Misstanden aanpakken? Kies voor gerichte handhaving, niet voor een inleenverbod
Misstanden in delen van de vleessector zijn onacceptabel. Werk moet veilig, eerlijk en waardig zijn voor iedereen. Werkenden moeten kunnen rekenen op goede arbeidsvoorwaarden, een veilige werkomgeving en perspectief. Waar dat niet gebeurt, moet stevig worden ingegrepen.
Juist daarom vinden wij dat de juiste maatregelen moeten worden genomen. Het voorgestelde sectoraal in- en uitleenverbod is volgens ons niet de oplossing. Het richt zich op de contractvorm, terwijl de kern van het probleem ligt bij malafide gedrag, onvoldoende naleving en tekortschietende handhaving. Daarmee dreigen misstanden niet te verdwijnen, maar zich te verplaatsen.
Om die reden hebben wij gereageerd op de internetconsultatie over het voorgestelde in- en uitleenverbod in de vleessector. In onze reactie laten wij zien waarom het verbod volgens ons onvoldoende effectief, noodzakelijk en proportioneel is.
Een inleenverbod verbetert arbeidsomstandigheden niet vanzelf
De belangrijkste vraag is of een inleenverbod daadwerkelijk leidt tot betere arbeidsomstandigheden. Dat doet het niet. Wanneer mensen hetzelfde werk doen, met dezelfde machines, onder dezelfde omstandigheden en bij dezelfde onderneming, zorgt een andere contractvorm niet automatisch voor veiliger werk of betere arbeidsvoorwaarden. Daarvoor zijn toezicht, handhaving en goed werkgeverschap nodig.
Ook de ervaringen in Duitsland laten volgens ons zien dat een verbod niet op zichzelf werkt. Daar maakte het deel uit van een bredere aanpak met meer toezicht en intensievere handhaving. Zonder extra inzet op dat vlak dreigt een inleenverbod vooral een papieren oplossing te worden.
Misstanden moeten verdwijnen, niet verschuiven
De behoefte aan arbeid verdwijnt niet wanneer uitzenden wordt verboden. Werkgevers blijven mensen nodig hebben en arbeidsmigranten blijven op zoek naar werk. Het risico bestaat daardoor dat partijen die bewust de regels overtreden uitwijken naar andere constructies of andere delen van de keten. Dan verdwijnen misstanden niet, maar verschuiven ze.
Dat risico zien wij ook bij onderwerpen als huisvesting. Arbeidsmigranten blijven afhankelijk van goede huisvesting, maar na een verbod kan controle daarop juist verder uit beeld raken. Daarmee wordt de positie van werkenden niet sterker.
Zet in op gerichte handhaving
Volgens ons ligt de oplossing in het aanpakken van de partijen die daadwerkelijk de regels overtreden. De ABU roept de minister daarom op om af te zien van een sectoraal in- en uitleenverbod in de vleessector en in plaats daarvan te kiezen voor een gerichte aanpak door:
- malafide partijen gericht en zichtbaar aan te pakken;
- de capaciteit van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) te versterken;
- het instrumentarium van de NLA aan te vullen met een individueel inleenverbod;
- kwaliteit structureel te borgen door instrumenten zoals de Wtta te benutten;
- te voorkomen dat problemen zich verplaatsen naar andere constructies of sectoren.
De opgave die voorligt, is niet om de contractvorm te verbieden, maar om misstanden te beëindigen. Alleen een gerichte aanpak beschermt werkenden echt. Misstanden moeten worden aangepakt waar ze ontstaan. Niet de contractvorm moet centraal staan, maar goed werk, veilige arbeidsomstandigheden en effectieve handhaving.