat het prima. En dat het met die zesde niet goed gaat, is een schande. En daar hebben we handhaving op nodig in plaats van die gekkigheid om hele sectoren uit te sluiten van arbeidsmigratie. Waarvan ik me tevens afvraag of het juridisch houdbaar is.”

Geldt hetzelfde voor een uitzendverbod voor arbeidsmigranten in bepaalde sectoren?

Ingrid: “Als bedrijven in bepaalde sectoren geen uitzendkrachten meer mogen gebruiken, dan missen zij de noodzakelijke flexibiliteit in hun bedrijfsvoering. En zullen ze de productie afschalen of verplaatsen naar het buitenland. Dat gaat Nederland uiteindelijk geld kosten. Als je als politicus roept dat arbeidsmigratie beperkt moet worden, dan hoort daar ook het eerlijke verhaal bij dat Nederland zal verarmen. Nu wordt er gedaan alsof er volstrekt geen enkele consequentie is.”

Tot slot: welke oproep willen jullie aan een nieuw kabinet doen?

Ingrid: “Maak een visie over de toekomst van de arbeidsmarkt. Hoe gaan we het werk van de toekomst vormgeven? Wat zijn onze oplossingen voor de structurele krapte op de arbeidsmarkt? En wat betekent dat vervolgens voor arbeidsmigratie? Mijn hoop is dat het nieuwe kabinet wat groter en grootser gaat denken.”

Sieto: “Mijn eerste advies is: stel werk centraal. Twee: zorg voor een gelijk speelveld. Drie: zorg ervoor dat werk gaat lonen. Vier: maak uitvoerbare regels, want ondernemers gaan kapot aan de complexiteit van wet- regelgeving. Vijf: zorg voor voldoende ruimte voor goed geregeld uitzendwerk en payrolling. We staan voor grote maatschappelijke opgaven op het gebied van de woningbouw, de energietransitie en de zorg. Uitzend- en payrollorganisaties kunnen en willen daar een belangrijke rol bij spelen. En tot slot: dat alles moet ingebed zijn in een visie over hoe wij vinden dat de arbeidsmarkt moet functioneren. Dat kan Den Haag niet alleen bedenken. Dat zullen we samen met alle betrokken stakeholders moeten doen.”

Aanbevelingen voor het nieuwe kabinet:

  • Ontwikkel een visie over hoe de arbeidsmarkt van de toekomst eruit moet zien, in lijn met het SER-MLT-advies.
  • Stel werk centraal, zorg voor een gelijk speelveld en zorg dat werk gaat lonen.
  • Investeer in een goed functionerend van-werk-naar-werksysteem op publiek-private basis, met meer mogelijkheden voor om-, her- en bijscholing.
  • Zorg voor voldoende ruimte voor goed geregeld uitzendwerk en payrolling, gezien de essentiële rol die deze vorm van (flexibel) werk speelt op de arbeidsmarkt.
  • Kom met een deltaplan voor de aanpak van de structurele arbeidsmarktkrapte.
  • Zorg voor regie op arbeidsmigratie, want arbeidsmigratie is onvermijdelijk in het licht van onze demografische ontwikkeling.
  • Maak uitvoerbare regels en investeer fors in publieke handhaving.

Gerelateerde artikelen